nieuws

Wiertsema (Adfiz): ‘Insurtech ontstaat vanuit het intermediair’

Branche 575

Brancheorganisatie Adfiz hield woensdag een Zakelijk Platform-event waarbij insurtech de rode draad was tijdens de plenaire sessies. Onder de sprekers waren Paul Carty, voorzitter van de Standing Commitee van de Europese intermediairkoepel Bipar, en Adfiz-directeur Enno Wiertsema. Volgens hen ontstaat insurtech vanuit het intermediair. Sjaak Schouteren, manager Cyber Risk Solutions bij Aon, was het daar niet mee eens.

Wiertsema (Adfiz): ‘Insurtech ontstaat vanuit het intermediair’

Bipar-baas Carty was door Adfiz uitgenodigd omdat beide organisaties met elkaar samenwerken en Carty de lobbybewegingen voor insurtech en het intermediair vanuit de EU toelichtte. Hij ziet insurtech vooral als een tool en niet zozeer als ondergrond voor nieuwe businessmodellen. Insurtech werd tijdens deze meeting als een parapluterm gezien waarbij niet alleen disruptieve concepten maar ook deelonderwerpen als big data, IoT (Internet of Things) en blockchain werden besproken. In het kader van blockchain vertelde Wiertsema dat Adfiz momenteel in een pilot samenwerkt met de titel ANVA, waarin wordt bekeken of blockchain voor het hypotheekafhandelingsproces zou kunnen worden gebruikt. “Je kunt de technologie pas benutten als je ermee experimenteert”, zei Wiertsema.

Het momentum is belangrijk

Waar Wiertsema en Carty over insurtech spraken als potentiële groeibronnen die vanuit het intermediair zelf ontstaan, sprak Schouteren dit tegen. Hij haalde de krachten van start-ups aan en zei dat vooral vanuit die kant de meeste disruptie en creatie van nieuwe technologie plaatsvindt. Big data is volgens hem één van de grootste bronnen voor de toekomst. Modellen als die van Uber en Airbnb zijn volgens Schouteren zo succesvol omdat door middel van big data de juiste informatie goed wordt geïntegreerd, ontsloten en weer teruggeven. Het momentum van lancering is volgens hem het meest belangrijk. Daarna doorleeft een nieuw concept in de ogen van Schouteren groei die zich zal ontwikkelen op het gevoel van vertrouwen bij de mens.

Toekomst van verzekeringen

De toekomst van verzekeringen ligt volgens Schouteren binnen ideeën zoals ‘one stop’-apps (continu aanpassen van de polis via de app, geautomatiseerd claimproces via de app en wireless transfer). Hij ziet ook toekomst in commodity (dekking in units, dekking per maand of per dag, pay as you go), big data (alles verbonden met sensoren op je auto, lichaam en in je huis, het verzamelen van relevante data en toepassingen met pre-incidenten diensten zoals het automatisch afremmen van auto’s) en online profielen (met een omgekeerd biedingsproces waarbij de klant op basis van het profiel de biedingen van de leverancier opvraagt, directe updates van polissen op basis van die profielen).

Rol van de adviseur

Wat betreft de rol van de adviseur gaf Schouteren aan: “Er zal bijvoorbeeld minder discussie ontstaan bij schade en er ontstaat snellere schadeafwikkeling. De macht ligt bij de datahouder, die heeft een toegevoegde waarde naast de waarde van de vertrouwenspersoon. Maar de vraag blijft wel: wie ontzorgt wie?” Wiertsema vroeg Schouteren: “Maar die kleine en middelgrote intermediairs, hoe kunnen die hiermee aan de slag?” Waarop Schouteren antwoordde: “Contact zoeken, netwerken, praten met start-ups. Daar kun je van leren. Ik zie ze als co-partners, maar kijk ook naar ze als potentiële toekomstige klanten.”

Pensioenleeftijd Franse metrobestuurders: 50

De drie expert-sessies in de middag gingen over de keuze voor zorg & inkomen (Gedragscode Onafhankelijk Collectief Zorgadvies), pensioen (de aanpassingen van pensioenregelingen) en risicomanagement (het ‘gestunt’ met bedrijfsverzekeringen). Ronald Hut van Hut Pensioen Consultancy begon met een vergelijkende studie en besprak kort hoe andere Europese landen omgaan met de pensioenleeftijd. “Wisten jullie dat voor metrobestuurders in Frankrijk een pensioenleeftijd van 50 geldt? Voor treinmachinisten en ambtenaren staat die leeftijd op 54.” Hij besprak ook de prognoses betreffende levensduur: “Voor generaties die nu worden geboren zal een leeftijd van honderd jaar niet meer uitzonderlijk zijn.” Daarbij gaf hij ook aan: “Er moet rekening mee worden gehouden dat jonge generaties pas op 73-jarige leeftijd of later met pensioen zullen gaan.” Hut gaf ook een terugblik en prognose wat betreft de fiscale pensioenrichtleeftijd:

• Tot 2006: 60 jaar: 2,25% per dienstjaar (middelloon)
• Tot 2014: 65 jaar: 2,25% per dienstjaar
• Tot 2018: 67 jaar: 1,875% per dienstjaar (sinds 2015)
• Tot 2024(?): 68 jaar: 1,875% per dienstjaar

“Wordt de AOW-leeftijd op dezelfde wijze verhoogd?” vroeg hij aan de zaal. Nee, was het antwoord. “Bij de AOW-leeftijd wordt er gewerkt met een aanpassing van drie maanden, indien de levensverwachting met drie maanden toeneemt. Met een aankondigingstermijn van vijf jaren, dus weet je vijf jaar vooraf wanneer je AOW krijgt. Conclusie: pensioenrichtleeftijd vanaf 2018 op 68 en AOW leeftijd vanaf 2022 op 67 en 3 maanden,” zei Hut.

Hut was vooral verbaasd wat betreft de beleidsontwikkeling op het gebied van pensioenleeftijd bij verzekeraars. Hij was met name ontsteld over Scildon, die nog geen beleid had opgemaakt toen hij een vergelijking maakte bij de verzekeraars. “En dat terwijl ze nog maar drie maanden te gaan hebben. Hoe moet een adviseur die klanten heeft met contracten bij Scildon dan adviseren over eventuele gevolgen van de premie? Ik kan me voorstellen dat een adviseur zelf op een gegeven moment aansprakelijk wordt gesteld als hij/zij daar niet over (kan) communiceren. De enige manier om dat te voorkomen, is om dan wel een advies uit te brengen waar je eventueel later op terugkomt.” Het lijstje van Hut over pensioenleeftijden opgenomen in het beleid bij verzekeraars bestond uit: Aegon (68), Allianz (67, tenzij), ASR (68), Delta Lloyd (68), Nationale-Nederlanden (68), Onderlinge ‘s-Gravenhage (68), Scildon (is nog onbekend), Zwitserleven (68).

Werk besparen

Hut bracht ook de vraag naar voren: “Wat kun je nu doen om later werk te besparen?” Zijn antwoord was: “Het specificeren van de pensioenovereenkomst, in de pensioenovereenkomst opnemen, dat de werknemers op voorhand akkoord gaan met het opschuiven van de pensioenleeftijd, daarbij tevens opnemen, dat de eventuele versobering van de opbouw gecompenseerd wordt door middel van een lagere eigen bijdrage of een compensatietoeslag. Let op: iedere nieuwe werknemer moet dan ook een pensioenovereenkomst krijgen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.