nieuws

DNB eist van verzekeraars berekening ‘kale’ solvabiliteit

Branche 1554

Verzekeraars moeten oog houden voor hun solvabiliteit zonder risicodempende rekenfactoren als de Ultimate Forward Rate (UFR) en de Volatility Adjustment (VA) mee te rekenen. Dat geeft toezichthouder DNB aan. Het is met name van belang als de solvabiliteit zonder deze factoren laag uitkomt: dan kunnen bij overdracht van verplichtingen de rechten van verzekerden weleens in gevaar komen, waarschuwt DNB. Met het Verbond van Verzekeraars zijn afspraken gemaakt over alternatieve berekeningen die de ‘kale’ solvabiliteit inzichtelijk moeten maken.

DNB eist van verzekeraars berekening ‘kale’ solvabiliteit

In de Solvency II-richtlijnen zijn elementen opgenomen die ervoor zorgen dat de solvabiliteitsratio minder gevoelig is voor marktomstandigheden, zoals de lage rente. Daaronder zijn de zogeheten UFR-extrapolatie en de Long Term Guarantee (LTG)-maatregelen, waaronder de Volatility Adjustment (VA) valt. Die vertroebelen het zicht op de werkelijke solvabiliteit van maatschappijen, vindt de toezichthouder. “Vooral vanwege de UFR-extrapolatie in Solvency II is de impact van de huidige lage rente niet volledig zichtbaar in de wettelijke solvabiliteit van (levens)verzekeraars.”

UFR en VA

De UFR wordt gebruikt als rente waarmee de actuele waarde van toekomstige verplichtingen wordt berekend. Dat heeft voordelen, want de in Europees verband vastgestelde UFR voor verzekeraars staat nu op 4,2%. In een markt met zeer lage rentes zorgt de UFR vanwege het hogere rekenrendement dus voor een relatief lagere waardering van de verplichtingen. Als onderdeel van de factoren due de UFR bepalen, is er de Volatility Adjustment (VA), die als vaste opslag wordt gehanteerd.

Om problemen te voorkomen, moeten verzekeraars de solvabiliteit zonder deze corrigerende factoren in de gaten houden, vindt DNB. “Met name als een verzekeraar op basis van de marktrente en zonder VA een relatief lage solvabiliteit heeft. Het risico bestaat dan dat bij liquidatie of overdracht van verplichtingen de rechten van polishouders mogelijk moeten worden gekort. Op het moment dat een verzekeraar onverhoopt in de problemen komt, wil DNB dat de verzekeraar voldoende middelen heeft om de verplichtingen over te dragen aan een andere partij die wel over voldoende kapitaal beschikt. Van belang is daarom dat verzekeraars zich hier bewust van zijn en hier waar nodig adequate opvolging aan geven.”

Overleg met Verbond

DNB zegt al eerder op dit probleem te hebben gewezen: eind vorig jaar in de sectorbrief kapitaalbeleid en in het Overzicht Financiële Stabiliteit van juni van dit jaar. “Sinds de publicatie van de sectorbrief kapitaalbeleid hebben DNB en het Verbond van Verzekeraars overlegd op welke wijze verzekeraars dit risico meer concreet kunnen adresseren. Dit heeft eraan bijgedragen dat verzekeraars bij het maken van projecties onder meer rekening houden met de zogenoemde UFR- en VA-drag, conform de jaarlijkse rapportage aan DNB hierover.” Die ‘drag’ is het verschijnsel dat het eigen vermogen onder Solvency II-normen elk jaar daalt doordat de rentetermijnstructuur van Solvency II afwijkt van de risicovrije marktrentes. Dat heeft weer impact op het kapitaalbeleid en de Own Risk & Solvency Assessment. “Ook stellen verzekeraars zelf een eigen, degelijk onderbouwde waardering vast voor hun technische voorzieningen, met als vertrekpunt de alternatieve rentetermijnstructuur die ze gebruiken voor de kwartaalrapportage waarin is gecorrigeerd voor de impact van de VA en de UFR.”

Controle

DNB gaat beoordelen in hoeverre verzekeraars zich aan die afspraken houden. “Dit gebeurt risicogebaseerd en op instellingsniveau. DNB verwacht dat verzekeraars een waardering van de technische voorzieningen opstellen op basis van de eigen alternatieve rentetermijnstructuur en dat deze een passende opvolging krijgt in hun beleid.”

Reageer op dit artikel