nieuws

Examentraining (53): Hypothecair krediet

Branche

De Wft-examens doen al tijden flink wat stof opwaaien in zowel de branche als in Den Haag. De examens vormen nog steeds een grote zorg voor adviseurs. Daarom biedt amweb samen met opleidingsinstituut Hoffelijk Financieel de helpende hand door tweewekelijks een volledig uitgewerkte casus aan te bieden. Daarnaast biedt Hoffelijk Financieel adviseurs gratis de mogelijkheid om extra te oefenen met nieuwe casussen en kennisvragen. De eerste 52 examentrainingen staan hier. Deze week een casus met vragen uit de module Hypothecair krediet.

Examentraining (53): Hypothecair krediet

Casus
Paul (38) en zijn vrouw Marjan (41) hebben een andere woning gekocht. Daarom maken zij een afspraak met hun hypotheekadviseur.

Financiële gegevens
Paul heeft een inkomen uit vast dienstverband van € 85.000 per jaar. Marjan werkt niet. Samen hebben zij aan spaargeld een bedrag van € 180.000.

Woonsituatie
Paul en Marjan hebben hun voormalige eigen woning op 15 december 2015 verkocht voor € 350.000. Op deze woning zat een eigenwoningschuld van € 170.000. Dat was een bankspaarhypotheek. De afgelopen maanden hebben zij een woning gehuurd.

De koopsom van de nieuwe woning is € 520.000. De aankoopkosten bedragen 4%.

Wensen
Paul en Marjan willen zo snel mogelijk van hun hypotheekschuld af zijn. Dit heeft alles te maken met de wens van Paul om minder te gaan werken en meer van het leven te gaan genieten. Daarom bestaat de nieuwe hypotheek uit de volgende leningdelen:
– € 170.000 bankspaarhypotheek
– € 130.000 lineaire hypotheek.

Genieten doen zij het liefst op hun favoriete vakantieplek. Zij hebben daar een appartement gezien met een koopsom van € 85.000.

Zij zijn bereid daarvoor een deel van hun spaargeld te gebruiken, maar zouden wel graag € 44.000 beschikbaar houden voor onvoorziene uitgaven of om een deel van een eventuele uitbouw van de nieuwe woning te betalen.

Vraag 1
Paul en Marjan hebben bij de verkoop van hun vorige woning de Spaarrekening Eigen Woning (SEW) in stand gehouden. De inleg is steeds voldaan en de SEW loopt nu in box 3.

Op welke datum moet de financiering van de nieuwe eigen woning uiterlijk gepasseerd zijn om de SEW weer in box 1 te plaatsen?

a) 15 december 2016
b) 31 december 2016
c) 31 december 2017

Toetsterm:
1e.12 De kandidaat kan uitleggen en berekenen wat de gevolgen zijn van het afkopen, wijzigen, (fiscaal) voortzetten en het verpanden van een KEW, SEW en BEW.

Vraag 2
Marjan is van plan volgend jaar te gaan werken. Zij heeft zicht op een leuke functie bij een adviesbureau, met een bijbehorend salaris van € 30.000 per jaar.

Stel dat het inkomen van Marjan in 2017 nodig is om een eventuele uitbouw te financieren. Welk deel van haar inkomen mag dan worden meegenomen voor de bepaling van het financieringslastpercentage?

a) 50% van haar inkomen
b) 60% van haar inkomen
c) 100% van haar inkomen

Toetsterm:
1a.2 De kandidaat kan de voorwaarden en normen van de maximale hypotheekverstrekking benoemen.

Vraag 3
Paul en Marjan overwegen om de uitbouw eventueel te financieren. Het benodigde bedrag is € 45.000. Deze lening willen zij in twintig jaar aflossen. Zij hebben een voorstel liggen voor een maandelijkse annuïtaire aflossing met een jaarrente van 4%.

Hoeveel bedraagt de toename van hun maandlast in de eerste maand nadat zij deze lening aangaan? Maak gebruik van de annuïteitentabel in de bijlage.

a) € 214,84
b) € 272,69
c) € 292,03

Toetsterm:
1h.2 De kandidaat kan de netto en bruto woonlasten berekenen op basis van verschillende situaties en scenario’s (arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, overlijden en langleven/pensionering).

Vraag 4
Paul en Marjan hebben de financiering voor de nieuwe woning rond. De totale nieuwe eigenwoningschuld bedraagt inderdaad de voorgestelde som van € 300.000. Nu willen zij weten of het nog mogelijk is het appartement te kopen uit eigen middelen. Hierbij moet rekening worden gehouden met hun wensen.

Welke reactie van de hypotheekadviseur is daarover juist?

a) Zij kunnen het appartement wel kopen. Dan blijft er meer dan € 44.000 over voor onvoorziene uitgaven.
b) Zij kunnen het appartement wel kopen, maar dan blijft er minder dan € 44.000 over voor onvoorziene uitgaven.
c) Zij kunnen het appartement niet meer kopen uit eigen middelen, omdat zij hier onvoldoende spaargeld voor hebben.

Toetsterm:
2e.1 De kandidaat kan de mogelijkheden presenteren.

 

Banner Hoffelijk Antwoorden

Banner Hoffelijk Meer oefeningen