nieuws

Verzekeringsvoorwaarden: veel ruimte voor juridisch getouwtrek

Branche 2138

Dat er het nodige te vijven en te zessen valt over de voorwaarden die verzekeraars hanteren, werd vorige week maar weer eens duidelijk tijdens een symposium van het Amsterdam Centre for Insurance Studies over kleine lettertjes. Een select gezelschap van topdeskundigen boog zich over verzekeringsvoorwaarden en andere juridische regels bij onder meer schade-uitkering en verlenging van de polis.

Verzekeringsvoorwaarden: veel ruimte voor juridisch getouwtrek

Het is een van de meest tot de verbeelding sprekende zaken in het verzekeringsrecht. Een dame gaat in 1984 met haar juwelenkistje naar een modeshow in Amsterdam en laat het doosje abusievelijk op de wastafel staan als ze naar het toilet is geweest. Zodra ze zich had gerealiseerd dat ze haar kostbaarheden was vergeten haastte ze terug, maar van het kistje was al geen spoor meer. “Vermoedelijk waren de juwelen door een andere bezoekster aan het evenement meegenomen”, zo filosofeert Marc Hendrikse, hoogleraar handelsrecht en verzekeringsrecht aan de Open Universiteit. Hendrikse was een van de sprekers tijdens het symposium ‘Juridische aspecten van enige veelvoorkomende verzekeringsvoorwaarden’ van het Amsterdam Centre for Insurance Studies.

Goede Huisvader-clausule

In de zaak van het juwelenkistje weigerde de verzekeraar tot in hoogste instantie de schade van 49.000 Oud-Hollandse guldens te betalen. “Daarbij deed de verzekeraar een beroep op de Goede Huisvader Clausule. Dat kan vandaag de dag sowieso niet meer omdat die clausule niet genderneutraal is”, grapt Hendrikse die daarmee veel gelach aan de volle zaal ontlokt. Op grond van die clausule stelde de verzekeraar dat de vrouw niet zorgvuldig met haar spullen was omgegaan en zich dus geen ‘goed huisvader’ had betoond. “Alleen oordeelde de Hoge Raad uiteindelijk in deze zaak dat een kostbaarhedenverzekering ook betekent dat een moment van onachtzaamheid is meeverzekerd”, aldus Hendrikse.

Vermogensrechtelijke aanspraak

Hendrikse behandelt in zijn lezing de verschillende gradaties van eigen schuld die een verzekerde kan hebben aan een voorval waarbij schade optreedt. “Bij zorgverzekeringen is eigen schuld uitgesloten omdat we dat maatschappelijk gezien niet wenselijk achten. Maar ook bij een WA-verzekering werkt eigen schuld maar tot op zekere hoogte beperkend, anders zou een vermogensrechtelijke aanspraak van derden niet mogelijk zijn.”

Gedrag of het nalaten daarvan

Berry van Wijk, advocate bij Houthoff Buruma in Rotterdam, ging vervolgens in op het verval van rechtsclausules in de verzekeringsvoorwaarden. Daarbij gaat het kortweg gezegd om clausules die gedragingen van verzekerden of juist het nalaten daarvan sanctioneren met het verlies van het recht op een schade-uitkering. Fraude is daarbij het bekendste voorbeeld, maar ook het niet nakomen van de beredderingsplicht in geval van schade.

Ring kwijt

Zoals bij de zaak van een vrouw die bij een strandtent een ring van omgerekend bijna 25.000 euro kwijt raakt. De verzekeraar verwijt de vrouw dat zij niet het personeel heeft ingelicht om met haar naar de ring te zoeken. De rechter stelt in hoogste instantie vast dat het aan de verzekeraar is om aan te tonen dat er een redelijk belang is om de beredderingsclausule in te roepen, maar bevestigt nadien dat de kansen op het terugvinden van de ring zouden zijn vergroot als de vrouw wel het personeel van het strandpaviljoen had ingeschakeld.

Slechts één fietssleutel

Dat redelijk belang was er volgens een recente Kifid-uitspraak niet in een zaak waarbij een fietsendiefstal centraal stond. De fietsverzekeraar weigerde uit te keren en roept de medewerkingsvervalclausule in omdat de verzekerde niet twee, maar slechts één sleutel van het gestolen vehikel wist op te sturen. “Hiervan heeft Kifid gezegd dat het belang van het inroepen van die clausule niet is aangetoond, omdat de vrouw op een andere manier had aangetoond dat de fiets wel op slot stond”, aldus Van Wijk. “Bij het inroepen van vervalclausules bij schade moet altijd het redelijk belang worden aangetoond. Uit de jurisprudentie blijkt dat de consument hierbij veelal een zwakkere positie wordt toegekend dan de verzekeraar. Voor professionele partijen (klanten) gelden iets zwaardere eisen bij het betwisten van de redelijkheid en billijkheid.”

Minstens 25%

Erik-Jan Wervelman, advocaat en rechter-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Den Bosch ging vervolgens in op de clausules die gehanteerd worden bij het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid voor een uitkering van een AOV. Globaal gezien moet er sprake zijn van objectief medisch vast te stellen stoornissen in relatie tot ziekte of ongeval, die iemand voor minstens 25% beperken in de werkzaamheden die zijn verbonden aan beroep of bedrijf.

Toetsmoment werkzaamheden

Het gaat volgens Wervelman bij de veel voorkomende juridische conflicten op AO-gebied vaak al fout bij de door de klant aangeleverde gegevens op het polisblad. “Het toetsmoment van de werkzaamheden is vaak al niet meer in overeenstemming met wat iemand nu doet. Mensen gaan vaak binnen een bedrijf of organisatie in de loop van de tijd iets anders of meer doen. Daarom vind ik het opvallend dat AO-verzekeraars nauwelijks meer mensen op pad sturen om te kijken bij de acceptatie, terwijl het toch vaak om grote risico’s gaat.”

Belastbaarheid functie

Het draait bij juridisch getouwtrek om de uitkering van een AOV vaak om de belastbaarheid van een persoon vs. de belasting van de functie die die persoon had. “Komt er een claim binnen, dan denkt de AO-verzekeraar nu vaak alleen hoe hij die verzekerde weer aan de slag krijgt. Daarbij wordt vaak onvoldoende over het voetlicht gebracht wat de deeltaken waren die iemand uitvoerde.”

Essentiële werkzaamheden

Het is volgens Wervelman niet per se zo dat een of meer deeltaken die een verzekerde nog wel kan uitvoeren er automatisch toe leiden dat een beroep op de AO-dekking geen of verminderd stand houdt. Hij wijst een juridisch geschil tussen een verzekeraar en een tandarts met een solopraktijk die in 1998 arbeidsongeschikt raakt. De verzekeraar wil niet uitkeren omdat de man binnen zijn praktijk ook andere -administratieve- werkzaamheden zou kunnen voeren. Na een lange juridische strijd geeft het gerechtshof de voormalige tandarts in 2010 bij het Gerechtshof (opnieuw) gelijk. Wervelman: “Bij de werkzaamheden die de tandarts niet meer kon uitvoeren ging het om werkzaamheden die zo essentieel zijn voor een tandarts dat ze niet los kunnen worden gezien van de andere werkzaamheden.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.