nieuws

Wel shockschade voor vader aangereden zoontje: het confrontatievereiste

Branche

Nabestaanden en naasten van slachtoffers hebben onder omstandigheden recht op vergoeding van shockschade. Hiervoor moet echter aan een aantal vereisten zijn voldaan, waaronder het confrontatievereiste. Over wat het confrontatievereiste inhoudt, gaat de zaak bij de rechtbank Den Haag die in dit artikel wordt besproken.

Wel shockschade voor vader aangereden zoontje: het confrontatievereiste

Nederland kent geen algemene regeling die naasten en nabestaanden van een slachtoffer recht geeft op een schadevergoeding vanwege het verdriet dat zij hebben om hetgeen het slachtoffer is aangedaan (zogenaamde affectieschade). Door de Hoge Raad is in het Kindertaxi-arrest (ECLI:NL:HR:2002:AD5356) echter een schadepost ontwikkeld die hier enigszins op lijkt, namelijk shockschade. Van shockschade is sprake indien:

  1. door het waarnemen van een ongeval of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen hiervan (het confrontatievereiste);
  2. een hevige emotionele schok wordt teweeggebracht bij de naaste/nabestaande;
  3. waaruit geestelijk letsel (in de zin van een psychiatrisch erkend ziektebeeld) voortvloeit.

Wanneer aan alle drie de vereisten is voldaan, heeft de dader ook een onrechtmatige daad gepleegd tegen de naaste/nabestaande die hierdoor recht heeft op vergoeding van zijn schade. Dit is een wezenlijk verschil met affectieschade, waarbij er geen sprake hoeft te zijn van een onrechtmatige daad gepleegd jegens de nabestaande/naaste.

Het confrontatievereiste

Sinds het Kindertaxi-arrest houdt het confrontatievereiste de rechtspraak en de literatuur bezig. Over de vraag wanneer er sprake is van het ‘waarnemen van de gebeurtenis’ is doorgaans weinig discussie. Maar wanneer is er sprake van een ‘directe confrontatie met de ernstige gevolgen’? Is hiervan ook sprake indien een vader pas geruime tijd na het ongeval in het ziekenhuis wordt geconfronteerd met zijn zwaargewonde kind? Op deze vraag heeft de rechtbank Den Haag antwoord.

Rechtbank Den Haag 7 april 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:3937

– Feiten en omstandigheden

Een kind loopt samen met zijn oma en broertje over straat. Bij het oversteken wordt hij aangereden door een personenauto. De moeder van het jongetje wordt op de hoogte gesteld en gaat met haar andere twee kinderen naar de ongevalsplek. Daar treffen zij hun zoon/broertje zwaargewond en liggend in een plas bloed aan. De ambulance arriveert en neemt het jongetje mee naar het ziekenhuis.

Hierna arriveert de vader op de ongevalslocatie. Hij ziet de wegafzetting, de gehavende personenauto en de plas bloed op straat. Hij gaat naar het ziekenhuis en ziet na een zware operatie zijn zoon met zijn hoofd in het verband en gekoppeld aan diverse slangen. Na het ongeval rijdt de vader dagelijks op weg naar zijn werk langs de ongevalslocatie en ziet hij het bloed op het wegdek liggen. De ernstige verwondingen van zijn zoontje ziet hij pas wanneer het jongetje enige tijd later overlijdt.

– Het geschil

De bestuurder van de personenauto wordt strafrechtelijk veroordeeld voor doodslag. Diens verzekeraar erkent aansprakelijkheid voor de schade. Deze erkenning heeft mede betrekking op de shockschade van de moeder, de oma en het broertje. Later erkent de verzekeraar ook de shockschade van de twee kinderen die samen met de moeder arriveerden op de ongevalslocatie. Shockschade van de vader erkent de verzekeraar echter niet. De vader legt daarom de rechter in het deelgeschil de vraag voor of ten aanzien van hem is voldaan aan het confrontatievereiste.

– Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat uit het Kindertaxi-arrest volgt dat voor shockschade vereist is een eigen waarneming (fysieke confrontatie) van de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden, in het bijzonder de zeer ernstige verwondingen van het slachtoffer. Die waarneming moet plaatsvinden op de plek van en kort na het ongeval. De vader is niet kort na het ongeval geconfronteerd met zijn ernstig gewonde zoon. Dat laat echter onverlet dat hij is geconfronteerd met de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden, namelijk de plas bloed en de gehavende personenauto. Daarmee is volgens de rechtbank voldaan aan het confrontatievereiste.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of de waarnemingen bij de vader een hevige schok teweeg hebben gebracht waaruit geestelijk letsel voortvloeit. Bij deze beoordeling laat de rechtbank de fysieke waarnemingen van de vader van (de verwondingen van) zijn zoon in het ziekenhuis buiten beschouwing, nu die waarnemingen niet voldoen aan het confrontatievereiste. Deze beoordeling komt echter verder niet aan bod in deze procedure.

Slotsom

De vraag welke (schadevergoedings)rechten nabestaanden en naasten van een slachtoffer hebben, is actueel. In de rechtspraak zien we dit doordat de grenzen worden afgetast in procedures. Hiervan is de zaak bij de rechtbank Den Haag een goed voorbeeld. In de politiek zien we dit doordat er een nieuw Wetsvoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade is ontwikkeld. Dit wetsvoorstel bevindt zich nog in de ontwikkelingsfase en is nog niet aan de Tweede Kamer gestuurd. Zie over het wetsvoorstel en over de huidige stand van zaken op shock- en affectieschadegebied het artikel ‘Een prominentere rol voor naasten in het schadevergoedingsrecht: het wetsvoorstel schadevergoeding zorgschade en affectieschade’ van mijn kantoorgenoot mr. Weterings en mijzelf in Het Verzekeringsarchief 2014/3, pagina 153-165.

Door Maud van Lent

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.