nieuws

Wet civielrechtelijk bestuursverbod: (malafide) bestuurders, opgepast!

Branche 556

Vorig jaar bent u op onze Kennispagina bericht over het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod. Het wetsvoorstel aangaande de mogelijkheid een civielrechtelijk bestuursverbod op te leggen is op 5 april 2016 aangenomen door de Eerste Kamer. Op 25 april 2016 is de wet civielrechtelijk bestuursverbod van 8 april 2016 in het Staatsblad gepubliceerd. De wet zal leiden tot de invoeging van de artikelen 106a t/m 106e in de Faillissementswet.

Wet civielrechtelijk bestuursverbod: (malafide) bestuurders, opgepast!

De wet strekt ertoe om te voorkomen dat malafide bestuurders bij een rechtspersoon bestuurder of commissaris kunnen blijven of worden. Met ‘bestuurder’ wordt tevens een feitelijk leidinggevende bedoeld die niet als statutair bestuurder bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat ingeschreven. Ook gewezen bestuurders en commissarissen vallen onder het bereik van de wet.

Bestuurders die zich bezighouden met faillissementsfraude of die zich schuldig hebben gemaakt aan wanbestuur in de aanloop naar een faillissement kunnen langs civielrechtelijke weg een bestuursverbod opgelegd krijgen van maximaal 5 jaar. In het handelsregister zal openbaar ter inzage zijn met personen aan wie een bestuursverbod is opgelegd. Een schandpaal dus voor malafide bestuurders, met een potentie tot – naast het voorkomen van (verdere) malversaties – het aanzienlijk berokkenen van schade aan de naam en reputatie van de betrokkene.

Diverse redenen kunnen aan een bestuursverbod ten grondslag liggen. Een bestuursverbod is onder meer mogelijk (i) na vaststelling van aansprakelijkheid wegens wanbeleid dat tot een faillissement heeft geleid, (ii) bij bepaalde doelbewuste benadeling van crediteuren voorafgaand aan faillissement, (iii) bij het tekortschieten in de informatie- en medewerkingsplicht jegens de curator, of (iv) bij repeterende faillissementen.

De nieuwe wet  zou met voldoende waarborgen omkleed moeten zijn om te voorkomen dat het bereik niet dermate wordt dat ook bonafide bestuurders van gefailleerde rechtspersonen in dit opzicht risico’s lopen.

De positie van de curator wordt aanzienlijk versterkt door ook hem de mogelijkheid tot het indienen van een verzoek tot het opleggen van een bestuursverbod toe te kennen. De curator heeft in de toekomst aldus een aanzienlijke stok achter de deur door in voorkomende gevallen zowel de bestuurder aansprakelijk te stellen als om een bestuursverbod te vorderen. Hiermee zal hij prudent, zorgvuldig en voldoende terughoudend moeten omgaan. Volgens de Memorie van toelichting moet een civielrechtelijk bestuursverbod immers “een uitzonderlijke sanctie voor uitzonderlijke situaties” vormen en zal een bestuursverbod na een faillissement geen automatisme mogen zijn.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Auteur: Daan Baas

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.