nieuws

De angst voor nieuwkomers en techgiganten

Branche 2640

Het lijkt goed te gaan met de Nederlandse vernieuwers. Vorige maand werd bekend dat het aantal fintechs in Nederland vorig jaar met ruim 100 bedrijven is gegroeid tot meer dan 430. Hoe zit het met de fintech-strategie van banken en verzekeraars? En hoe zit het met de angst voor de techgiganten? Is er wel ruimte voor concurrentie als zij hun monopolie op data weten te behouden?

De angst voor nieuwkomers en techgiganten

Op amweb wordt er sinds 2015 met enige regelmaat geschreven over de fintech- en insurtech-ontwikkelingen in de markt. Fintech, een samentrekking van de Engelse woorden Financial en Technology, wordt vaak gebruikt voor nieuwe toepassingen voor de bancaire wereld. Doel hierbij is vereenvoudiging en versnelling van de processen. Insurtechs richten zich vooral op verzekeraars, maar ook insurtechs noemen zichzelf vaak fintechs. Vooral jonge ondernemingen die actief zijn op het gebied van online betalen, identificatie en beveiligingsoplossingen betraden afgelopen jaar de markt. Van de in totaal 430 fintechs, schaart Holland FinTech er 19 onder het kopje ‘Verzekeren’.

Investeringsfondsen

Europese bedrijven steken met hun investeringsfondsen steeds meer geld in fintechstart-ups. In 2017 werd voor $ 647 miljoen dollar geïnvesteerd in jonge ondernemingen die willen innoveren in de financiële sector. In heel 2016 werd voor $ 419 miljoen in deze start-ups gestoken. Vooral in Londen en Duitsland profiteren jonge fintechbedrijven. De cijfers zijn afkomstig uit Pulse of Fintech, een driemaandelijks onderzoek van accountants- en adviesorganisatie KPMG. Volgens Ank van Wylick, Innovation Advisory partner en FinTech lead bij KPMG, is de toename van de investeringen in fintech een “bewijs van het feit dat de meer traditionele financiële instellingen in Europa zich meer en meer richten op fintechbedrijven”.

Duitsland was in het derde kwartaal koploper in investeringen in fintech, maar volgens Van Wylick blijft Londen de hotspot voor deze start-ups. “Ondanks de zorgen over de gevolgen van Brexit vormt Londen nog altijd het centrum van de Europese activiteiten. En hoewel nieuwe start-ups ook naar andere Europese centra kijken dan alleen Londen, gingen zeven van de tien grootste Europese transacties in de afgelopen drie maanden naar start-ups die in Londen gevestigd zijn.”

Veelbelovende fintechs

KPMG schaarde AdviceRobo vorig jaar bij de 50 meest veelbelovende fintechbedrijven ter wereld. De start-up die geldverstrekkers helpt de kredietwaardigheid van consumenten te beoordelen, was het enige Nederlandse bedrijf in de lijst. In de top 50 belangrijkste gevestigde fintechs staat betaaldienst Adyen op plaats 20.

Een andere start-up, Openclaims, werd vorig jaar in Brussel uitgeroepen tot Europees insurtechbedrijf van het jaar. Het Amsterdamse bedrijf kreeg de prijs voor haar veilingconcept, waarmee ze verzekeraars helpt bij het inkopen en afwikkelen van autoschadeherstel. Openclaims gaat zich nu voorbereiden op een internationale uitrol van haar activiteiten. Weer een ander voorbeeld van een insurtech start-up die in de prijzen viel is de Neerlandse. De NVGA AM Innovatieprijs ging vorig jaar naar deze start-up vanwege haar overstromingsrisicomodel. Het model is een web-enabled verzekeringsoplossing en maakt het overstromingsrisico in Nederland verzekerbaar op vrijwillige basis en tegen een redelijke prijs.

Fintech-strategie

Verzekeraars ontberen volgens KPMG een goede fintech-strategie. Minder dan de helft van de traditionele financiële dienstverleners heeft een strategie die gericht is op technologische innovatie. Ze zien fintech weliswaar als belangrijkste bron van verstoringen in de markt, maar ze hebben geen plan om daar op in te spelen. Dat bleek vorig jaar oktober uit een KPMG-onderzoek onder 160 banken, verzekeraars en vermogensbeheerders uit 36 landen.

Zeven van de tien grootste Europese transacties in de afgelopen drie maanden gingen naar start-ups die in Londen gevestigd zijn

Bijna 60% van de financiële instellingen ziet fintech als de belangrijkste bron voor verstoringen in de markt. Uit het onderzoek blijkt dat samenwerking met andere bedrijven, in het bijzonder met start-ups, de fintech-activiteiten aanzienlijk stimuleert. Ruim 70% van de ondernemingen gaat er vanuit dat fintech-start-ups de komende drie jaar de belangrijkste bron van financieel technologische innovatie zijn. Schaalgrootte als gevolg van samenwerking is volgens veel bedrijven bepalend voor het succes.

Adequaat reageren

“Banken, verzekeringsmaatschappijen en vermogensbeheerders zien dat nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, de blockchain en het ‘internet of things’, de bestaande financiële dienstverlening volledig op zijn kop gaan gooien”, meldde Van Wylick over het onderzoek. Veel traditionele financiële dienstverleners hebben volgens haar echter moeite om adequaat te reageren op deze ontwikkelingen. Fintech wordt veelal overgelaten aan afdelingen zonder dat sprake is van een overkoepelende strategie. De meeste fintech-inspanningen zijn op dit moment gericht op de hervorming van de frontoffice en het verbeteren van de klantervaring.”

