nieuws

Sportschoolhouder die zichzelf beschoot moet NN terugbetalen

Branche 4908

Een sportschoolhouder uit Groningen die ervan wordt verdacht een overval te hebben gefingeerd en daarbij zichzelf beschoot en brand stichtte in zijn zaak moet de uitgekeerde schade aan Nationale-Nederlanden terugbetalen. De Rechtbank Noord-Nederland volgt daarbij goeddeels de bevindingen van de strafrechter die de man vorig jaar voordeelde voor zijn poging tot flessentrekkerij. Tegen deze straf heeft de Groninger wel hoger beroep aangetekend.

Sportschoolhouder die zichzelf beschoot moet NN terugbetalen

Eind vorige maand deed de rechtbank in Groningen uitspraak in de zaak die Nationale-Nederlanden had aangespannen tegen een sportschoolhouder uit die stad. In de nacht van 23 op 24 mei 2013 breekt er door brandstichting brand uit in de sportschool. De man wordt daarbij naar eigen zeggen neergeschoten door de twee overvallers en (latere) brandstichters.

Drie keer beschoten

Bij de aangifte een dag later geeft de sportschoolhouder aan dat hij door een van de overvallers drie keer van korte afstand is beschoten in zijn zij en -toen hij vooroverboog en viel- nog een keer in zijn linker bovenarm en rechteronderbeen. Hij stelt daarna vastgebonden te zijn geweest met tie-wraps maar deze door te hebben kunnen snijden met een kapotte spiegel en los te hebben getrokken zodat hij kon vluchten naar het pand waarin inmiddels brand was uitgebroken .

Tegenstrijdige verklaringen

In verband met de brandschade en de (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid doet Nationale-Nederlanden verschillende uitkeringen aan de sportschoolhouder. Het verhaal komt echter in een ander daglicht te staan als de politie nader onderzoek doet naar de toedracht van de brandstichting. De sportschoolhouder legt tegenstrijdige verklaringen af die naarmate de tijd verder strijkt ook niet consistent blijken.

Schotwonden zelf toegebracht

Uit onderzoek van forensisch instituut blijkt bovendien dat op de kolf en de trekker van het geweer waarmee de sportschoolhouder was beschoten diens onvolledige DNA-profiel zat hoewel hij zelf eerder heeft aangegeven de slede te hebben vastgegrepen om het wapen af te weren. Ook zat er een kogel in de houder van het pistool met lichaamsmateriaal dat van de sportschoolhouder afkomstig kan zijn.

Aansteker met DNA sportschoolhouder

Bovendien constateert het NFI dat het mogelijk is dat de man de schotwonden zelf heeft toegebracht omdat de schootsafstand waarschijnlijk kleiner is geweest dan 25 centimeter. Daarnaast werd er achter de sportschool een aansteker gevonden met het DNA van de sportschoolhouder en zat er onder diens schoenen een brandversnellend middel.

Onvoldoende liquide middelen

Dat het zaakje stinkt blijkt ook uit financieel onderzoek. Op 24 mei, enkele uren na het incident, zou de sportschool verhuizen naar een nieuwe locatie. Gedoe met de vergunningsaanvraag leidde er echter toe dat de sportschool daar voorlopig niet open kon gaan. Het bedrijf had volgens het boekenonderzoek echter onvoldoende liquide middelen om de periode zonder activiteiten te overbruggen.

24 maanden cel

Voor de strafrechter is een en ander voldoende bewijs om de sportschoolhouder eind juni 2016 te voordelen tot 24 maanden cel wegens brandstichting, vuurwapenbezit en de valse aangifte voor de brandstichting en de poging tot moord dan wel doodslag.

NN eiste geld terug

De man gaat in beroep tegen de straf maar dat houdt Nationale-Nederlanden niet tegen om direct in een civiele zaak ruim 213.000 euro terug te eisen aan schadevergoeding die aan de sportschool en de sportschoolhouder zijn uitgekeerd. Volgens de sportschoolhouder kan Nationale-Nederlanden niet het uitgekeerde verzekeringsgeld terugeisen omdat hij in beroep is gegaan tegen het oordeel van de strafrechter en hij de geconstateerde feiten betwist.

