nieuws

Eric Lacroix: ‘Ze weten wat ze aan me hebben’

Branche 1141

Het kantoor van Offermans-Joosten (60 medewerkers) in Geleen is vol bedrijvig geroezemoes als directeur Eric Lacroix de tijd neemt te reflecteren op zijn leiderschap. Hij is in zijn directiefunctie gerold door zijn ervaring en z’n van nature kordate persoonlijkheid. Niet dat hij daardoor nu alle wijsheid in pacht heeft, want hij erkent ronduit dat ‘al doende leren’ erbij hoort, ook bij leiders.

Eric Lacroix: ‘Ze weten wat ze aan me hebben’

27 jaar geleden was  hij nog allround assurantieadviseur bij het kantoor van de gebroeders Offermans. Zij leunden bij het leiden van de organisatie stevig op ervaren krachten zoals Eric. Hij stuurde de buitendienst aan. “Ik was me niet zo bewust van mijn leidinggevende capaciteiten. Ik was er niet voor opgeleid, had plezier in mijn adviseurschap. Ik vermoed dat mijn doortastende manier van doen een rol speelde bij het ‘verdelen’ van de posten. Ik ben iemand die initiatief neemt, die doorpakt. Ik ga niet twee weken zitten wachten voordat ik in actie kom.”

‘Ze weten wat ze aan me hebben’
Bij de fusie met het kantoor van Joosten in 2001 werd hij directeur. In de jaren die volgden, bleef hij lessen trekken. “Ik heb onder meer geleerd om minder impulsief te reageren, om me niet mee te laten slepen in de waan van de dag en de tijd te nemen voor mensen, voor hen klaar te staan als het nodig is. Mijn kantoor is gewoon op de werkvloer. We hebben overal deuren van glas die bovendien altijd openstaan. Iedereen kan zo bij me binnenlopen, dat heb ik het liefst. Ben ik een goede manager? Geen idee. Ik denk wel dat het oordeel heel erg samenhangt met mijn persoon. Ik ben – zakelijk en privé – heel duidelijk. Mensen weten wat ze aan me hebben.”

Durven loslaten
Net zo’n belangrijke les vindt Eric ‘durven loslaten’. “Ik leerde om niet alles zelf te willen doen. Natuurlijk wil ik grip houden op de cijfers, de omzet. Ik neem besluiten waar nodig. Maar daar houdt het op. Daarna ben ik vooral een begeleider en faciliteer ik mensen.” Om geen vacuüm te laten ontstaan, werkt Offermans-Joosten met een systeem met afdelingshoofden. “Dit zijn de mensen die vakinhoudelijk kunnen toetsen of medewerkers goed presteren. Ik ben van oorsprong pensioenadviseur, verwacht niet van mij dat ik de afdeling volmachten goed kan beoordelen. Dat laat ik bewust aan de mensen over die expertise in dat vakgebied hebben.”

Naast directeur van Offermans-Joosten is Eric ook bestuursvoorzitter van de Noordeloos Groep (NLG) en directeur van NLG Pensioenservices. “Leiderschap betekent hier dat ik vooral procesbegeleider ben en een verbindende rol heb. Ook hier geldt dat ik het niet als mijn opdracht zie om alles zelf te willen doen.”

‘Ze schaamden zich’
De lijnen uitzetten is wat Eric wél doet. Nog voor het provisieverbod koos hij met Offermans-Joosten al voor een verdienmodel zonder provisies. “We zijn toen voorzichtig begonnen om eraan te wennen en ervan te leren.” Wat bleek: sommige medewerkers schaamden zich om klanten de tarieven mee te delen. “Schaamte ontstaat als je zelf eigenlijk niet weet wat je allemaal doet voor de prijs die je vraagt. Daarom zijn we onszelf bewust gaan maken van het werk dat we verzetten. We besloten ook de klant daarin mee te nemen. Proactief, door hem goed op de hoogte te houden en hem zo met raad en daad bij te staan op de momenten die ertoe doen. We plukken daar nu de vruchten van; we hebben tevreden klanten. We blijven werken aan onze positionering als steun en toeverlaat. Niet de wet maar de markt is daarbij leidend. Internet-dienstverlening prima, maar wel met onze eigen persoonlijke, proactieve aanpak.”
Meer interviews uit deze reeks lezen? Laat u inspireren.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.