Investeren

Wat fintech-investeringen in de bancaire sector betreft werd vorig jaar duidelijk dat NIBC samen met de Duitse verzekeraar Signal Iduna en de Japanse financieel dienstverlener SBI €34 miljoen investeert in FinLeap, een bedrijvenbouwer die gespecialiseerd is in fintechs. De bank, die onder het label NIBC Direct hypotheken en spaarproducten aanbiedt, verwacht dat uit de samenwerking producten en diensten ontstaan die inspelen op de veranderende klantbehoefte. FinLeap is een Europees fintechplatform dat actief is in tien landen, waaronder Nederland. In drie jaar tijd heeft de ‘bedrijvenbouwer’ twaalf nieuwe ondernemingen geholpen de markt te betreden. Voorbeelden zijn Clark, een digitale verzekeringsmakelaar, en Pair Finance, een oplossing voor digitaal schuldbeheer. De drie investeerders maken niet bekend welk deel van de totale som van €34 miljoen ieder voor zijn rekening neemt. De samenwerking zal volgens NIBC ook in Nederland leiden tot nieuwe producten en diensten. Voorbeelden daarvan wilde de bank nog niet noemen omdat die nog niet verder zijn dan de ideeënfase.

Angst en vrees

Uit onderzoek van accountantorganisatie PwC bleek in 2017 dat het establishment in de financiële- en verzekeringssector vrees heeft voor de gevolgen van de opkomst van fintech. 88% procent van de respondenten gaf in dat onderzoek aan een substantieel deel van hun business te verliezen aan nieuwkomers. Gemiddeld een kwart van hun omzet denken ze mogelijk kwijt te raken aan fintech-bedrijven.

De IT-systemen van financiële dienstverleners kunnen die van fintech-bedrijven amper bijbenen. Banken en verzekeraars moeten een stapje extra zetten, zodat er sneller een ecosysteem ontstaat waarop fintech-bedrijven kunnen inhaken

Eugénie Krijnsen, partner bij PwC en specialist in fintech, gaf aan dat zij de traditionele bedrijven ziet worstelen met de technologie. “De IT-systemen van financiële dienstverleners kunnen die van fintech-bedrijven amper bijbenen. Banken en verzekeraars moeten een stapje extra zetten, zodat er sneller een ecosysteem ontstaat waarop fintech-bedrijven kunnen inhaken.”

Verzekeraars & fintechs

Uit weer een ander onderzoek van PwC, uitgevoerd in opdracht van het Verbond van Verzekeraars, kwam vorig jaar naar voren dat zes op de tien verzekeraars denken dat ze over vijf à tien jaar actief samenwerken met fintech- en insurtechbedrijven en dat ze deze organisaties zelfs absorberen. Drie op de tien verzekeraars verwachten dat het zo’n vaart niet zal lopen. Zij denken dat verzekeraars en insurtechbedrijven over vijf à tien jaar naast elkaar zullen werken. Van de ondervraagde innovatie-experts bij verzekeraars denkt 3% dat over niet al te lange tijd de markt alleen nog maar uit fintechs en insurtechs bestaat. 7% daarentegen noemt fintech en insurtech een hype. Zij denken dat die termen over vijf à tien jaar niet meer bestaan.

Politiek

Politiek gezien spoorde voormalig minister van Sociale Zaken Willem Vermeend de Nederlandse overheid aan om zich in te zetten voor digitale innovatie. De Nederlandse overheid moet het voortouw nemen zodat Nederland Europees koploper kan worden, zo schreef hij in de aanbevelingen die hij aan de Tweede Kamer richtte. Volgens de in 2016 benoemde fintech-ambassadeur zou de Nederlandse overheid een integrale visie moeten vormen over de digitale economie met speciale aandacht voor privacy en (cyber)security. Voor Vermeend ligt momenteel echter de lastige klus van het kunnen aantonen van geloofwaardigheid nu hij onder vuur ligt vanwege het toegegeven plagiaat dat hij en zijn co-auteur, Rian van Rijnbroek, hebben gepleegd in hun recent uitgegeven boek over cybercrime.

Techgiganten

Behalve de angst voor nieuwkomers die met hun start-up en nieuwe ideeën de markt betreden, is er ook de angst voor de datamonopolie van techgiganten. De marktkracht van Google, Apple, Facebook en Amazon, ook wel de gafa’s genoemd, is groot. Amazon, met voorsprong het grootste e-commerce bedrijf ter wereld, kondigde begin januari van dit jaar aan ook verzekeringen aan te gaan bieden. Er wordt miljarden verdiend door de bergen aan persoonlijke data. De doorsnee burger ziet hier echter helemaal niets van terug.

Meer concurrentie

Hoogleraar Viktor Mayer-Schönberger pleitte onlangs in het FD voor meer vrije data zodat er meer ruimte ontstaat voor bedrijvigheid en innovatie. “Er is nu geen sprake van evenwichtige, economische transacties. Nu krijgen we nauwelijks iets of helemaal niets terug voor al onze digitale data die we ‘gratis’ afgeven. We kunnen dat ondervangen door deze supersterbedrijven te verplichten niet alleen winstbelang af te dragen, maar ook hun data voor anderen beschikbaar stellen als hun marktaandeel bijvoorbeeld boven de 10% uitkomt. Met die vrijgekomen data kunnen start-ups proberen nieuwe diensten en producten te bieden, zodat er meer concurrentie ontstaat.”

Reageer op dit artikel