nieuws

Provisieverbod bijna vier jaar oud. De evaluatie in zicht. De lobby zoemt.

Branche 15324

Het was onder luid protest dat het provisieverbod voor complexe producten op 1 januari 2013 zijn intrede deed in de verzekeringswereld. De geldstroom van verzekeraars naar adviseurs werd drooggelegd en de rekening ging voortaan naar de klant. In 2017 evalueert het ministerie van Financiën of het provisieverbod het bedoelde effect heeft gehad. De branche slijpt alvast de messen. De lobby is gaande. Maar de minister heeft óók een agenda. In dit artikel het voer voor de evaluatie op een rij.

Provisieverbod bijna vier jaar oud. De evaluatie in zicht. De lobby zoemt.

Minister Jan Kees de Jager was de weinig benijdenswaardige functionaris die het provisieverbod er in 2012 door moest zien te krijgen. Zijn naam werkt op veel advieskantoren nog steeds als een rode lap op een stier. Grootste pijnpunten vanaf het prille begin: de onafhankelijk adviseur kan onvoldoende concurreren met banken en verzekeraars en de toegang tot het onafhankelijke advies voor de klant komt in gevaar. Vóórstanders van het verbod vonden juist dat je advies met een provisieprikkel toch moeilijk onafhankelijk kunt noemen. Pas als de klant de adviseur betaalt, dán is sprake van onafhankelijkheid.

Advies zelf betalen
Uiteindelijk ging het allemaal gewoon door: vanaf 1 januari 2013 moest de klant het advies over een complex product zelf betalen. Kleine overwinningen waren er ook: er werd eerbiedigende werking afgesproken, er kwam een dienstverleningsdocument en aan het portefeuillerecht werd niet getornd.

De branche moest verder. Kantoren voerden serviceabonnementen in om de nazorg te borgen. De waarde van onafhankelijk advies werd een marketinginstrument. De prijzen van advies daalden sterk. En de sector kreeg te maken met een nieuw vakbekwaamheidsbouwwerk dat de aandacht opeiste.

Het verbod wordt geëvalueerd
In 2017 wordt het provisieverbod geëvalueerd. En de sector sorteert voor. Niet perse om het verbod van tafel te krijgen, maar wel om aanpassingen te realiseren. Tegenargumenten van toen herleven. Maar er zijn ook nieuwe argumenten. De Commissie Financiële Dienstverlening (CFD) betoogt dat het verbod in strijd is met Europese wetgeving en wist daar de aandacht van de Kamer voor te krijgen. Amweb vroeg tien marktkenners naar hun mening. En intussen heeft Jeroen Dijsselbloem gewoon zijn eigen agenda voor de evaluatie, zo blijkt uit zijn brieven aan de Tweede Kamer. De input voor de evaluatie op een rij.

Tien meningen over provisieverbod
Amweb vroeg tien sleutelfiguren uit de branche naar hun mening. Jurjen Oosterbaan, directeur van Bureau D&O bundelde de veelgelezen en rijkelijk becommentarieerde bijdragen en trok er een aantal conclusies uit:

  • Provisie is in de kern gebaseerd op een vorm van solidariteit. Directe beloning is in de kern gebaseerd op individualisme.
  • Door het provisieverbod zitten we nu met een systeem van duizenden moeilijk controleerbare contractvormen.
  • De wetgever had er ook voor kunnen kiezen de adviseur een zwaardere verantwoordelijkheid te geven om aan te tonen dat het advies daadwerkelijk passend is voor de klant.
  • De invoering van het provisieverbod heeft per saldo geleid tot minder (onafhankelijke) adviesmomenten. Consumenten stellen het vragen van advies uit of zien daar geheel van af.
  • De invoering van het provisieverbod heeft er in een aantal segmenten toe geleid, dat er minder financiële producten worden afgesloten. Dit verhoogt het risico op onderverzekering of onverzekerbaarheid.
  • Bij met name arbeidsongeschiktheidsverzekeringen leidt de verplichting tot directe betaling van advieskosten tot antiselectie. Consumenten die zich ervan bewust zijn dat zij een verhoogd risico lopen zullen immers eerder tot betaling van advieskosten bereid zijn.
  • De evaluatie moet gaan over de vraag of directe beloning leidt tot de aanschaf van financiële producten die beter passen bij de klant.
  • Het provisieverbod moest leiden tot een cultuurverandering. Een overgang van een productgedreven naar een adviesgedreven benadering was nodig. Maar het is onduidelijk of de cultuurverandering in gelijke mate bij adviseurs en aanbieders heeft plaatsgevonden.
  • Met het provisieverbod wordt de consument een beloningsmodel opgedrongen. Er is geen duidelijk argument waarom consumenten niet zouden mogen kiezen hoe zij de kosten van financieel advies financieren: direct en volledig bij het inwinnen van advies of als een transparante opslag gedurende (een deel van) de looptijd van het afgesloten product.
  • Het provisieverbod heeft geleid tot concurrentievervalsing met aanbieders. Het beoogde level playing field functioneert niet goed, omdat aanbieders delen van het advies en promotie wel degelijk scharen onder de kosten van het product.

