nieuws

Werkgever niet aansprakelijk voor botsende collega’s

Branche

De werkgever (een ziekenhuis) is niet aansprakelijk voor twee collega’s die op de gang met elkaar in botsing komen. Het letsel dat de hierdoor is ontstaan bij één van hen hoeft het ziekenhuis dan ook niet te vergoeden, zo oordeelt de rechtbank Midden-Nederland in haar uitspraak van 6 januari 2016 (ECLI:NL:RBMNE:2016:3).

Werkgever niet aansprakelijk voor botsende collega’s

Een apothekersassistente is bezig in het ziekenhuis medicijnen rond te brengen en dit aan te tekenen in de patiëntendossiers. Deze dossiers bevinden zich in een dossierkar die op een vaste plek op de gang staat. Terwijl zij bezig is, krijgt een collega (een verpleegkundige) een oproep via haar pieper. Zij haast zich door de gang en passeert de apothekersassistente. De verpleegkundige raakt haar in het voorbijgaan en de apothekersassistente probeert in een reflex vallende dossiers op te vangen. Hierbij breekt ze haar pols. Voor de schade stelt ze haar werkgever – het ziekenhuis – aansprakelijk.

Werkgeversaansprakelijkheid en zorgplicht: de basis
De zorgplicht voor werkgevers om te voorkomen dat een werknemer tijdens het werk schade oploopt, is (onder meer) geregeld in artikel 7:658 BW. De lat voor de werkgever ligt hierbij hoog. Waar precies de grens ligt, is moeilijk te zeggen. Bij de beoordeling van de zorgplicht spelen namelijk de omstandigheden van het geval een grote rol. Dit maakt het meteen ook moeilijk om algemene lijnen uit de rechtspraak op dit gebied te trekken. De Hoge Raad heeft echter wel bepaald dat wanneer er sprake is van een alledaagse gevaar, de werkgever geen zorgplicht heeft.

Wanneer collega’s elkaar schade toebrengen onder werktijd, dan kan de werkgever ook aangesproken worden tot het vergoeden van deze schade op grond van (onder andere) artikel 6:170 BW. Hiervoor is onder andere vereist dat de werknemer die de schade heeft toegebracht, een onrechtmatige daad (ex artikel 6:162 BW) heeft gepleegd tegenover zijn collega. Hiervan is geen sprake wanneer er zich een ongelukkige samenloop van omstandigheden (‘osvo’) voordoet.

Verder moet ook worden bekeken of het slachtoffer eigen schuld (ex artikel 6:101 BW) heeft aan wat er is gebeurd. Wanneer er een dienstverband is, kan er enkel sprake zijn van eigen schuld van het slachtoffer indien haar opzet of bewuste roekeloosheid kan worden verweten (Hoge Raad 9 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3985). Dit zijn zwaardere schuldgradaties en worden dus minder makkelijk aangenomen.

Oordeel rechtbank
De rechtbank gaat eerst in op artikel 6:170 BW. In dat kader moet worden beoordeeld of de verpleegkundige onrechtmatig heeft gehandeld door met spoed langs de apothekersassistente te lopen en haar aan te stoten. Dit is volgens de rechtbank niet het geval omdat deze (spoedeisende) situatie een alledaagse situatie was in het ziekenhuis. De apothekersassistent had bovendien gezien dat de verpleegkundige eraan kwam en dat zij haast had.

Volgens de rechtbank kan de apothekersassistente geen eigen schuld worden verweten. Of de apothekersassistente nu haar pols heeft gebroken doordat zij reflexmatig haar hand heeft uitgestoken om de vallende dossier op te vangen (wat zij beweert), dan wel omdat zij met haar pols tegen de kar aanviel (zoals het ziekenhuis beweert), is niet relevant volgens de rechtbank. Beide situaties leveren geen opzet/bewuste roekeloosheid op.

Al met al is er sprake van een alledaags botsingsgevaar in een op zichzelf niet gevaarlijke werksituatie. Volgens de rechtbank is er dan ook sprake van een ‘osvo’. Het beroep op artikel 6:170 BW wordt afgewezen.

De rechtbank bekijkt vervolgens of een beroep op artikel 7:658 BW kan slagen. In dat kader overweegt zij het volgende:

  1. er is sprake van een osvo/alledaags gevaar en de kans dat het ongeval zich zou voordoen was klein;
  2. de werkgever hoeft niet te waarschuwen tegen alledaagse gevaren;
  3. er was genoeg ruimte om elkaar te passeren in de gang, zodat de situatie ter plaatse niet gevaarzettend was;
  4. de dossierkar kon en hoefde gezien de omstandigheden ter plaatse geen andere plek te krijgen.

Ook aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW wordt afgewezen.

Tot slot
Wat de apothekersassistente in deze zaak (mijns inziens) met name de das om deed, is dat zij in de periode kort na het ongeval (toen zij nog dacht dat het polsletsel tijdelijk was) aangaf dat het ongeval een toevallige samenloop van omstandigheden was. Deze uitspraak had zij gedaan tijdens de zitting die bij de rechtbank had plaatsgevonden. Dit maakte vermoedelijk de drempel voor de rechtbank om te oordelen dat er sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden/alledaags gevaar, wat lager.

Door: Maud van Lent

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.