nieuws

Verzekeringsfraude leidt tot vernietiging vaststellingsovereenkomst

Branche 1614

Wanneer een verzekeraar na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst ontdekt dat een verzekerde fraude heeft gepleegd, kan de vaststellingsovereenkomst met succes (buitengerechtelijk) worden vernietigd.

Verzekeringsfraude leidt tot vernietiging vaststellingsovereenkomst

Dit blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 2 augustus 2017 (ECLI:NL:RBNNE:2017:2956).

De feiten

Verzekerde had bij een verzekeraar een opstal- en inboedelverzekering afgesloten. Op enig moment brandt de woning af. De verzekeraar gaat over tot uitkering, maar verzekerde vindt het bedrag niet hoog genoeg. Verzekerde en verzekeraar besluiten daarop met hun meningsverschil een mediationtraject in te gaan. Het resultaat hiervan is dat de verzekeraar nog een extra uitkering doet, waarmee de zaak is afgedaan. Partijen leggen hun afspraken vast in een vaststellingsovereenkomst.

Verzekeringsfraude – bonnetjes ‘met een luchtje’

Hierna ziet de verzekeraar (door onbekende aanleiding) reden om de zaak verder te onderzoeken. Uit onderzoek naar de door verzekerde ingediende facturen blijkt dat twaalf facturen (ter waarde van ruim 3,5 ton) niet authentiek zijn. Er zit dus ‘een luchtje’ aan de facturen.

De verzekeraar confronteert verzekerde hiermee. Verzekerde geeft als verklaring dat hij zich niet kan herinneren de facturen te hebben opgemaakt en verzonden omdat hij destijds psychisch aan de grond zat. Verder stelt hij dat de opgevoerde kosten wel degelijk zijn gemaakt. Tot slot is de discussie ‘niet meer relevant’ omdat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten.

De verzekeraar vernietigt vervolgens per brief (dus: buitengerechtelijk) de vaststellingsovereenkomst wegens dwaling/bedrog. Verder beroept zij zich op schending van de meldingsplicht (artikel 7:941 Burgerlijk Wetboek), wanprestatie (artikel 6:74 BW), zegt zij de verzekeringsovereenkomst op en registreert verzekerde in de frauderegisters. Ze eist de verzekeringspenningen terug.

Wanneer verzekerde niet betaalt, start de verzekeraar een procedure. Daarin vordert zij (onder meer) vernietiging van de vaststellingsovereenkomst.

Verplichte mediation?

Verzekerde verweert zich onder meer door aan te geven dat de verzekeraar een (tweede) mediationtraject had moeten starten in plaats van een gerechtelijke procedure. In de vaststellingsovereenkomst is namelijk een mediation-clausule opgenomen. Volgens deze clausule moeten partijen bij onenigheid over de overeenkomst, een mediation-traject starten.

De rechtbank wijst dit verweer af. Zij oordeelt dat het – gelet op de aard van mediation – beide partijen vrij staat hiervan af te zien. Een mediation-clausule kan niet worden gelijkgesteld met een arbitraal beding of overeenkomst tot het inwinnen van bindend advies. Dit zijn namelijk wettelijk geregelde manieren van geschilbeslechting, mediation is dat niet.

Vaststellingsovereenkomst is terecht vernietigd

De rechtbank komt vervolgens toe aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak. Omdat verzekerde onvoldoende verklaring geeft voor de niet-authentieke facturen, gaat de rechtbank ervan uit dat hij deze daadwerkelijk valselijk heeft opgemaakt en ingediend. Vast staat dat de verzekeraar dit niet wist toen de vaststellingsovereenkomst werd gesloten. De rechtbank acht aannemelijk dat de verzekeraar – als hij dit wel had geweten – de overeenkomst niet zou hebben gesloten. Daarom is de vaststellingsovereenkomst op juiste gronden buitengerechtelijk vernietigd. Vernietiging bij vonnis (zoals de verzekeraar vordert) is daarom niet aan de orde.

Nu verzekeringsfraude is komen vast te staan, moet verzekerde alle verzekeringspenningen terugbetalen. Fraude rechtvaardigt namelijk een algeheel verval van recht op uitkering, ook als een deel van het ingediende schadebedrag wel klopt. Verder blijven de registraties in de frauderegisters in stand.

Tot slot

Twee dingen vallen op aan de uitspraak van de rechtbank Noord Nederland.

De eerste is dat de vaststellingsovereenkomst mag worden vernietigd op grond van na het sluiten van de overeenkomst gebleken fraude. Vaststellingsovereenkomsten bevatten doorgaans een finale kwijtingsbeding. Daarin wordt (samengevat) aangegeven dat de overeenkomst het geschil voorgoed beslecht en partijen afstand doen van een beroep op na de overeenkomst gebleken feiten en omstandigheden. Of de vaststellingsovereenkomst in deze zaak een dergelijk beding bevatte, blijkt niet uit het vonnis. Een dergelijk beding roept echter vaak de discussie op of een beroep op dwaling/bedrog nog openstaat voor de verzekeraar. Deze discussie zie ik niet terug in het vonnis.

Het tweede wat ik mij afvraag is waarom de verzekeraar vernietiging van de vaststellingsovereenkomst heeft gevorderd in plaats van een verklaring voor recht dat de overeenkomst (buitengerechtelijk) is vernietigd. De rechtbank kan dit gedeelte van de vordering niet toewijzen omdat de overeenkomst al (terecht) buitengerechtelijk is vernietigd. Met andere woorden: zij kan geen vernietiging uitspreken want er valt immers niets meer te vernietigen. Hoewel het resultaat in feite hetzelfde blijft, zou het de uitspraak duidelijker maken indien de eis anders was ingestoken. De ongeldigheid van de vaststellingsovereenkomst zou dan immers uit het dictum blijken, zonder dat men de gehele uitspraak moet lezen om dit te begrijpen.

Auteur: Maud van Lent

Dit is een partnerbijdrage van Dirkzwager. Bekijk hier een volledig overzicht van partnerberichten van Dirkzwager.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.