Kan Europa het provisieverbod terugdraaien?
De Commissie Financiële Dienstverlening gooide dit voorjaar een ander ijzer in het vuur en betoogde dat het verbod strijdig is met het Europees Unierecht. De CFD stelt dat het provisieverbod niet alleen contraproductief is voor de Nederlandse markt maar dat het ook contraproductief is voor de Europese markt als het wordt geplaatst in het kader van vrij verkeer van financiële diensten tussen de EU-lidstaten. “Verboden als deze stroken niet met het Europees Unierecht. Met het Nederlandse provisieverbod lijkt het Kabinet voorbij te zijn gegaan aan geldende verdragen binnen de Europese Unie”, is in de brief te lezen. Ook hier was amweb podium voor een verhitte discussie. Jurist en onderzoeker Cees de Jong maakte zich niet populair door te stellen dat het CFD de plank missloeg. De vaste Kamercommissie voor Financiën was daar niet zo zeker van en liet voor de zomer weten de vragen van de CFD over de botsing van het provisieverbod met EU-recht voor te zullen leggen aan minister Dijsselbloem. Inmiddels heeft de minister laten weten dat Nederland aan alle regels voldoet, maar wacht de CFD nog op antwoord op een serie vragen over een mogelijke botsing met de nieuwe richtlijn voor verzekeringsdistributie.

Minister kijkt ook naar reikwijdte provisieverbod
Minister Dijsselbloem heeft intussen gewoon zijn eigen agenda. Hij kiest er voor om bij de evaluatie van het provisieverbod vooral te kijken naar de ontwikkeling van de kwaliteit van advisering. De toegang tot advies komt op de tweede plaats. Dat liet hij weten aan de Tweede Kamer.

Dijsselbloem vindt dat er vooral aandacht moet worden besteed aan de vraag in hoeverre de gewenste cultuurverandering in de financiële dienstverlening heeft plaatsgevonden. “Ik wil er daarbij voor kiezen om vooral naar de ontwikkeling van de kwaliteit van advisering te kijken en in hoeverre er nog sprake is van het risico op ongewenste sturing richting aanbieder of product. Daarbij zal ook de reikwijdte van het provisieverbod worden geëvalueerd”, aldus de minister.

Pas in de tweede plaats moet worden gekeken naar de toegankelijkheid van het advies voor de consument, schrijft de minister. “Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan de ontwikkeling van de prijs van het advies sinds de invoering van het verbod.” Ten derde wordt de effectiviteit van het dienstverleningsdocument geëvalueerd.

De branche wil meepraten over items evaluatie
De sector vond dat de minister de branche wel om input voor deze agenda had mogen raadplegen. D&O-directeur Jurjen Oosterbaan zei op amweb: “Het is te betreuren dat deze kernelementen al een gegeven zijn en er geen consultatie plaats vindt over de elementen die onderdeel zouden moeten uitmaken van de evaluatie. De serie op amweb maakt duidelijk dat er meer en andere elementen zijn die het waard zijn om in de evaluatie te worden meegenomen. De nu gekozen elementen leiden voorspelbaar tot een positieve uitkomst van de evaluatie.”

Alle kanalen moeten worden meegenomen
Voor branchevereniging Adfiz zit de crux niet in de thema’s maar in de wijze van evaluatie: “Wij vinden zeker dat de klant gebaat is bij een cultuur van klantgerichte advisering in plaats van productverkoop. Dat geldt niet alleen voor de klanten van de onafhankelijk adviseur, maar ook voor klanten die zich laten adviseren door medewerkers van banken en verzekeraars. Het is goed als tegen het licht wordt gehouden of ongewenste sturing nu inderdaad ontbreekt, en natuurlijk wel in alle kanalen.”

De minister ‘maskeert falend beleid’
“Dijsselbloem en zijn ministerie geven duidelijk aan de maatschappelijke problematiek van het provisieverbod niet te herkennen”, stelt CFD-voorzitter Edwin Herdink. “Het is een nobel streven om de kwaliteit van advies als primair uitgangspunt te nemen, maar wat heb je hieraan als de gemiddelde burger nu al geen toegang heeft tot advies? De huidige insteek van de minister is dan niets meer dan een ambtelijke reactie om het eigen falende beleid te maskeren.”

Een bewindsman die voet bij stuk houdt
Of de evaluatie tot aanpassingen van het provisieverbod zal leiden is twijfelachtig. Minister Dijsselbloem heeft zich tot dusver een minister getoond die voet bij stuk houdt. Dat was ook zo in de vele discussies over het vakbekwaamheidsbouwwerk.

In een interview in am:magazine richtte hij zich als volgt tot de branche: “Je kunt twee dingen doen. Of al je energie richten op de overheid met al zijn regels, kosten en toezicht. Of je zegt: we begrijpen nu waarom de overheid er zo bovenop zit en wij gaan onze energie richten op dat klantbelang en het terugwinnen van vertrouwen. In de verwachting dat dan over vijf of tien jaar de controledruk misschien weer wat afneemt. Omdat je bewezen hebt dat je echt anders in de wedstrijd zit. Als ik vanuit de sector redeneer zou ik het offensief benaderen en niet steeds zo defensief.”

Amweb volgt de evaluatie op de voet. Op amweb en in am:magazine. Ook op de am:dag op 22 november zullen Femke de Vries (AFM), David Knibbe (Verbond van Verzekeraars) en Wim Heeres (Adfiz) erover discussiëren.

Lees verder:
De tien bijdragen aan de serie op amweb.
De agenda van de minister.
De reacties van de branche op de agenda van de minister.

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.