nieuws

Femke de Vries (AFM): ‘Adviseur moet soms de partypooper zijn’

Branche 6325

Adviseurs streven naar klanttevredenheid, maar dat bereik je niet altijd als je doet wat het beste voor de klant is. Je zult soms nee moeten verkopen. Dat en meer zegt Femke de Vries, sinds oktober 2015 bestuurder bij de AFM in een interview met am:magazine.

Femke de Vries (AFM): ‘Adviseur moet soms de partypooper zijn’

De Vries is relatief nieuw bij de AFM, nadat ze een snelle carrière doormaakte bij DNB. Ze werd er uiteindelijk secretaris-directeur: een topfunctie vlak onder het bestuur. Bij de AFM nam ze ook dat laatste treetje en heeft ze als bestuurslid onder andere verzekeraars en adviseurs in haar toezichtsportefeuille.

In gesprek
Met adviseurs en bemiddelaars had ze bij DNB niet te maken. “De doelgroep van de AFM is breder en dat spreekt me aan. Dat daar adviseurs bij zijn die geen blad voor de mond nemen, dat vind ik eigenlijk alleen maar prettig. Een van de eerste dingen die ik heb gedaan toen ik hier kwam, was rondetafels organiseren met groepen financieel adviseurs. Dat was ontzettend leuk, en ze waren heel open. Ik denk dat het uitstekend is om als toezichthouder met de sector in gesprek te zijn. Niet de wet voorschrijven, maar met elkaar praten en van beide kanten geen blad voor de mond nemen. In gesprek zijn betekent overigens niet onderhandelen, maar wel dat je elkaar hoort en probeert te begrijpen. Ik proef die intentie overal binnen de AFM.”

Spelbreker
De Vries verwacht van adviseurs dat ze soms nee verkopen. “De lage hypotheekrente is op de lange termijn een risico: die rente kan straks zomaar twee keer zo hoog zijn en klanten moeten daar wel over nadenken: kunnen ze dat dragen? Als adviseur zul je dan soms toch de spelbreker, de partypooper, moeten zijn en óók dat plaatje van de stijgende rente moeten bekijken. Dat móet die adviseur doen, dat is zijn verantwoordelijkheid, maar dat zal hem door de klant niet altijd in dank worden afgenomen. Die worsteling zag ik ook in de rondetafels: adviseurs streven naar klanttevredenheid, maar dat bereik je niet altijd als je doet wat het beste voor de klant is. Je zult soms nee moeten verkopen. Een adviseur vertelde bijvoorbeeld dat iemand uit zijn familie bij hem had aangeklopt. Die persoon wilde gaan samenwonen en maximaal gaan lenen. Het kon net, maar de adviseur had tóch nee gezegd. En dat leidde tot een enorm leuk gesprek tussen die adviseurs. De vraag kwam op: ben ik er dan als adviseur voor om zo iemand te behoeden? Het antwoord is natuurlijk ja. Maar toch spelen krachten die maken dat zo’n beslissing ingewikkeld is; je hebt ook een business te runnen en een adviestraject levert meer op dan nee verkopen.”

Provisieverbod
Over de aanstaande evaluatie van het provisieverbod zegt De Vries: “Of het provisieverbod de toegang tot advies anders heeft gemaakt, daarover hoor ik verschillende geluiden. Adviseurs maken zich daar zorgen over, maar er zijn ook partijen die dat probleem helemaal niet herkennen. Daar moeten we feitelijke informatie over verzamelen. Wat ik interessant vind: veel adviseurs hebben tegen me gezegd dat ze blij zijn met het provisieverbod omdat klanten nu ook zien dat advies een product is waar uren werk in zit.”

Verliezen
Het optreden en ingrijpen van de AFM leidt soms tot gerechtelijke procedures. De AFM won in 2015 twee derde van die zaken. In één op de drie gevallen zit de toezichthouder dus verkeerd. De Vries daarover: “Een toezichthouder die nooit verliest, die doet zijn werk niet goed. Soms wandelen partijen op het randje, maar is wat er gebeurt evident niet goed voor de klant. Dan kunnen wij ons wel heel legalistisch naar de letter van de wet opstellen, maar dan gaan we toch handhaven. En daar kan een rechter dan anders over denken. Verliezen ligt dus genuanceerd, maar we hebben een systeem met bezwaar en beroep dat werkt.”

Rekening
Dat de markt nogal eens mort over de kosten van de AFM begrijpt De Vries. “Wij proberen zo kostenbewust mogelijk te zijn”, zegt ze. “Maar de breedte van de taken van de AFM is gigantisch en de baten zijn ook groot. Al zal dat degene die de rekening krijgt niet zo interesseren. Het is aan het ministerie van Financiën om de kosten te verdelen over de instellingen die onder toezicht staan. Maar dat zijn niet de enige kosten. Er zijn natuurlijk ook indirecte kosten omdat je wordt lastiggevallen door de AFM en informatie moet geven. Die onderzoeken zijn risicogebaseerd. Dus als een sector beter presteert, dan zullen die indirecte kosten zeker dalen. Dat kan ik wel beloven.”

Het hele interview met Femke de Vries staat in nummer 22 van am:magazine dat vandaag verschijnt.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.