Vrije bewijskracht

De rechtbank Noord-Nederland wil van niet-ontvankelijkheid niets weten en stelt dat net als de processen-verbaal ook het strafvonnis schriftelijk bewijs is, waaraan vrije bewijskracht toekomt. “Uit een en ander volgt dat feitelijke gegevens uit het procesdossier en het strafvonnis tot het bewijs kunnen dienen en dat de waardering van dat bewijs aan de rechter is overgelaten.”

Tie-wraps onbeschadigd

Vervolgens gaat de rechter in op de vraag of de feiten uit het strafdossier voldoende aannemelijk maken dat de sportschoolhouder zichzelf heeft beschoten en het vuur in zijn zaak heeft aangestoken. Daarbij wordt opnieuw gerefereerd aan het NFI-onderzoek waaruit onder meer blijkt dat de sportschoolhouder de tie-wraps die om zijn benen zaten nooit had kunnen lostrekken zonder deze te beschadigen, terwijl deze onbeschadigd werden aangetroffen. “De rechtbank stelt op grond van voornoemd technisch onderzoek van het NFI vast dat de tie-wraps niet aan elkaar hebben gezeten, terwijl verdachte heeft verklaard dat hij was vastgebonden.”

Schotwonden oppervlakkig

Uit het letselrapport komt volgens de rechters bovendien naar voren “dat de schotwonden van verdachte oppervlakkig zijn en gericht zijn toegebracht, als zijnde ontstaan bij een niet-bewegend en niet tegenstribbelend persoon. De rechtbank stelt op grond daarvan vast dat verdachtes verklaring omtrent de toedracht hierbij niet past, aangezien hij heeft aangegeven te hebben gepoogd zijn belager het pistool afhandig te maken en daarbij te zijn beschoten, te zijn neer geschopt en weer beschoten en tenslotte tijdens zijn val opnieuw te zijn beschoten. Volgens het letselrapport passen de verwondingen van verdachte niet bij een toedracht van strijdgewoel en tijdens een val.”

Financiële nood hoog

Ook de rechters in de civiele zaak maken gewag van het duidelijke motief voor de brandstichting. “De financiële nood was hoog, er waren onvoldoende liquide middelen en reserves beschikbaar om de continuïteit van de Sportschool te kunnen borgen in de periode die nog zou moeten worden overbrugd tot de opening van de sportschool op de nieuwe locatie.”

Toedracht ongeloofwaardig

Dit en ander feiten uit het proces-verbaal en het strafvonnis leiden ook bij de rechtbank in Groningen tot het oordeel dat de in overweging genomen feiten en omstandigheden onverenigbaar zijn met de lezing van de sportschoolhouder. “De door NN aan het procesdossier en het strafvonnis ontleende feitelijke gegevens maken voldoende aannemelijk dat [gedaagde 2] zich schuldig heeft gemaakt aan brandstichting. [gedaagde 2] heeft een scenario geschetst over de toedracht van die brandstichting dat ongeloofwaardig is. [gedaagde 2] heeft in deze procedure onvoldoende concrete feitelijke gegevens aangedragen om dat scenario te onderbouwen. [gedaagde 2] heeft niet meer gedaan dan zijn verweer te onderbouwen met een eigen visie en opvatting over de betekenis die aan die feitelijke gegevens kan worden toegekend waarop NN de toedracht van de brandstichting baseert. In lijn met wat in r.o. 4.9 is overwogen brengt dit met zich dat er in deze zaak geen ruimte is voor het leveren van (tegen)bewijs door [gedaagde 2].”

De sportschool, de sportschoolhouder en/of zijn mede-vennoot moeten de onrechtmatig verkregen uitkering door Nationale-Nederlanden terugbetalen, vermeerderd met alle proces- en beslagkosten die verzekeraar heeft moeten maken.

Reageer op dit artikel