nieuws

Lindhout verliest bodemprocedure tegen ASR

Branche 1453

Financieel adviseur Jos Lindhout kan geen aanspraak maken op een schadevergoeding door ASR in de lange juridische nasleep van de verkoop van zijn assurantiebedrijf PSL in 2003. De rechtbank in Utrecht heeft zijn claim daarvoor van de hand gewezen. In plaats daarvan moet Lindhout nu 90.000 euro betalen aan ASR voor het niet nakomen van de eerder gesloten vaststellingsovereenkomst.

Lindhout verliest bodemprocedure tegen ASR

ASR en Lindhout liggen al meer dan een decennium met elkaar in de clinch over de overname van Lindhouts voormalige assurantiebedrijf PSL door Asam. Dit was het vehikel waarmee AMEV, een van de rechtsvoorgangers van ASR, investeerde in intermediaire bedrijven. Asam nam PSL, dat in financieel zwaar weer verkeerde, begin 2003 voor het symbolische bedrag van 1 euro over. In ruil daarvoor is Lindhout zijn schulden kwijt en krijgt hij een afvloeiingsregeling via de nieuwe eigenaar van PLS, Hestia.

Voor het blok gezet

Daarna beginnen de visies op de zaak van ASR en Lindhout compleet uit elkaar te lopen. Volgens Lindhout is hij volledig voor het blok gezet door Rob Beumer, de toenmalige directeur van Asam die medio vorig jaar overleed. Lindhout zou de deal wel moeten hebben accepteren op straffe van directe terugvordering van de financiële injectie van 1,3 miljoen euro die Asam eerder verstrekte en het blokkeren van bonussen à 200.000 euro die PSL nog tegoed had. Bovendien kwam Hestia de nabetalingsregeling niet na.

Toch komen Lindhout en ASR in 2006 tot een vaststellingsovereenkomst. Lindhout krijgt 700.000 euro op basis van een finaal kwijtingsbeding. Daar staat tegenover dat Lindhout zich in het vervolg niet meer publicitair of anderszins negatief mag uitlaten over de overeenkomst op straffe van een boete van 10.000 euro per overtreding.

Het houdt Lindhout niet tegen om zijn strijd tegen ASR voort te zetten en zelfs ASR-topman Jos Baeten te laten horen door de rechtbank. De bodemprocedure die Lindhout in 2015 aanspant tegen ASR stoelde hoofdzakelijk op deze vaststellingsovereenkomst. Volgens Lindhout was er bij tekenen van de overeenkomst sprake van dwaling en misbruik van zijn persoonlijke omstandigheden. Op dat moment verkeerde hij namelijk in financiële problemen.

Verjaringstermijn verstreken

De rechtbank Utrecht stelt nu dat het beroep op vordering tot vernietiging van de vaststellingsovereenkomst wegen dwaling verjaard is. Daarvoor geldt een verjaringstermijn van drie jaar. De rechtbank: “Bij dwaling gaat de verjaringstermijn van de vordering tot vernietiging dus lopen op het moment van ontdekking daarvan. Eiser heeft hierover gesteld dat hij de dwaling in 2011 heeft ontdekt. Dit betekent dat hij uiterlijk in 2014 ter zake schriftelijk had moeten aanmanen en – afhankelijk van het precieze moment van ontdekking in 2011 – uiterlijk in juli 2015 een daad van rechtsvervolging had moeten instellen. De dagvaarding in de onderhavige zaak dateert van 14 augustus 2015, en kan derhalve niet als een tijdige daad van rechtsvervolging worden aangemerkt.”

Ook de nietigverklaring op basis van zijn financiële noodsituatie houdt volgens de rechter geen stand. “Naar het oordeel van de rechtbank is het enkel hebben van een aanzienlijke schuld niet voldoende om te spreken van een financiële noodtoestand. Daarvan is pas sprake als er door de schuldeiser ook daadwerkelijk actie wordt ondernomen om die schuld te incasseren. (…)Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, valt dan ook niet in te zien waarom de ontvangst van het aanzienlijke bedrag van € 700.00 op of omstreeks 1 november 2006 niet kan worden aangemerkt als het moment waarop een mogelijk voordien bestaande financiële noodtoestand is geëindigd. Dit betekent dat de verjaringstermijn is gaan lopen op 1 november 2006, en derhalve is voltooid op 1 november 2009.”

In plaats van dat Lindhout nog een deel van de 9 miljoen euro schade die hij naar eigen zeggen leed door de PSL-transactie vergoed krijgt door ASR, moet hij de verzekeraar uit Utrecht nu zelf 90.000 betalen omdat hij na de vaststellingsovereenkomst zich nog 14 keer in de publiciteit negatief over de over overeenkomst heeft uitgelaten, onder meer op amweb. Aanspraak op verjaring van deze eis in reconventie vervalt omdat ASR al in 2008 en later in 2014 heeft aangegeven dat Lindhout daarmee de vaststellingsovereenkomst overtrad. De rechter constateert dat Lindhout het verbod op publiciteit in 9 gevallen heeft overtreden. Hij moet daarom 90.000 euro aan ASR betalen.

Zaak gesloten

ASR stelt bij monde van woordvoerder Daan Wentholt kennis te hebben genomen van de “uitvoerige en grondige uitspraak” van de rechtbank. “Daar hebben we verder niets aan toe te voegen. De zaak was wat ons betreft al gesloten, en dat wordt nu bevestigd door de rechtbank.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.