nieuws

Solvency II: Van dreumes nu tot kleuter in 2020

Branche 1202

Hoewel Solvency II nog maar ruim anderhalf jaar een feit is, wordt er nu al druk geconsulteerd en geëvalueerd over de Europese kapitaaleisen voor verzekeraars. Een symposium in Amsterdam liep alvast op de troepen vooruit. Voorzichtige conclusie: er gaat nog het nodige gesleuteld worden aan de wetgeving.

Solvency II: Van dreumes nu tot kleuter in 2020

“Solvency II is een dreumes die net zijn eerste stapjes heeft gezet.” Met die woorden trapte Olaf Sleijpen, divisiedirecteur toezichtbeleid bij De Nederlandsche Bank zijn lezing af tijdens het symposium De Evaluatie van Solvency II. De bijeenkomst, georganiseerd door het Amsterdam Centre for Insurance Studies, vond eind vorige week plaats in de Koninklijke Industriële Groote club in hartje Amsterdam, door de barman van dienst omschreven als een echte herensociëteit. Toch waren er onder de paar dozijn toehoorders ook de nodige dames om kennis of PE-punten op te halen.

Winstpunten

Sleijpen schetst om te beginnen de achtergrond van het Solvecy II-pakket dat in 2020, samen met de langetermijngarantiemaatregelen (LTG), geëvalueerd moet worden. De evaluatie van de standaardformule om de Solvency II-ratio (SCR) te bepalen, vindt nu al plaats. De DNB-directeur stipt de winstpunten aan van de standaardformule. “Er wordt nu gekeken naar marktwaardering om te kijken of een verzekeraar aan zijn verplichtingen kan voldoen”, aldus Sleijpen. “Ook is de meting gebaseerd op daadwerkelijke risico’s in plaats van verplichtingen op de balans.” Ook de beoogde toename van de transparantie is volgens Sleijpen gerealiseerd.

Gelijk speelveld

Bij de vierde doelstelling, het bereiken van een gelijk speelveld door harmonisatie valt volgens hem nog wel wat winst te boeken. “De Europese bancaire sector is op dat vlak al een heel stuk verder dan de verzekeraars.” Dat blijkt ook als gekeken wordt naar de actuele solvencyratio’s van de verzekeringssectoren in de diverse EU-landen. Nederland scoort laag ten opzichte van de meeste andere Europese landen omdat de SCR in Nederland behoorlijk zuiver – zeg maar cold turkey – wordt toegepast. Wordt er echter geen rekening gehouden met de LTG en allerlei overgangsmaatregelen die sommige landen nu inboeken, dan scoort Nederland een stuk hoger. “Er zijn nu nog grote verschillen, maar Keulen en Aken zijn ook niet in één dag gebouwd”, meent Sleijpen.

Ultimate Forward Rate

En dan zijn er nog voldoende andere punten die bij de eerste SCR-consultatie en -evaluatie ter tafel komen. Zo wordt er nog altijd gerekend met met een Ultimate Forward Rate (UFR) van 4,2% voor toekomstige verplichtingen, waar de marktrente inmiddels al een stuk lager ligt. Sleijpen: “Het zorgt ervoor dat de verplichtingen te laag worden gewaardeerd en het eigen vermogen wordt overschat. De UFR ondermijnt het rentedekkend beleid, verzekeraars dekken nog maar 60 tot 70% van het renterisico af terwijl op de lange termijn de volatiliteit toeneemt. Dit blijft een politiek gevoelig onderwerp dat op de agenda zal blijven.”

Opslagen voor volatiliteit

Ander heikel punt op het vlak van de LTG betreft de opslagen die verzekeraars moeten hanteren voor de volatiliteit in hun vermogen. Nederlandse verzekeraars gebruiken hiervoor de volatilty adjustment boven op de rentecurve die wordt gebruikt om de UFR te berekenen, waar verzekeraars in bijvoorbeeld Engeland en Spanje de matching adjustment gebruiken voor afgebakende verzekeringsportefeuilles.

Uitgestelde belastingen

Maar het kan nog technischer als ook nog wordt gekeken naar de verschillende manieren waarop Europese verzekeraars omgaan met de factor LAC DT, oftewel in goed Engels de loss absorbing capacity of deferred taxes. Verzekeraars mogen hun toekomstig te verrekenen belastingen aftrekken van het benodigde eigen vermogen. “Nederlandse verzekeraars hebben gemiddeld een grote netto DTA-positie (deferred tax assets), omdat Nederlandse verzekeringen vaak ook lang lopen”, aldus Sleijpen.

Grote impact

Als er naar aanleiding van de consultaties en evaluaties toch gesleuteld gaat worden aan deze faciliteit heeft dit volgens Sleijpen een heel grote impact op de SCR en het vereiste eigen vermogen. “Misschien wel de grootste.” Van ruwe methodes, bijvoorbeeld door de latente belastingverplichting te ‘cappen’ toont hij zich geen voorstander. “Dit is ook voor DNB echt een punt om in de gaten te houden en voor te zorgen dat de huidige berekeningswijze niet wordt weggepoetst.”

Roze bril

De DNB-directeur benadrukt dat de Nederlandse toezichthouder vanuit zijn rol bij Solvency II de economische realiteit van verzekeraars als aanknopingspunt hanteert. Anders dan regelmatig valt op te tekenen in de branche is DNB er volgens Sleijpen niet op uit om het beste jongetje van de klas te zijn in Europa. “Het is niet ons doel om aan gold plating te doen. Het andere uiterste is een roze bril. Als we nu zouden zeggen dat er niets aan de hand is, dan heb je als verzekeraar straks toch echt wel een probleem.” Hij voorziet op termijn meer convergentie – het gelijktrekken – van de rekenregels die nu nu nog heel verschillend worden toegepast. “De dreumes is anderhalf, in 2020 is het een kleuter.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.