nieuws

‘Verzekeraars moeten stelling nemen over voortbestaan solidariteit’

Branche 1037

“Ook verzekeraars moeten stelling nemen. Als we het hebben over het voortbestaan van solidariteit, dan is onderhoud vereist en kunnen (individuele) verzekeraars zich meer profileren. Als een verzekeraar zich puur richt op hoogopgeleiden, kiest hij voor solidariteit in een beperkte kring”. Verzekeraars moeten filosofischer denken, zo stelt universitair hoofddocent beroepsethiek en integriteitsmanagement Edgar Karssing.

‘Verzekeraars moeten stelling nemen over voortbestaan solidariteit’

Karssing zegt dit in een nieuwe reeks van interviews opgesteld door het Verbond van Verzekeraars. Eind vorig jaar bracht Karssing het essay Verzekeren, technische en morele solidariteit – kiezen tussen de-solidarisatie en reddingsoperatie uit.

Pensioenstelstel

In het interview wordt de hoofddocent die is verbonden aan Nyenrode Business Universiteit onder andere de vraag gesteld: “Wat is dat toch met solidariteit? Eens in de zoveel tijd popt het onderwerp weer op?”. Karssing antwoordt hier op: “Tja, wij praten vaak juist over dingen als er problemen zijn. Zuurstof wordt pas onderwerp van gesprek als er een tekort is. Dat is met solidariteit niet anders. Kijk naar ons pensioenstelsel waarover al jarenlang discussie wordt gevoerd. Er gaat iets mis en dat benoemen we dan met solidariteit.”

Dialoog

Volgens de hoofddocent is het nu echter wel de tijd om de dialoog aan te gaan wat we eigenlijk onder solidariteit verstaan: “Er zijn veel verschillende vormen van solidariteit. Je kunt puur kijken naar het resultaat, zoals bij verzekeringen waar de risico’s worden gedeeld met andere deelnemers of begunstigden, maar ik merk bij de workshops die ik geef dat mensen er vaak een andere uitleg aan geven. Zij benoemen solidariteit vooral als een gevoel van saamhorigheid en verbondenheid. Dat is een vorm van morele of warme solidariteit, terwijl bij verzekeraars en pensioenfondsen het financiële resultaat vooropstaat (technische of koude solidariteit).”

Pervers

Volgens Karssing zit er genoeg ‘perverse’ solidariteit in ons pensioen: “Zo sterk zou ik het niet willen uitdrukken, maar er zitten wel genoeg vormen van perverse solidariteit in ons pensioen. Denk aan een mannelijke bouwvakker die de vrouwelijke hoogleraar subsidieert, terwijl die vrouwelijke hoogleraar een veel hogere levensverwachting heeft en behoorlijk meer verdient. Fascinerend in zowat iedere discussie over solidariteit is wat de sluier van onwetendheid wordt genoemd. Pas als inzichtelijk wordt wat mensen waarvoor moeten betalen, komen ze in opstand.”

De hoofddocent legt dit verder uit door een voorbeeld te geven: “Kennis over risico’s is mooi, maar die zorgt er ook voor dat we elkaar meer de maat gaan nemen. Pas stond er in de Volkskrant een mooie column van Marjan Slob. Zij zei dat we ongemerkt elkaars politieagenten worden. Als ik weet dat jij hartpatiënt bent, kijk ik ineens heel anders naar de roomboter die je op je brood smeert. Hoe meer we weten, des te groter het risico dat mensen zeggen: ‘ja ho even, ik ben gekke Henkie niet. Moet ik voor jou betalen?’ Conclusie van Slob was dat solidariteit altijd baat heeft gehad bij een zekere blindheid. Bij een sluier van onwetendheid dus en dat is min of meer hetzelfde als de solidariteitsparadox die in ons essay wordt belicht. Hoe meer we immers weten over de manier waarop we solidair zijn met anderen, hoe minder we ertoe bereid zijn.”

Doorschieten

Volgens Karssing blijft de hamvraag in wat voor samenleving we willen leven. “Willen we de kennis volledig benutten of durven we soms blind te zijn? Die vragen gaan verder dan een goede rekensom maken”. Hoe hij hier zelf over denkt verwoord hij als volgt: “Ik zal niet zeggen dat we de kennis die er is, niet moeten gebruiken. Dat is ook onzin, want risico’s worden ook beter verzekerbaar door meer kennis, maar we moeten wel oppassen dat we niet doorschieten.”

Filosofischer denken

Verzekeraars moeten volgens de hoofddocent filosofischer gaan denken: “Als ze de solidariteit willen redden, moeten ze op zoek naar alternatieven. Dat is zeker. Onze economie leert ons te denken als een homo-economicus. Levensgevaarlijk, want dan kijkt iedereen alleen nog maar naar de ik-waarden. Verzekeraars kunnen de vriendschapsdefinitie van Aristoteles meer betrekken in hun beleid, zodat hun klanten minder transactioneel denken.  Als ik naar mezelf kijk, doe ik soms heel irrationale dingen. Ik ben econoom, maar doe mijn boodschappen bij de plaatselijke bloemist, bakker en kaasboer. Albert Heijn is goedkoper, maar voor de stad vind ik het beter als er een bloeiende middenstand is. Als verzekeraars erin slagen om die innerlijke econoom meer in het hok te houden, hebben ze de eerste helft al gewonnen.”

Reageer op dit artikel