nieuws

Ondanks aansprakelijkheid geen begroting van kosten deelgeschilprocedure

Branche

Ondanks dat aansprakelijkheid vaststaat kan het zijn dat de kosten van een deelgeschilprocedure niet ten laste van de aansprakelijke partij komen. Dit kan het geval zijn indien een deelgeschil nodeloos en onterecht is ingesteld. Een voorbeeld hiervan is terug te vinden in een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 april 2015, (ECLI:NL:RBAMS:2015:3633).

Ondanks aansprakelijkheid geen begroting van kosten deelgeschilprocedure

Het slachtoffer is op zeventienjarige leeftijd aangereden door een auto, terwijl hij achterop een scooter zat. Ten gevolge van dit ongeval liep het slachtoffer letsel op. Reaal is in haar hoedanigheid van WAM-verzekeraar van de automobilist aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval. Partijen zijn met elkaar in overleg getreden. Na verschillende – op gezamenlijk verzoek van partijen – uitgebrachte deskundigenrapporten, heeft Reaal aan het slachtoffer bij wijze van voorschotten verschillende bedragen uitgekeerd. Hierna is het slachtoffer een kort geding gestart tegen Reaal en heeft de voorzieningenrechter Reaal veroordeeld tot betaling van een nader voorschot.

De deelgeschilprocedure

Op enig moment is het slachtoffer een deelgeschilprocedure gestart tegen Reaal. Het slachtoffer verzoekt de rechtbank – na wijziging van zijn verzoek – Reaal te veroordelen een (nader) voorschot van € 5.000 aan hem te betalen. Voorts wordt aan de rechtbank verzocht de kosten te begroten van de deelgeschilprocedure en Reaal te veroordelen deze kosten aan het slachtoffer te voldoen.

Het slachtoffer geeft aan dat de schade die hij ten gevolge van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden in elk geval de tot op heden reeds betaalde voorschotten ruim overschrijft. Reaal is hiervoor aansprakelijk en het slachtoffer is voornemens een bodemprocedure te starten, maar daarvoor zullen eerst aanvullende rapportages moeten worden opgemaakt. Het slachtoffer stelt verder dat hij in grote financiële nood verkeerd en heeft geld nodig om in zijn levensonderhoud te voorzien. Tot slot voert het slachtoffer aan dat wanneer de rechtbank Reaal veroordeelt tot een betaling van € 5.000 dit zal helpen bij de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst tussen partijen.

Reaal voert aan dat het verzoek onterecht en onnodig is ingesteld. Vóór indiening van het verzoekschrift heeft Reaal ook nog eens te kennen gegeven bereid te zijn om een bedrag van € 45.000 te zullen betalen. Een bodemprocedure is volgens Reaal niet onafwendbaar, nu Reaal zich op het standpunt stelt met de tot op heden betaalde bedragen de schade van het slachtoffer vergoed te hebben. Tevens wordt door Reaal het causaal verband tussen de gestelde schade – voor zover die hoger ligt dan het door Reaal reeds betaalde bedrag – betwist. Het deelgeschil zal daarom ook niet leiden tot een vaststellingsovereenkomst tussen partijen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is kort gezegd van oordeel dat dit deelgeschil niet zal kunnen bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst tussen partijen. Het verzoek van het slachtoffer  leent zich volgens de rechtbank dan ook niet voor behandeling in een deelgeschilprocedure.

Het verzoek is onnodig en onterecht ingesteld

Ondanks dat de aansprakelijkheid van Reaal vaststaat en zij uit dien hoofde in beginsel de kosten van de deelgeschilprocedure dient te vergoeden, gaat dat in dit specifieke geval niet op. De rechtbank is met Reaal van oordeel dat het deelgeschil volstrekt onnodig en ten onrechte door het slachtoffer is ingesteld. Aan de zijde van het slachtoffer is ongeconditioneerd aangekondigd dat een bodemprocedure zal worden gestart. Het ligt dan volgens de rechtbank niet voor de hand dat het louter vragen om een voorschot van € 5.000 in een deelgeschilprocedure zal bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. De rechtbank oordeelt verder:

“Ongeacht of [eiser] uiteindelijk recht mocht blijken te hebben op een hoger schadebedrag dan hetgeen tot op heden is betaald, zal dit hoe dan ook in een bodemprocedure moeten blijken. Het voorgaande zou anders kunnen zijn, indien [eiser] de rechtbank (ook) over een ander onderwerp had gevraagd een beslissing in deelgeschil te geven. Nu hij dat heeft nagelaten, kan het verzoek niet anders dan nodeloos en onterecht worden beschouwd. Dit alles is voor de rechtbank aanleiding om de verzochte kostenbegroting, en daarmee ook de kostenveroordeling, afwijzen.”

Door Sanne Rutten

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.