nieuws

De conclusies en pregnante kwesties uit het rapport van de Vereniging ‘Geen PE (Plus) Examens Meer’

Branche 1681

Het rapport ‘PEplus-examens: van keurslijf naar prikkel voor professionalisering van financieel adviseurs’ waarin wordt gepleit voor een beroepsorganisatie van financieel adviseurs, bevat een groot aantal conclusies die zijn getrokken uit gesprekken met financieel adviseurs en brancheverenigingen. De belangrijkste op een rij.

De conclusies en pregnante kwesties uit het rapport van de Vereniging ‘Geen PE (Plus) Examens Meer’

Er is door de onderzoekers van BMC-advies gesproken met elf uitvoerend financieel adviseurs, van kleine, middelgrote en grote advieskantoren. De meeste adviseurs zijn zelf eigenaar of mede-eigenaar van hun kantoren. Vijf van de geïnterviewde adviseurs zijn lid van de Vereniging Geen PE(Plus) Examens Meer.

De zeven belangrijkste conclusies:

  1. De geïnterviewde financieel adviseurs zijn van mening dat de branche uit een periode komt waarin zowel misstanden als een gebrek aan niveaugarantie een rol spelen. Het is goed dat hier een streep onder wordt gezet. De respondenten benadrukken hierbij dat het grootste deel van de branche in diezelfde periode altijd naar eer en geweten en met kennis van zaken gehandeld heeft.
  2. De geïnterviewde financieel adviseurs zijn van mening dat het nieuwe vakbekwaamheidsstelsel zorgt voor een welkome kwaliteitsimpuls. Tegelijkertijd vinden de adviseurs dat het stelsel erg top-down is ingevoerd, waarbij weinig uitleg is gegeven over de gemaakte keuzes en weinig begrip is getoond voor bestaande kwaliteit en professionaliteit in de sector.
  3. De adviseurs hebben er grote moeite mee dat er bij de invoering van het examen geen hardheidsclausule is opgesteld, dat er geen mogelijkheid is om in beroep te gaan tegen het examen en dat het (volledige) examen na afloop niet is in te zien.
  4. De geïnterviewde financieel adviseurs zijn naar hun mening serieus bezig met hun professionaliteit. Hier wordt op verschillende manieren vorm aan gegeven. Veel adviseurs geven daarnaast aan dat de organisatie rond de PEplus-examens zo ingrijpend is dat er op dit moment weinig tijd, geld en energie overblijft voor andere vormen van professionaliteitsverbetering.
  5. Uit de gesprekken komt het beeld naar voren dat de PEplus-examens vooral voor kleinere kantoren een grote kostenpost vormen.
  6. De geïnterviewde financieel adviseurs zien drie belangrijke neveneffecten van het nieuwe vakbekwaamheidsstelsel: 1) het aantal kleine kantoren zal (verder blijven) afnemen, 2) er is weinig nieuwe instroom vanuit het initiële onderwijs en 3) de branche wordt niet gestimuleerd om een eigen idee van professionaliteit te ontwikkelen.
  7. Er is onder de geïnterviewde adviseurs draagvlak voor een verplicht PE-puntensysteem, waarbij aandacht zou moeten zijn voor intercollegiaal contact. Een toets gericht op feitelijke kennis zou hier deel van kunnen uitmaken.

Branchevertegenwoordigers
De onderzoekers spraken ook met vier vertegenwoordigers van de branche (Colinda Rosenbrand (OvFD), Wilbert Schellens (consultant), Dik van Velzen (Nibe-SVV) en Bettie Hoogsteen (Adfiz) alsmede met twee vertegenwoordigers van het onderwijs (docenten van opleidingen financiële dienstverlening).

De vier belangrijkste conclusies:

  1. Vertegenwoordigers van de branche begrijpen dat de overheid heeft ingegrepen. Ondanks de bestaande PE-systemen, had de financiële branche de vakbekwaamheid van de adviseurs onvoldoende in beeld. Voor de brancheorganisaties was het echter een groot probleem dat een nieuw vakbekwaamheidssysteem gepaard moest gaan met de introductie van een examen. Daarnaast werd het examen volgens een deel van de respondenten erg abrupt ingevoerd en is er volgens de geïnterviewden niet genoeg tijd genomen voor een testfase. Er is veel inhoudelijke kritiek op de PEplus-examens, met name op de kwaliteit van de vraagstelling.
  2. De respondenten uit de brancheorganisaties zijn van mening dat de invoering van het nieuwe vakbekwaamheidsstelsel gepaard had moeten gaan met een hardheidsclausule en een pakket overgangsmaatregelen.
  3. De respondenten vragen zich af of met het huidige examensysteem de deskundigheid van financieel adviseurs wordt bevorderd. De focus ligt geheel op de examens, die niet gezien worden als een goed middel om professionaliteit te toetsen en die te stimuleren, terwijl er ook nog vele andere manieren van professionaliteitsbevordering denkbaar zijn.
  4. De diploma-eis zorgt voor teruglopende studentaantallen in de mbo- en hbo-studies die opleiden voor financieel dienstverlenende beroepen.

Examenbank
BMC had ook het voornemen om voor het rapport inzage te krijgen in de vragen uit de examenbank. Hiervoor heeft BMC geen toestemming gekregen van het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening. “Mogelijk was deze op termijn wel te verkrijgen, maar dit zou een langdurige procedure vergen en een forse vertraging in de oplevering van het voorliggende rapport”, aldus de auteurs van het rapport.

Pregnante kwesties
De onderzoekers concluderen uiteindelijk dat een beroepsorganisatie een goed alternatief kan zijn voor de PE-plicht. Zij denken ook dat de branche op die manier in een betere positie komt om een paar pregnante kwesties bij het Rijk onder de aandacht te brengen.

Kwestie 1
In de financiële adviesbranche is een gat ontstaan tussen de initiële opleiders (het mbo en het hbo) en de adviesbranche zelf, doordat studenten nauwelijks in staat blijken te zijn om te slagen voor het PEplus-examen. Om te waarborgen dat er voldoende nieuwe financieel adviseurs instromen in de branche, is het nodig om goed te analyseren wat precies de oorzaken zijn van het niet slagen voor het examen en te bezien of er voor studenten alternatieven mogelijk zijn om toe te treden tot het beroep van financieel adviseur (bijvoorbeeld: een diploma geeft recht op de titel aspirant financieel adviseur, waarna aspirant-adviseurs enkele jaren de tijd krijgen om te voldoen aan de exameneisen van het CDFD).
Kwestie 2
Een kwetsbare groep in de financiële adviesbranche is het kleinere regiokantoor met één of meerdere adviseurs, die breed advies geven. Omdat het huidige systeem zich meer lijkt te richten op specialisaties (de Wft-examens zijn ingedeeld in modules), moet er nagedacht worden over de toekomst van het regiokantoor en de specifieke meerwaarde van deze kantoren ten opzichte van andere mogelijkheden voor klanten om financieel advies te krijgen. Juist deze groep is het meest geraakt (zowel in de kosten als in het gevoel van onrechtvaardigheid) door de invoering van de Peplus-examens.
Kwestie 3
Hoewel op dit moment nog niet precies te voorzien valt hoe groot de groep financieel adviseurs zal zijn die er niet in zal slagen om te voldoen aan de eisen van het PEplus-examen, lijkt het verstandig om na te denken over een overgangsregeling en/of een sociaal vangnet voor deze groep financieel adviseurs.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.