nieuws

Examentraining (16): Wft Vermogen

Branche

De Wft-examens doen al 1,5 jaar flink wat stof opwaaien in zowel de branche als in Den Haag. De examens vormen nog steeds een grote zorg voor adviseurs. Daarom biedt amweb samen met opleidingsinstituut Hoffelijk Financieel de helpende hand door wekelijks een volledig uitgewerkte casus aan te bieden. Daarnaast biedt Hoffelijk Financieel adviseurs gratis de mogelijkheid om extra te oefenen met nieuwe casussen en kennisvragen. De eerste vijftien examentrainingen staan hier. Deze week een casus met vragen uit de module Wft Vermogen.

Examentraining (16): Wft Vermogen

Casus
Ria is IB-onderneemster en heeft samen met een collega-ondernemer een fysiotherapiepraktijk in het midden van het land. Het patiëntenbestand groeit langzaam en de praktijk staat op het punt iemand in loondienst te nemen.
Jij bent de Adviseur Vermogen van Ria. Ze maakt zich zorgen over haar financiële toekomst. Zo leest ze berichten over langer doorwerken en versobering van de AOW en pensioenen. Zij heeft van enkele vakgenoten te horen gekregen dat het belangrijk is om naast haar pensioen en AOW ook zelf vermogen op te bouwen voor haar oude dag.

Ria is aangesloten bij het verplichte pensioenfonds voor fysiotherapeuten (Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten). Onderstaand vind je enkele gegevens uit de pensioenregeling. Ria heeft gekozen voor de hogere opbouw.

Kerncijfers
Uw pensioen is afgeleid van uw gemiddelde beroepsinkomen tijdens uw deelname aan de regeling. Dit wordt ook wel een ‘middelloonsysteem’ genoemd.

Franchise: € 12.497,-

Maximum beroepsinkomen:
– Van zelfstandig werkende fysiotherapeuten voor pensioenopbouw binnen deze regeling: € 44.954,-.

Opbouwpercentage regeling met lagere opbouw:
– Voor zelfstandig werkende fysiotherapeuten: 0,41% van de pensioengrondslag.

Opbouwpercentage regeling met hogere opbouw:
– Voor zelfstandig werkende fysiotherapeuten: 0,72% van de pensioengrondslag.

Ria heeft nog een aantal spaarrekeningen met een totaal bedrag van € 95.000,-. Binnenkort ontvangt zij vanuit de nalatenschap van haar vader een bedrag van € 75.000,- (na betaling van erfbelasting).

Gezien haar financiële positie en de huidige rentestand heeft Ria aangegeven meer te willen gaan storten op haar beleggingsproduct met lijfrenteclausule. Vanaf 2001 heeft zij hier jaarlijks een bedrag € 1.500,- in gestort. Op advies van haar vader staat dit bedrag in zijn geheel geparkeerd in een Europees obligatiefonds. De waarde van deze belegging bedraagt op 1 januari 2015 € 26.398,-. Als adviseur Vermogen ben je tot de conclusie gekomen dat haar beleggingsprofiel neutraal is.

Tijdens de start van haar onderneming heeft Ria op advies van haar voormalig accountant gekozen voor dotatie aan de oudedagsreserve (OR). Inmiddels is zij geswitcht van accountant. Deze nieuwe accountant heeft haar alle kenmerken van de OR haarfijn uitgelegd. Op basis hiervan heeft Ria besloten haar dotaties aan de OR stop te zetten. De stand van deze reserve bedraagt op dit moment € 8.000,-.

Hieronder staat haar winst uit onderneming vóór ondernemersaftrek (arbeidsinkomen) in de afgelopen jaren vermeld. Daarnaast heeft zij geen andere inkomstenbronnen:
2011 € 40.000,-
2012 € 35.000,-
2013 € 50.000,-
2014 € 55.000,-
2015 € 60.000,- (verwacht)

Vraag 1
Ria overweegt een bedrag te storten op haar lijfrente beleggingsproduct. Welk bedrag mag zij in 2015 maximaal storten?
Kom je uit op een geheel bedrag? Vul dan twee nullen achter de komma in.
Kom je uit op een niet-geheel bedrag? Vul dan twee decimalen achter de komma in.
Antwoord:
€ …

Vervolg casus
De maatschappij waar Ria haar beleggingsproduct met lijfrenteclausule heeft staan, hanteert de volgende strategische beleggingsprofielen.

bijlage examentraing 16
Ria heeft binnen de beleggingen al een bedrag van € 11.880,- aan obligaties over laten boeken naar aandelen.

Vraag 2
Welke beleggingscategorieën moeten, uitgaande van het bij haar passende beleggingsprofiel, nog worden aangekocht, nadat Ria het op basis van de jaarruimteformule berekende maximale bedrag in 2015 heeft gestort?

Let op: er kunnen meerdere antwoorden juist zijn.
a. Liquiditeiten
b. Obligaties
c. Aandelen

Vervolg casus:
Inmiddels heeft Ria de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en wil ze gaan genieten van haar oude dag. Eerder stoppen met werken is er door verschillende redenen niet van gekomen. Op de pensioendatum komt een kapitaal beschikbaar van € 220.000,-, bestaande uit de lijfrente, stakingswinst en oudedagsreserve. Aangezien Ria gaat reizen, wil ze gedurende een korte periode (vijf jaar) een hogere uitkering (€ 25.000,-) uit haar beleggingslijfrente (die inmiddels een zeer defensief karakter heeft) en daarna voor de rest van haar leven een lagere uitkering (€ 10.000,-).

Vraag 3:
Als aanvulling op haar AOW en ouderdomspensioen wil Ria de eerste vijf jaar, als ze gaat reizen, een bedrag van € 25.000,- ontvangen. Wat zou jij, rekening houdend met de wensen van Ria, adviseren?
Ga uit van de gegevens van 2015!
A: Een tijdelijke oudedagslijfrente van € 25.000,- en daarna een levenslange oudedagslijfrente
van € 10.000,-.
B: Een tijdelijke oudedagslijfrente van € 21.000,- en daarna een levenslange oudedagslijfrente
van € 12.000,-.
C: Een overbruggingslijfrente van € 25.000,- en daarna een levenslange oudedagslijfrente van
€ 10.000,-.
D: Een overbruggingslijfrente van € 21.000,- en daarna een levenslange oudedagslijfrente van
€ 12.000,-.

 

Banner Hoffelijk Antwoorden

Banner Hoffelijk Meer oefeningen

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.