nieuws

CFD: ‘Provisieverbod is strijdig met Europees Unierecht’

Branche 8225

In het kader van de komende evaluatie op het provisieverbod complexe financiële producten, constateert de Commissie Financiële Dienstverlening (CFD) dat het verbod strijdig is met het Europees Unierecht en legt middels een brief aan de vaste Kamercommissie voor Financiën enkele vragen voor aan minister Dijsselbloem.

CFD: ‘Provisieverbod is strijdig met Europees Unierecht’

De CFD stelt dat het provisieverbod niet alleen contraproductief is voor de Nederlandse markt maar dat het ook contraproductief is voor de Europese markt als het wordt geplaatst in het kader van vrij verkeer van financiële diensten tussen de EU-lidstaten. “Verboden als deze stroken niet met het Europees Unierecht. Met het Nederlandse provisieverbod lijkt het Kabinet voorbij te zijn gegaan aan geldende verdragen binnen de Europese Unie”, is in de brief te lezen.

Aanbieders
Financieel dienstverleners binnen de EU-lidstaten hebben volgens de CFD het recht om met een Europees paspoort te bemiddelen in een andere lidstaat. “Daarnaast mogen zij in eigen land bemiddelen voor een verzekeraar uit een andere lidstaat. Deze buitenlandse verzekeraar hoeft geen (bij)kantoor te hebben in de lidstaat waar diensten naar toe worden verricht, zij dienen alleen bij de toezichthouder in de betreffende lidstaat bekend te zijn”, meldt de CFD. In Nederland is De Nederlandsche Bank de aangewezen toezichthouder voor banken en verzekeraars, het Europees paspoort kun je als Nederlandse financieel dienstverlener aanvragen bij de AFM. Maar die stelt volgens de CFD echter dat het Nederlandse provisieverbod ook van toepassing is op buitenlandse aanbieders die impactvolle of complexe producten in Nederland aan klanten aanbieden. Daarbij geldt volgens de AFM het Nederlands provisieverbod, ook als deze producten uit een andere lidstaat via een buitenlandse of Nederlandse adviseur worden verkocht aan klanten in Nederland.

Vragen
De CFD wil onder andere van minister Dijsselbloem weten of de belemmerende eisen die de AFM stelt niet in strijd zijn met art. 56-EU Werkingsverdrag en of er bij de totstandkoming van het provisieverbod wel rekening is gehouden met de discriminerende werking ingevolge art.56 EU-Werkingsverdrag. Daarnaast vraagt de Commissie Financiële Dienstverlening de minister om te onderzoeken of van het provisieverbod een protectionistische werking uitgaat en de Nederlandse consument daarmee wordt benadeeld. Tot slot vraagt de CFD Dijsselbloem om het huidige provisieverbod alsnog te toetsen aan het Europese Unierecht en indien dit hiermee strijdig is, stappen te ondernemen om het provisieverbod buiten werking te stellen.

Eerder dit jaar heeft de CFD al een document naar de vaste Kamercommissie gestuurd om hen voor te bereiden op de evaluatie op provisieverbod. Bij monde van voorzitter Edwin Herdink deed de CFD een beroep op de volksvertegenwoordiging om de nadelige effecten van het provisieverbod te erkennen en daarnaast te onderzoeken hoe het deze effecten kan opheffen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.