nieuws

Lindenhaeghe biedt platform voor discussie over leges-verhoging Wft-examens

Branche

Opleidingsbedrijf Lindenhaeghe is een platform gestart waarmee het reacties wil ontlokken op de voorgenomen leges-verhoging van 46% voor een Wft-examen.  De opleider vreest de impact van de verhoging op de examenmarkt en het exameninstituut vraagt financieel dienstverleners, adviseurs en andere belanghebbenden te reageren. De reacties worden uiteindelijk gebundeld. 

Lindenhaeghe biedt platform voor discussie over leges-verhoging Wft-examens
AMSTERDAM – In de gang van het Barlaeus gymnasium in Amsterdam hangen maandag briefjes met ‘Stilte examens’. VWO-leerlingen bogen zich maandag over hun eindexamen Nederlands. Het centraal schriftelijk examen is maandag van start gegaan. ANP MARCEL ANTONISSE

Per 1 april 2017 zal het door exameninstituten verschuldigde tarief per afgenomen Wft-examen worden vastgesteld op € 67. Een verhoging van ruim 46% ten opzichte van de huidige leges. De reden: de huidige leges zijn in de vorige periode niet kostendekkend gebleken. Dit betekent dat de kosten voor een Wft-examen naar alle waarschijnlijkheid stijgen met € 21. Dit legestarief zal gelden gedurende de eerste PE-periode die loopt van 1 april 2017 tot 1 april 2019.

Tweeledig doel platform
Algemeen directeur Mike Schilperoort (Lindenhaeghe) over de legesverhoging en het platform: “Een van onze taken als opleider en exameninstituut is om een vinger aan de pols te houden. Wij zijn gesprekspartner van zowel het CDFD als de financiële markt. Zo’n legesverhoging raakt ons ook: wij zullen die wettelijke verhoging aan de examenkandidaten moeten doorberekenen. Ik ben ook oprecht benieuwd wat de sector vindt van deze verhoging, ik kan me voorstellen dat er vragen worden gesteld over transparantie: waar is het geld aan uit gegeven? En wat is de onderbouwing hierbij? Het doel van het platform is dus tweeledig: we willen weten hoe de belanghebbenden de verhoging van het examengeld beoordelen en we willen een platform bieden waar men terecht kan met reacties.”