nieuws

Vermoeden van fraude alleen onvoldoende grond voor opname in CIS-register

Branche 2071

Allianz moet binnen 14 dagen de naam en verdere personalia van een (oud-)verzekerde laten verwijderen uit het Centraal informatie systeem (CIS), op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag, met een maximum van € 25.000. Dat heeft het gerechtshof Den Haag eerder deze week besloten in een conflict over de vergoeding van de schade aan een zogenaamd gestolen auto. Het enkele vermoeden dat de auto helemaal niet gestolen is, was volgens het hof onvoldoende grond om de man op te laten nemen in het externe frauderegister. 

Vermoeden van fraude alleen onvoldoende grond voor opname in CIS-register

Het draait in de zaak om de auto van de verzekering, WA volledig casco verzekerd bij Allianz. De auto is op op 30 november 2013 betrokken bij een ongeval en wordt nadien beschadigd teruggevonden in een sloot. Een dag later meldt de verzekerde zich bij Allianz met de mededeling dat zijn auto gestolen is. De verzekeraar weigert echter de schade aan de teruggevonden auto te vergoeden omdat ze de verklaring over de diefstal niet geloofwaardig acht.

Redelijk exclusieve auto

De voormalige verzekeringnemer zegt dat hij zijn auto op 30 november 2013 geparkeerd had op zijn eigen bedrijfsterrein en rond 19.00 uur constateerde dat de auto er nog stond. Hij vermoedt dat een dief gedurende de avond de autosleutel uit het niet afgesloten sleutelkastje heeft gehaald en de auto heeft meegenomen. De man merkt de diefstal pas de volgende morgen op en denkt dat het gaat om joyriding, want in de omgeving van het dorp gebeurt dat vaker, zeker als het gaat om een redelijk exclusieve auto, zoals die van hem.

Rijrichting naar het huis

Allianz hecht weinig waarde aan de verklaring en acht het aannemelijk dat de man de aanrijding zelf heeft veroorzaakt en daarna de diefstal heeft verzonnen. Hij was niet bevoegd om een motorvoertuig te besturen omdat zijn rijbewijs wegens herhaaldelijk rijden onder invloed was ingevorderd en hij zou bij het aangaan van de verzekering (ongeveer een jaar eerder) hebben verzwegen dat hij toen al zijn rijbewijs kwijt was. Ook zou hij zich niet aan de rijontzegging hebben gehouden, want hij heeft erkend dat hij wel degelijk enige malen heeft gereden. Allianz acht verder van belang dat de auto in de sloot is aangetroffen in de rijrichting naar het huis van de verzekerde, hetgeen niet voor de hand ligt in geval van diefstal al verklaarde de man naderhand dat de dieven dit kennelijk expres hadden gedaan omdat ze het op hem gemunt hadden. Ook vindt de verzekeraar het niet geloofwaardig dat de verzekerde niet zou hebben opgemerkt dat zijn auto werd ontvreemd.

Joyriding onvoldoende onderbouwd

Het hof vindt de diefstal van de wagen ook niet waarschijnlijk. “Het enige bewijs dat [appellant] voor de diefstal heeft, is zijn eigen (getuigen)verklaring. Ieder verder bewijs ontbreekt. Allianz heeft terecht erop gewezen dat de toedracht van de diefstal vraagtekens oproept. (…) Meer in het bijzonder is de stelling van [appellant] dat er vermoedelijk sprake is van joyriding omdat dat in de buurt geregeld voorkomt, onvoldoende onderbouwd. Bovendien acht het hof van belang dat vaststaat dat [appellant], hoewel hij een rijontzegging had, toch enkele malen heeft gereden. Hij had er dan ook belang bij om – als hij de auto ten tijde van de aanrijding bestuurde – dit niet aan Allianz mede te delen. Daar komt bij dat de auto zich na het ongeval in de rijrichting van zijn huis bevond. Bij die stand van zaken is het hof van oordeel dat de enkele verklaring van [appellant] zelf onvoldoende is om het bewijs van de diefstal geleverd te achten.”

Tik op de vingers

Allianz hoeft de schade aan de auto van meer dan € 10.000 niet te betalen, maar krijgt wel een tik op de vingers van het hof wat betreft de opname van de verzekeringnemer in de frauderegisters. Het staat Allianz volgens het hof vrij om de verzekeringnemer op te nemen in de eigen -interne- gebeurtenissenadministratie.

Dit ligt echter anders bij registratie in het externe CIS-register, waar volgens het hof hoge eisen aan moeten worden gesteld. “Opname in het externe verwijzingsregister van de Stichting CIS kan voor de betrokkene verstrekkende consequenties kan hebben. Alle deelnemende verzekeraars kunnen immers door toetsing in het externe verwijzingsregister vaststellen dat er sprake is van opname in het incidentenregister van een andere deelnemende verzekeraar. (…).Het gevolg hiervan kan zijn dat niet alleen de verzekeraar die tot opname in het incidentenregister is overgegaan, maar ook andere deelnemende verzekeraars hun diensten aan de opgenomen persoon zullen weigeren.”

In principe aangifte nodig

Voor opname in het CIS is volgens hof onder meer vereist dat het voldoende zeker is dat de verzekeringnemer betrokken is geweest bij gedragingen die een bedreiging vormen voor (kort gezegd) de (financiële) belangen van Allianz of de continuïteit en/of de integriteit van de financiële sector. In principe moet daarvan aangifte worden gedaan. Een enkel vermoeden van fraude of misleiding is niet genoeg, hoewel niet in alle gevallen een veroordeling door de rechter is vereist. Waar het om gaat is dat er meer dan een redelijk vermoeden van fraude bestaat, in die zin dat er sprake is van feiten en omstandigheden die een als strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring kunnen dragen, en dat deze feiten in voldoende mate vaststaan. (HR 29 mei 2009, NJ 2009, 243)

Onvoldoende grondslag voor fraude

Aan die vereisten is niet voldaan zo blijkt uit het arrest. “Niet alleen is gesteld noch gebleken dat Allianz aangifte heeft gedaan tegen [appellant]. Maar bovendien staan de feiten en omstandigheden die Allianz aan haar melding bij CIS ten grondslag legt, in onvoldoende mate vast. Hoewel niet ondenkbaar is dat [appellant] bij de aanrijding betrokken is geweest, vormen de (op zich zelf gerechtvaardigde) twijfels van Allianz over het waarheidsgehalte van het ‘diefstal verhaal’ van [appellant] onvoldoende grondslag om te kunnen concluderen dat er meer dan een redelijk vermoeden van fraude/misleiding bestaat.”

Rol tussenpersoon

Ook het feit dat de verzekerde, bij het aangaan van de polis, geen melding had gedaan van de eerdere ontzegging van de rijbevoegdheid is volgens het hof geen bewijs van bewuste verzwijging. “[appellant] heeft toegelicht dat hij de verzekering via zijn tussenpersoon heeft afgesloten, dat zijn tussenpersoon hem niet heeft gevraagd of hij een rijontzegging had, dat de verzekering op naam van zijn eenmanszaak stond en dat een medewerker van hem (en niet hijzelf) de auto regelmatig bestuurde. Mede gelet op het verweer van [appellant], is het hof van oordeel dat ook op dit punt niet is voldaan aan de vereisten voor opname in het CIS.”

Reageer op dit artikel