nieuws

Advocaat: ‘Tussenpersoon moet kleur bekennen’

Branche 5336

Tussenpersonen moeten een duidelijke keuze maken of ze opdrachtnemer zijn van de aanbieder of opdrachtnemer van de consument. Het provisieverbod moet bovendien zo aangepast worden dat de degene die opdrachtgever is, ook degene is die betaalt. Dat stelt advocaat Frank ’t Hart in zijn proefschrift dat hij vorige week verdedigde aan de Universiteit van Amsterdam.

Advocaat: ‘Tussenpersoon moet kleur bekennen’

In zijn proefschrift ‘Zorgplicht bij financiële dienstverlening’ somt ’t Hart een aantal onvolkomenheden op van het provisieverbod op complexe financiële producten. Een daarvan is volgens hem dat de wetgever tussenpersonen niet dwingt om kleur te kiezen. “Hierdoor is het mogelijk dat het voor consumenten niet altijd goed mogelijk is om vast te stellen wat de positionering is van een tussenpersoon. Is de tussenpersoon het verkoopkanaal van de aanbieder of de adviseur van de klant of beide?”

Steken laten vallen

De advocaat beschrijft hoe het provisieverbod op complexe financiële producten ertoe heeft geleid dat adviseurs door de consument worden betaald. De tussenpersoon kan daardoor niet langer het verkoopkanaal zijn van de aanbieder. ’t Hart wil buiten beschouwing laten of invoering van het provisieverbod wenselijk is geweest. Wel stelt hij dat de wetgever een tweetal steken heeft laten vallen.

Schadeverzekeringen eenvoudig?

De eerste is volgens hem dat het provisieverbod niet geldt voor alle producten. Consumentenkrediet en de meeste schadeproducten zijn uitgezonderd.  “Hierdoor kan de tussenpersoon – vanuit een consumentenperspectief – in de ene situatie optreden in opdracht van de aanbieder en in de andere situatie in opdracht van de consument. Het argument dat schadeverzekeringen een eenvoudig product zijn en dat daarom het provisieverbod niet van toepassing daarop hoeft te zijn, is geen valide argument. De vraag is bovendien of schadeverzekeringen in de regel eenvoudig van aard zijn”, schrijft ’t Hart.

Informatie uitwisselen

Het tweede gebrek aan het provisieverbod vloeit in de ogen van de advocaat voort uit het Europees recht. In verschillende Europese richtlijnen wordt aanbieders en tussenpersonen een verplichting opgelegd om onderling informatie uit te wisselen. Het gaat om gegevens over de doelgroep van het financieel product en bij wie het product daadwerkelijk terecht komt. Volgens hem gaat Europa bij haar regelgeving er kennelijk van uit dat een tussenpersoon handelt in opdracht van de aanbieder.

’t Hart: “Een dergelijke samenwerking zal ontbreken indien de tussenpersoon uitsluitend handelt in opdracht van de consument. Het verdient daarom de voorkeur om tussenpersonen kleur te laten bekennen: of opdrachtnemer van de aanbieder of opdrachtnemer van de consument. Het provisieverbod dient aldus aangepast te worden dat degene die opdrachtgever is ook de enige is die betaalt.”

Afschaffen portefeuillerecht

In zijn proefschrift pleit ’t Hart bovendien voor afschaffing van het portefeuillerecht. Ook dat noemt hij een onvolkomenheid binnen het huidige provisieverbod. Het portefeuillerecht “verdraagt zich niet goed met de principiële gedachte van de wetgever dat de tussenpersoon niet langer een  tussenpersoon is maar een opdrachtnemer van de klant”, aldus de advocaat. “Het portefeuillerecht past (uitsluitend) in een verhouding waarbij de tussenpersoon handelt in opdracht van de aanbieder (verzekeraar). Dat vloeit ook voort uit de gedachte die aan het portefeuillerecht ten grondslag ligt, te weten het beschermen van de positie van de tussenpersoon jegens de verzekeraar als aanbieder van het financieel product.”

Overigens denkt ’t Hart dat het een kwestie van tijd is totdat het portefeuillerecht tot het verleden behoort. In 2015 scherpte toenmalig minister Dijsselbloem al de regelgeving rondom premie-incasso aan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.