nieuws

Zomerserie (15): zeven vragen aan Wesley van ‘t Hof, eigenaar van Hoffelijk Financieel

Branche 2091

In de zomerluwte komt amweb met een serie interviews met mensen uit de verzekeringssector. Luchtig, maar toch prikkelend. We leggen ze tien vragen voor, waarvan ze er zeven moeten beantwoorden. De vijftiende in de reeks is Wesley van ‘t Hof, algemeen directeur van Hoffelijk Financieel.

Zomerserie (15): zeven vragen aan Wesley van ‘t Hof, eigenaar van Hoffelijk Financieel

1.We zijn halverwege 2016. Hoe zou je het jaar tot nu toe kenschetsen? Wat ging goed? Wat ging fout?
“2016 is een druk en dynamisch jaar. Enerzijds zijn we druk met partijen die de basis neer aan het zetten zijn (Wft en PEplus halen + PA inrichten), anderzijds druk met partijen die de volgende stap aan het zetten zijn (verdieping op kennis en vaardigheden maar ook het meer invulling geven aan PA door dit niet alleen in te vullen met Wft-content maar ook met eigen content). We groeien hard en om onze opdrachtgevers dat in onze kwaliteit en ons servicelevel niet te laten merken, hebben we veel nieuwe collega’s aangenomen en investeren we enorme bedragen in automatisering. Wat ging fout? De drukte opvangen door extra ‘handjes’ aan te nemen in plaats van extra ‘sterke schouders’. Daar heb ik veel van geleerd: soms doe je meer met minder mensen. Maar gelukkig hoor ik dagelijks terug dat men alleen hoort en ziet dat we groeien maar het niet ‘merkt’. Missie geslaagd!”

2. Wat hoop je dat er in de tweede helft van 2016 nog gebeurt?
“Dat de jongste telg in de Hoffelijk-familie (Hoffelijk Kwaliteit; gespecialiseerd in het uitvoeren van kwaliteitaudits op het gebied van hypotheken) door nog meer partijen ervaren wordt als vernieuwende manier van auditing. We hopen dat men deze manier niet ervaart als ‘afrekenen’ maar als ‘gezamenlijk verbeteren’. Door het, op basis van de uitkomsten van de audit, aanbieden van kosteloze leerinterventies zullen de betreffende adviseur en het bedrijf hier zeker toegevoegde waarde van ervaren. En uiteraard dat ons nieuwe concept, waar we binnen twee maanden mee live gaan en ik nu nog niets over kan zeggen, een succes wordt. Spannend!”

3. Waar ga je heen met zomervakantie? En waarom?
“Ik ben niet echt een vakantiemens; veel collega’s noemen me een workaholic. En om ze vooral niet het tegenovergestelde te bewijzen, ga ik deze zomer niet op vakantie. Er is genoeg te doen en in de zomer kan je altijd veel meters maken. En als je je elke dag bezig mag houden met jonge talenten, gave producten, ambitieuze klanten en innovatie dan voelt iedere dag als vakantie. Ik knal dan liever even door en pak gewoon wat vaker een terrasje wanneer het mooi weer is.”

4.Als je één ding in de markt zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?
“Dat er zoveel geklaagd wordt. Onder andere over toezicht, het vakbekwaamheidsbouwwerk, automatisering en vaak zelfs: de klant. Sommige dingen in een breder perspectief zien en realiseren dat er verschillende belangen spelen, zou daar een stuk bij helpen. Maar ik begrijp ook: iedereen voelt zijn eigen ‘leed’ het meest en de belangen zijn groot.”

5.Van wie heb je het meest geleerd qua kennis en ervaring? En waarom?
“Van mijn opdrachtgevers. Als adviseur van de consument die, zolang ik daar maar oog voor had, altijd prima liet merken (vooral non-verbaal) wanneer ik teveel jargon gebruikte, te snel dacht of vanuit mijn eigen perspectief praatte in plaats van te doorgronden wat déze opdrachtgever precies voor behoefte had (lees: dat is vaak anders dan dat de klant vraagt of zegt). En als adviseur van de organisatie die wij juist wel of niet mogen ondersteunen en ontzorgen op vakbekwaamheidsgebied. Als dienstverlener sta je ten dienste van je opdrachtgevers en heb ik geleerd hen dankbaar te gebruiken als spiegel en sparringspartner. Zo leren mijn collega’s en ik iedere dag meer van hen en krijgen onze opdrachtgevers diensten die beter afgestemd zijn op hun behoefte. Win-win.”

6. Als je nichtje van 21 bij je komt voor advies, want ze wil een financieel advieskantoor beginnen, dan zeg je…
“Gaaf dat je dezelfde passie hebt als ik. Waarom begin je een nieuw advieskantoor? Waarom niet aansluiten bij een franchiseformule of in loondienst bij een bestaand kantoor? Op welk gebied ga je je onderscheiden? Wat ga je toevoegen? Toevoegen voor de branche maar vooral ook voor de klant? Hoe ga je je klant financiële rust bieden en hoe zorg je ervoor dat je van toegevoegde waarde blijft?” Om haar dan vervolgens direct mijn excuses aan te bieden voor het doordraven met mijn kritische vragen. Het is uiteraard gewoon supergaaf dat ze ‘het vak’ in wil.”

7.Mijn boodschap aan het intermediair in Nederland is…
“Kijk vooral naar de toekomst en niet meer naar het verleden. De wereld verandert snel en wij als branche veranderen soms, voor mijn gevoel, minder snel. De consument heeft altijd behoefte aan advies dus laten we dat duidelijk blijven maken door toegevoegde waarde te blijven bieden ten opzichte van een standaard/computeradvies. Die computer wordt met rasse schreden beter; laat hem ons niet inhalen.”

De voorgaande edities van de Zomerserie 2016 staan hier.

Reageer op dit artikel