nieuws

Hoge Raad geeft meer duidelijkheid over mogelijkheid cassatie en regeling kosten (artikel 1019aa Rv) bij deelgeschil

Branche

De Hoge Raad geef in een arrest van 19 juni 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1689) op een drietal punten meer duidelijkheid met betrekking tot een deelgeschil en de daarmee gemoeide procedures.

Hoge Raad geeft meer duidelijkheid over mogelijkheid cassatie en regeling kosten (artikel 1019aa Rv) bij deelgeschil

Het ging in deze kwestie om een arbeidsongeval, dat eerst tot een deelgeschilprocedure en daarna tot de onderhavige bodemprocedure heeft geleid. In de deelgeschilprocedure ging het om de vraag of de aan de werknemer van een bedrijfsongeval gedane uitkering onder een sommenverzekering in mindering gebracht moest worden op het schadebedrag dat door de aansprakelijkheidsverzekeraar van de werkgever is uitgekeerd.

Deze vraag komt in cassatie niet meer aan de orde, omdat de aansprakelijkheidsverzekeraar (door het niet vragen van verlof) in cassatie niet-ontvankelijk wordt verklaard. De drie procedurele aspecten waarover de Hoge Raad wel helderheid verschaft worden hierna besproken.

Kan tegen een deelgeschilbeschikking in hoger beroep cassatie worden ingesteld?

De eerste vraag die de Hoge Raad beantwoordt, is de vraag of tegen een deelgeschilbeschikking in hoger beroep cassatie kan worden ingesteld. De Hoge Raad verschaft in de rechtsoverwegingen 4.5.1 t/m 4.6 hierover meer duidelijkheid.

Artikel 1019cc Rv regelt in welke gevallen en onder welke voorwaarden hoger beroep tegen een deelgeschilbeschikking openstaat. Zo is in lid 3 van dat artikel bepaald dat het hoger beroep tegen een deelgeschilbeschikking kan worden ingesteld in de procedure ten principale hetzij binnen drie maanden, te rekenen van de eerste roldatum, dan wel, indien de beschikking nadien is gegeven, binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak van de beschikking. Hiertoe zal wel een verzoek moeten worden gedaan en de rechter in eerste aanleg moet dit verzoek hebben goedgekeurd. Verder staat hoger beroep open binnen de grenzen van artikel 332 Rv.

De Hoge Raad verwijst in rechtsoverweging 4.5.3 naar de parlementaire geschiedenis bij de artikelen 1019bb en 1019cc Rv:

“Blijkens de parlementaire geschiedenis moet de regeling van de art. 1019bb en 1019cc Rv mede worden bezien tegen de achtergrond dat het doelmatig kan zijn wanneer partijen “een cruciale kwestie (…) die in feite bepalend is voor de afloop van de zaak” (…) “bij het gerechtshof (en eventueel bij de Hoge Raad) kunnen uitprocederen, zonder dat zij gedwongen zijn om eerst de gehele bodemprocedure in eerste aanleg af te ronden” en is beoogd hieraan de voorwaarde te verbinden dat verlof wordt verkregen voor het tussentijds aanwenden van een rechtsmiddel (Kamerstukken II, 2007-2008, 31 518, nr. 3, p. 22-23).”

Hieruit blijkt volgens de Hoge Raad dat ingevolge artikel 1019cc lid 3 Rv in verbinding met artikel 398 Rv ook cassatie openstaat tegen de uitspraak in het hoger beroep dat op de voet van artikel 1019cc lid 3 Rv tegen een deelgeschilbeschikking is ingesteld.

Dan beantwoordt de Hoge Raad de vraag of voor het instellen van cassatie ook verlof door het gerechtshof is vereist. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend:

“Voor beroep in cassatie tegen een tussenuitspraak is verlof van het gerechtshof vereist, gezien art. 1019cc lid 3, aanhef en onder a, Rv in verbinding met art. 401a lid 2 Rv. Een uitspraak in het hoger beroep tegen een deelgeschilbeschikking dat is ingesteld op de voet van art. 1019cc lid 3, aanhef en onder a, Rv (met verlof van de rechter in eerste aanleg), is een tussenuitspraak, tenzij het hof met toepassing van art. 355, tweede volzin, Rv zelf de zaak heeft afgedaan.”

De aansprakelijkheidsverzekeraar wordt bij gebreke van het vragen van het verlof als bedoeld in artikel 401a lid 2 Rv niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad.

De procedure ex artikel 1019cc lid 3 Rv is een dagvaardingsprocedure

Een volgende procedurele vraag betreft de vraag of de procedure die op de voet van artikel 1019cc lid 3 Rv is ingeleid, wordt beheerst door de regels van de dagvaardingsprocedure dan wel de verzoekschriftprocedure. De Hoge Raad oordeelt dat in een dergelijk geval sprake is van een dagvaardingsprocedure:

Blijkens de tekst en de strekking van art. 1019cc lid 3 Rv (zie hiervoor in 4.5.2 en 4.5.3) is het geding waarin op de voet van die bepaling (mede) wordt opgekomen tegen een beschikking in een deelgeschil, een dagvaardingsprocedure. De aansprakelijkheidszaak die in de art. 1019w en 1019cc lid 3 Rv is aangeduid als de procedure ten principale is immers een dagvaardingsprocedure.

Het voorgaande betekent onder meer dat een dergelijk geding in eerste aanleg wordt ingeleid met een dagvaarding en dat het hoger beroep op de voet van art. 1019cc lid 3 Rv en een eventueel daaropvolgend beroep in cassatie worden ingesteld bij dagvaarding. Ingeval aan deze eis niet is voldaan, kan de behandeling van de zaak met toepassing van art. 69 Rv worden voortgezet volgens de regels van de dagvaardingsprocedure.

De Hoge Raad vindt het overigens begrijpelijk dat de aansprakelijkheidsverzekeraar de cassatieprocedure bij verzoekschrift heeft ingesteld en doet op grond van artikel 69 Rv uitspraak bij arrest (rechtsoverweging 4.8.3).

De regeling van de kosten in een deelgeschilprocedure zijn niet van toepassing in hoger beroep

Onder verwijzing naar de totstandkomingsgeschiedenis oordeelt de Hoge Raad dat de regeling van de begroting van de kosten ex artikel 1019aa Rv slechts is gegeven voor de deelgeschilprocedure. Die regeling is derhalve niet van toepassing op de proceskosten van de dagvaardingsprocedure tussen dezelfde partijen waarin op de voet van artikel 1019cc lid 3 Rv wordt opgekomen tegen de deelgeschilbeschikking.

Door Sanne Rutten

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.