nieuws

INTERVIEW. Marga Purvis Wagemaker: ‘Met persoonlijk klantencontact wordt OOM minstens 100 jaar’

Branche

OOM Verzekeringen bestaat 75 jaar en viert dit jaar feest. Voor amweb de aanleiding voor een aantal vragen aan Marga Purvis-Wagemaker, algemeen directeur van OOM Verzekeringen. Ondanks de viering van het 75-jarige jubileum heeft de implementatie van Solvency II grote gevolgen voor de kleine verzekeraar. “Het heeft een flinke impact op onze kosten. We zullen ons moeten blijven onderscheiden van andere verzekeraars om ook ons 100-jarige jubileum te vieren”, zegt Purvis-Wagemaker.

INTERVIEW. Marga Purvis Wagemaker: ‘Met persoonlijk klantencontact wordt OOM minstens 100 jaar’

Hoe is OOM Verzekeringen eigenlijk begonnen?
“We zijn tijdens de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog opgericht. De vijf oprichters zijn toen bij elkaar gekomen om als onderlinge verzekeraar de risico’s op schade door de Tweede Wereld Oorlog te dekken. Ze hadden als doel de schadegevallen sneller en beter af te handelen dan de overheid zodat een groenteboer bijvoorbeeld niet twee jaar moest wachten voordat hij een doorstart kon maken. Ze zijn met 500 gulden begonnen als startkapitaal en binnen twee jaar tijd had OOM een verzekerd bedrag van € 5 mld. In de oorlogsjaren waren er in totaal ruim 600 mensen in dienst onder wie een groot aantal onderduikers. OOM moest gedeeltelijk ondergronds blijven want met zulke bedragen wilde je niet de aandacht van de Duitsers trekken. Alle polissen moesten nog met de hand worden uitgeschreven en die polissen moesten ook echt met de fiets van Den Haag naar bijvoorbeeld Groningen gebracht worden want OOM was de eerste onderlinge verzekeraar die landelijk werkte. Het was bijzonder risico met bijzondere mensen.”

Hoe hebben jullie je ontwikkeld van een oorlogsverzekeraar naar een nicheverzekeraar?
“Na de oorlog nam het aantal werknemers wel flink af maar er moesten nog steeds veel mensen in dienst blijven om de schades af te wikkelen. Een tijdje na de oorlog maakten de vijf oprichters een boottochtje door de Rotterdamse haven en kwamen zij tot de ontdekking dat veel pakhuizen onverzekerd waren. Veel van deze loodsen waren te klein voor een verzekeringsbeurs en te risicovol voor de grote verzekeraars. De vijf oprichters besloten toen om ook moeilijk verzekerbare objecten te verzekeren zoals de pakhuizen in de haven. We verzekeren tegenwoordig shoarmazaken, sportclubs maar ook de ziektekosten voor mensen die emigreren naar het buitenland of studenten die voor een langere periode in het buitenland gaan studeren.”

Van oudsher werkte OOM altijd met tussenpersonen. Is dit, nu jullie ook een direct kanaal hebben, veranderd?
“Voor onze brandverzekering komt het 90% nog steeds binnen via het intermediair, maar die 10% die via het directe kanaal bij ons binnen komt groeit wel steeds meer. Je ziet dat steeds meer klanten ons toch vinden via het internet. Voor de buitenlandlandpolissen zie je die verschuiving nog extremer. In 2008 kwam nog 100% via het intermediair bij ons binnen. Nu komt nog maar 40% van deze klanten binnen via het intermediair en 60% weet ons rechtstreeks te bereiken. Het is duidelijk dat naast de kleine verzekeraars ook de adviseurs het moeilijk hebben.”

Wat zijn de gevolgen van Solvency II voor jullie?
“Het heeft veel impact want je moet ook als kleine verzekeraar voldoen aan de regelgeving van de grote verzekeraars. We zijn te groot voor de aparte regeling voor kleine verzekeraars. We hebben ruim € 18 mln aan premie-inkomsten per jaar dus wij moeten alles wel gewoon conform de richtlijnen doen. Dat houdt wel in dat we een aantal disciplines zoals compliance en actuariaat van buiten af in moeten huren. We hebben namelijk maar 25 mensen in dienst en bepaalde functies mag je gewoon niet met elkaar combineren. Het heeft voor ons dus een behoorlijke impact op de kosten.”

Grote verzekeraars weten vrijwel zeker dat zij er over 25 jaar nog zullen zijn. Is het geen nadeel dat het OOM niet zo vanzelfsprekend is?
“We zijn ons elke dag bewust dat elke klant er weer één bij is. Dat kan ook je kracht zijn. Reaal mag er bijvoorbeeld dan nog wel zijn maar is zoals het er nu naar uitziet niet meer in Nederlandse handen. In hoeverre bestaat Reaal dan nog echt over 25 jaar? Verzekeren is echt mensenwerk en we moeten dus dicht op de klant blijven. Daarnaast moeten we heel scherp blijven opletten of onze producten nog wel aansluiten op de behoeftes van onze klanten. Verzekeren is een ambacht en dat moet meer benadrukt worden. We willen ons blijven onderscheiden van andere verzekeraars met niet alleen onze bijzondere producten maar ook met onze persoonlijke dienstverlening. Onze eigen medewerkers staan daarom ook de klanten te woord. Zolang ik het kan vermijden zal ik geen callcenter inschakelen. We willen echt op de hoogte zijn van onze klanten. Voor onze klanten in het buitenland willen wij het stukje Nederlandse zekerheid zijn. We bellen ook wel eens met klanten die in het buitenland een operatie hebben gehad hoe het nu met ze gaat. Dat kost tijd maar dat hebben wij er graag voor over. Het principe van verzekeren is persoonlijk en dat moeten we als verzekeraars niet vergeten. We zijn wel eens in de nalatenschap genoemd van een klant omdat hij zo blij was met onze hulpverlening. Daar krijgen wij nou kippenvel van. Als wij mensen op deze manier kunnen bijstaan dan halen wij zonder twijfel ons 100-jarig bestaan.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.