nieuws

AFM: ‘Is het acceptabel als online aanbieders meer van ons weten dan wij over onszelf?’

Branche 1601

AFM’er Lars van de Ven, gespecialiseerd in de relatie tussen de impact van digitale marketing op de financiële wereld en het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), vraagt zich in een eerste van een reeks blogs af: “Is het acceptabel als online aanbieders meer van ons weten dan wij over onszelf?”. Van de Ven houdt de spiegel voor en tast af waar de grenzen liggen en wanneer we kunnen spreken van een ‘goed moreel kompas’.

AFM: ‘Is het acceptabel als online aanbieders meer van ons weten dan wij over onszelf?’

Van de Ven is werkzaam voor het programmateam Innovatie & Fintech bij AFM. AFM is begonnen met een serie blogs over de impact van digitale marketing op de financiële markten. Van de Ven trapt af met de vraag: “Onze samenleving digitaliseert in hoog tempo. Met moderne technologieën is ons online gedrag nauwkeurig te volgen en te meten. Dit maakt ook vergaande vormen van persoonlijke beïnvloeding mogelijk bij de marketing van producten en diensten. Hoe ver mag een aanbieder gaan om daar gebruik van te maken?”

Snelle toegang

Van de Ven geeft aan dat hij het schrikbarend vindt hoe eenvoudig we online of via mobiele apps informatie over onszelf prijsgeven. “De meesten van ons zijn zich daar niet eens van bewust. Toegegeven, zelf kies ik ook regelmatig voor gemak en accepteer de cookie-melding of privacyverklaring zonder ook maar een letter te lezen. Ik sta er niet bij stil, want ik wil gewoon snel toegang krijgen. Maar dit is niet zonder consequenties. Want met onze impliciete toestemming kunnen aanbieders ongelooflijk veel persoonlijke gegevens vergaren én verhandelen.”

Tracking

Hoe snel dit alles gaat geeft hij als volgt weer: “De verzameling en combinatie van verschillende bronnen van persoonlijke gegevens levert een enorme hoeveelheid waardevolle data op. Online aanbieders kunnen deze berg data met behulp van (zelflerende) algoritmen steeds beter analyseren en zo steeds meer over ons gedrag te weten komen. Zo kan een algoritme op basis van 10 likes op Facebook al beter beoordelen wie je bent dan je collega dat kan, en vanaf 150 likes is er geen verschil met familieleden.” Van de Ven maakt een vergelijking: “Ter vergelijking: de gemiddelde Facebookgebruiker heeft 227 likes. En stel je eens voor als dit wordt gecombineerd met data van slimme apparaten zoals smartphones, smartwatches of fitness trackers zoals locatie, hartslag, met wie we contact hebben, etcetera. Dat maakt het mogelijk om een zeer gedetailleerd profiel je samen te stellen.”

De ethische kant van data extractie

Van de Ven legt er een aantal gedragswetenschappelijke inzichten naast en spreekt over een ‘gevaarlijke cocktail’:  “Want online aanbieders kunnen met al deze kennis ons koopproces steeds meer in hun voordeel beïnvloeden. Wat mij betreft verdient de discussie over de ethische kant hiervan een stuk meer aandacht. Is het acceptabel als online aanbieders meer van ons weten dan wij over onszelf? En wat als zij dit bewust inzetten om in te spelen op onze biases? Kortom, wanneer gaat beïnvloeding over in misleiding?”

De spiegel

De AFM’er kijkt hierbij in de spiegel van de financiële markten: “Kijkend naar mijn eigen terrein, de financiële sector, dan zie ik dat men volop experimenteert met digitale marketing. Dit varieert van het testen van kleine zaken zoals de kleur van een webpagina, tot aan experimenten om het meest effectieve verkoopargument te bepalen, of zelfs de personalisatie van een website met behulp van zelflerende algoritmen. Hoe reageren we hierop als toezichthouder? Duidelijk is dat ons toezicht gelijke pas moet houden met dit soort ontwikkelingen. We gaan bijvoorbeeld nadrukkelijker kijken naar wat de wettelijke vereisten om correcte, duidelijke en niet misleidende informatie te verstrekken aan klanten betekenen in een digitale context.”

Goed moreel kompas?

Van de Ven vraagt zich af waar de grens ligt. “Kunnen we op voorhand bepalen wanneer beïnvloeding overgaat in misleiding? Dat denk ik niet, want er zal altijd een grijs gebied blijven bestaan. Daarom is een goed moreel kompas van de (financiële) aanbieder zo belangrijk. We verwachten dan ook dat financiële instellingen de achterliggende principes van de zorgplicht en het parp-proces in acht nemen bij hun digitale marketingactiviteiten.” Hij vervolgt: “Dat wil zeggen, hoe meer de financiële instelling weet over zijn klant, hoe groter wij diens zorgplicht achten naar die klant. Want als klantdata wordt gebruikt om zo persoonlijk mogelijk iemand te beïnvloeden, geldt daarbij ook dat met dezelfde data voorzienbare schade kan – nee, moet – worden voorkomen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.