nieuws

INTERVIEW. Toezichthouders: ‘Een pluim is op zijn plaats’

Branche

Een pluim voor de branche, zo valt het onderzoek naar de naleving van het provisieverbod te bestempelen. De klassieke provisiestromen zijn nagenoeg opgedroogd en daaromheen zit nog een schemergebied dat volgens de AFM ver is opgeklaard. Nu is het aan de adviseurs om de handschoen op te pakken en duidelijk hun toegevoegde waarde te bewijzen aan de klant, zeggen AFM’ers Michiel Denkers (hoofd toezicht) en Maartje Verhoog (manager domein klantbelang centraal) in gesprek met am:web.

INTERVIEW. Toezichthouders: ‘Een pluim is op zijn plaats’

Maar ten eerste is er dus die pluim: de sector heeft het provisieverbod goed vertaald in de dagelijkse praktijk. Denkers: “De klassieke provisiestromen zijn er niet meer. Daarnaast hebben we de vraag gesteld of er nog allerlei afspraken zijn gemaakt die op een andere manier sturing kunnen veroorzaken. De conclusie was dat dat over het algemeen niet het geval is. We hebben wel een aantal afspraken gevonden die wel een groot risico op sturing in zich hebben. Dat moet je niet willen, maar overwegend zijn de signalen positief. Als je ziet hoe ingrijpend het provisieverbod is geweest, denk ik dat een pluim zeker op zijn plaats is.” De AFM is niet verbaasd over die goede signalen, zegt Verhoog: “Natuurlijk hadden we verwachtingen en die zijn wel uitgekomen. We kijken hier natuurlijk ook al sinds de inwerkingtreding van het provisieverbod naar.”

Schemergebied
Naast een volgens de toezichthouder overgrote meerderheid die het provisieverbod goed naleeft, komt in het onderzoek naar voren dat er een aantal afspraken is waarbij het risico op ongewenste sturing wel aanwezig is. De AFM noemt betalingen in het kader van tweede pijler pensioenportefeuilles en betalingen van aanbieders aan zusterorganisaties van adviseurs, aan softwareleveranciers en voor marketing. “Het type afspraken waarvan je kunt zeggen: dit is geen klassieke provisie”, vat Denkers het samen. Betalingen van aanbieders van softwareleveranciers vallen bijvoorbeeld in een ‘schemergebied’. Daarover zegt Denkers: “Softwarepartijen staan niet onder ons toezicht. Vanuit hun perspectief is het een begrijpelijk verdienmodel om betalingen te vragen. Vanuit de aanbieders zou je kunnen bedenken dat het niet heel handig is. Het is duidelijk iets wat in het schemergebied zit en ik verwacht dat dat gebied na dit onderzoek is opgeklaard.”

Het zijn zaken die volgens de toezichthouder niet per definitie voortkomen uit slechte bedoelingen. Daarom krijgen partijen die deze afspraken hebben een half jaar om ze uit het schemergebied te halen. Denkers: “We zeggen nu: dit mag niet en geven de tijd om het aan te passen.” Echt stevig handhaven doet de AFM vooralsnog alleen bij overtreding of ontduiking van het provisieverbod. Denkers: “Helaas zijn er altijd partijen die zoeken naar mazen in de wet of erop uit zijn om de klant een loer te draaien.”

Ontvlechting
De provisiestromen zijn dan wel opgedroogd, toch constateerde de AFM in het jaarverslag over 2014 al dat de adviseur vaak toch nog veel klanten bij een en dezelfde aanbieder onderbrengt: 75% bij één verzekeraar en nog eens 20% bij een tweede verzekeraar. Is dat wel een goede zaak? “Dat hoeft niet per sé slecht te zijn”, zegt Verhoog. “Dat kan wel als je niet nadenkt over waarom je de klanten bij dezelfde verzekeraar onderbrengt. Het moet wel passend zijn.” Verhoog zoekt het in de gewoonte en ervaring die adviseurs hebben ten opzichte van een vaste aanbieder. “We verwachten dat naarmate de ontvlechting door het provisieverbod zich verder uitbreidt er nog wel verschuivingen komen op dat gebied.”

Weerstand
De markt gaat enerzijds goed om met het provisieverbod, maar legde en legt zich niet zonder slag of stoot neer bij het verbod. Na tweeënhalf jaar is er nog altijd kritiek op het invoeren van het verbod. Denkers: “Die weerstand blijft, dat proeven wij ook. Maar het is tweeledig: aan de ene kant is er een groep die het boven verwachting goed vindt gaan. Aan de andere kant zijn er ook partijen die, met name bij brengproducten – waar de klant zelf voor moet kiezen, zoals een AOV – het lastiger vinden om de klant aan tafel te krijgen.” Daar ligt volgens de AFM ook de uitdaging voor de adviseur zelf. Verhoog: “Ik kan me voorstellen dat de werkwijze van adviseurs de laatste jaren is gekanteld. Maar wij doen ook onderzoek onder de consumenten en zien een blijvende behoefte aan advies. De uitdaging voor de adviseur is nu om zijn toegevoegde waarde uit te leggen.” Denkers vult aan: “De consument is sowieso wat ongeïnteresseerd. Dat is nu eenmaal zo, daar kunnen we niet omheen. De klant kan wel een beetje veranderen, maar daar moeten we geen torenhoge verwachtingen van hebben. Maar er liggen mooie kansen als je nadenkt over hoe je mensen van dienst kunt zijn. Het is goed om te zeggen: we delen hier een pluim uit. Maar daarnaast is er voor de markt ook nog een weg te gaan in het doorvoeren van een professionaliseringsslag. Met als centrale vraag: wat heeft de consument het hardste nodig en hoe kunnen we daar op een goede manier op inspelen.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.