nieuws

Dijsselbloem prijst PE-examens, noemt oude leges ‘niet kostendekkend’

Branche 2957

Minister Dijsselbloem (Financiën) heeft de verwachting dat de veelvuldig bediscussieerde PE-examens een waardevolle bijdrage leveren aan de vakbekwaamheid van financieel adviseurs. “Het feit dat alle financieel adviseurs aantoonbaar op de hoogte zijn van relevante ontwikkelingen zal een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van het financieel advies”, zo stelt Dijsselbloem in een brief aan de Tweede Kamer. Dijsselbloem stelt ook dat legesverhoging voor de PE-examens onontkoombaar was.

Dijsselbloem prijst PE-examens, noemt oude leges ‘niet kostendekkend’

De Kamerbrief is een reactie op de brief die brancheorganisatie Adfiz mede namens zusterorganisaties CFD, NVF, OvFD en NVGA (CANON) eind vorig jaar aan de minister stuurde. De brancheorganisaties plaatsten hierin kritische kanttekeningen bij de nieuwe consultatieronde van het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD) om de actualiteiten voor 2017 te bepalen. Suggesties van de brancheorganisaties zouden ten onrechte niet worden verwerkt door CDFD. Daarnaast zijn de brancheorganisaties kritisch op de aangekondigde legesverhoging voor de PE-examens.

Afwijkende selectiecriteria

De minister stelt in zijn antwoord dat CANON in haar consultatiereactie eigen selectiecriteria hanteert die afwijken van de vooraf vastgestelde selectiecriteria, waardoor het CDFD de opmerkingen niet heeft kunnen verwerken in het adviesdocument. “Zo heb ik begrepen van het CDFD dat CANON stelt dat ontwikkelingen nooit ouder mogen zijn dan een jaar en dat om die reden een groot aantal ontwikkelingen niet mag worden bevraagd in de PE-examens. Het kader voor selectiecriteria dat wordt gehanteerd is echter breder. Zo kunnen ontwikkelingen die niet binnen het tijdsbestek van een jaar vallen ook getoetst worden indien deze ontwikkelingen op het moment van het afleggen van het PE-examen nog van belang zijn voor de adviespraktijk.”

Voor kritiek op het vakbekwaamheidsstelsel zelf is niet het CDFD maar het ministerie van Financiën het juist adres, zo stelt Dijsselbloem. Wel kondigt hij aan dat het college in het kader van de analyse van de modulestructuur binnen het vakbekwaamheidsbouwwerk in dialoog zal gaan met de sector. “De analyse zal antwoord geven op de vraag in hoeverre de modulaire opbouw van het bouwwerk en de beroepskwalificaties voldoende aansluiten op de praktijk”, aldus Dijsselbloem.

Oude legestarief in toekomst niet kostendekkend

Dijsselbloem gaat ook nog in de op de veel bekritiseerde verhoging van de leges, welke volgens hem niet ingegeven is doordat de kosten van de centrale Wft-examinering in de afgelopen jaren zijn toegenomen. “Ook stijgt het legestarief niet omdat er over de overgangsperiode een tekort van € 1,9 miljoen is ontstaan. Dit tekort, waarvan ongeveer € 900.000 aanvangsinvesteringen zijn geweest, wordt niet meegenomen in de berekening van het nieuwe legestarief. Het legestarief gaat omhoog omdat met een tarief van € 46 per afgelegd Wft-examen (zoals dat tarief gold van 1 januari 2014 tot en met 1 april 2017), het stelsel in de toekomst (de eerste PE-periode) niet kostendekkend is.”

Minder examens dan verondersteld

Hij verwacht niet dat de verhoging van het legestarief het aantal adviseurs, en daarmee de toegang van consumenten tot advies, beperkt. “Op basis van het aantal behaalde beroepskwalificaties in de overgangsperiode zijn er voldoende adviseurs om te voorzien in de adviesvraag van consumenten. Daarnaast is de stijging van het legestarief per afgelegd Wft-examen mede ingegeven doordat de PE-examens niet op moduleniveau maar op beroepskwalificatieniveau worden afgenomen. Hierdoor hoeft een adviseur gemiddeld minder PE-examens af te leggen om zijn beroepskwalificatie te onderhouden dan eerder, bij de start van het nieuwe vakbekwaamheidsbouwwerk, was verondersteld. Een adviseur hypothecair krediet hoeft bijvoorbeeld maar één PE-examen af te leggen terwijl toetsing op moduleniveau zou betekenen dat de adviseur drie PE-examens zou moeten afleggen. Dit heeft een opwaarts effect op de hoogte van het legestarief maar leidt ultimo niet tot hogere kosten voor de adviseur omdat de adviseur in een PE-periode minder PE-examens hoeft af te leggen.(…)Snijden in deze kosten, om het legestarief te verlagen, zou de kwaliteit van het advies in negatieve zin beïnvloeden wat ongewenst is vanuit het oogpunt van de bescherming van de consument.”

Leges na PE-periode opnieuw bekijken

Na de eerste PE-periode, die loopt van1 april 2017 tot 1 april 2019, zal volgens Dijsselbloem opnieuw worden bekeken of het tarief moet worden bijgesteld. Indien er na de eerste PE-periode een overschot is, doordat het aantal afgelegde Wft-examens hoger was dan voorzien of de uitvoeringskosten lager, dan zal dit worden verrekend met het nieuwe legestarief.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.