nieuws

Eigen schuld en de begroting van kosten in de deelgeschilprocedure

Branche 1848

Op 24 maart 2016 heeft de rechtbank Oost-Brabant een uitspraak gedaan in een deelgeschilprocedure tussen het slachtoffer van een ongeval (verzoeker in het deelgeschil) en de aansprakelijkheidsverzekeraar van de bij het ongeval betrokken bestelbus, de WAM-verzekeraar dus. De uitspraak gaat onder meer in op de vraag of in gevallen waarin eigen schuld aan een benadeelde kan worden toegerekend, daarmee ook bij de begroting van de kosten van het deelgeschil rekening moet worden gehouden.

Eigen schuld en de begroting van kosten in de deelgeschilprocedure

Het ongeval vond plaats tijdens het plaatsen van afzetschilden op een weg. Verzoeker bevond zich daarbij op een aanhangwagen die werd getrokken door de verzekerde bestelbus. Verzoeker deed dit vanuit zittende positie. Op enig moment is verzoeker er bij gaan staan waarna hij het evenwicht verloor en van de aanhangwagen is gevallen met blijvend letsel tot gevolg.

Verzoeker heeft vervolgens de WAM-verzekeraar van de bestelbus aansprakelijk gesteld. Verzoeker stelt hier toe dat de bestuurder van de bestelbus een onrechtmatige daad heeft gepleegd door in strijd met artikel 61b RVV personen te vervoeren op een aanhangwagen achter een motorvoertuig. De WAM-verzekeraar heeft zich daar tegen verweerd door de aansprakelijkheid te betwisten en door subsidiair een beroep te doen op eigen schuld van verzoeker.

Aansprakelijkheid
De rechtbank Oost-Brabant heeft bij beschikking van 24 maart 2016 geoordeeld dat een schending van artikel 61b RVV nog niet wil zeggen dat daarmee ook per definitie sprake is van een onrechtmatige daad, maar dat in dit geval de bestuurder van de bestelbus onrechtmatig heeft gehandeld door verzoeker te vervoeren op de aanhangwagen terwijl hij vanuit de bestelbus geen zicht had op verzoeker. Dat het plaatsen van afzetschilden vanaf een aanhangwagen op zich een gebruikelijke manier van werken is, doet daar niet aan af. Bestuurder had geen zicht op het gebeuren in en op de aanhangwagen en had dus niet kunnen ingrijpen als dat nodig was. Aansprakelijkheid is daarmee gegeven.

Geen zelfstandig tegenverzoek
De rechtbank oordeelt ten aanzien van het beroep op eigen schuld dat er inderdaad aanleiding toe bestaat om een percentage eigen schuld aan te nemen. Welk percentage dat moet zijn, laat de rechtbank echter over aan partijen waarbij de rechtbank wel opmerkt dat het ongeval in hogere mate is te wijten aan omstandigheden die aan de bestuurder van de bestelbus zijn toe te rekenen dan aan omstandigheden die in de risicosfeer van verzoeker liggen. Omdat de WAM-verzekeraar echter niet een zelfstandig tegenverzoek heeft ingediend, komt de rechtbank niet toe aan een oordeel over het percentage eigen schuld.

Eigen schuld en de begroting van de kosten
Ten aanzien van de begroting van de kosten van het deelgeschil oordeelt de rechtbank verder dat er geen aanleiding bestaat om daarop een percentage eigen schuld in mindering te brengen omdat dat niet in lijn zou zijn met de ratio van het deelgeschil. De rechtbank oordeelt hierover:

“Op zichzelf gezien zou de conclusie moeten zijn dat ook de kosten van het deelgeschil, vanwege de verwijzing naar artikel 6:96 lid twee BW, onderhevig zijn aan een mogelijk beroep op eigen schuld van de gelaedeerde. Echter, niet moet uit het oog worden verloren wat het doel is van de deelgeschilprocedure: het verschaffen van een extra instrument aan de partijen die zich in een traject van personenschade bevinden om een impasse in de buitengerechtelijke onderhandelingen te doorbreken door het mogelijk te maken de rechter in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase te adiëren. De verbinding met artikel 6:96, lid twee BW verlaagt de financiële drempel voor de gelaedeerde om een deelgeschilprocedure in te stellen (kamerstukken II 2007/08, 31518, nr. 3, p.8). Wanneer de bepaling over eigen schuld onverkort van toepassing zou zijn op de kosten van het geschil, zou die financiële drempel deels weer worden verhoogd. De rechtbank is van oordeel dat dat zich niet verdraagt met het doel waarvoor de geschilprocedure in het leven is geroepen.”

Jurisprudentie
De jurisprudentie op dit punt is niet eenduidig. In de praktijk lijkt vaker het percentage eigen schuld juist ook in mindering te worden gebracht op de door de aansprakelijke partij te vergoeden kosten van het deelgeschil (zie bijvoorbeeld de rechtbank Midden-Nederland ECLI:NL:RBMNE:2014:1525, de rechtbank Amsterdam ECLI:NL:RBAMS:2014:8085. De uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 24 maart 2016 is echter wel weer in lijn met haar eerdere rechtspraak op dit punt (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RBOBR:2015:7865).

Wat hier verder ook van zij, het is wel de vraag of deze redenering ook zou gelden voor deelgeschilprocedures die worden gevoerd nadat al een percentage eigen schuld vast staat, bijvoorbeeld door een beslissing in een eerdere procedure dan wel nadat partijen een percentage eigen schuld zijn overeengekomen. Dat betreffen immers toch weer andere gevallen waarvoor een andere redenering zou kunnen gelden.

Verder leert deze uitspraak dat de aansprakelijk gestelde partij er ook met betrekking tot een beroep op eigen schuld goed aan doet daarvoor een zelfstandig tegenverzoek in te dienen.

Door: Peter van Huizen

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.