nieuws

Wesley van ‘t Hof: ‘Uniforme vakbekwaamheidseisen zijn goed maar uitvoering nog niet’

Branche

Wesley van ‘t Hof, algemeen directeur van Hoffelijk Financieel, erkent dat de huidige Wft-examens hun gebreken hebben, maar hij benadrukt dat het in het belang van de klant en de sector is als adviseurs worden getoetst op hun vaardigheden. Am: stelde Van ‘t Hof vijf vragen over het huidige examenstelsel. “Ieder examenstelsel zal zijn voor- en nadelen hebben. Ik ben absoluut geen verdediger van het huidige stelsel, maar op een gegeven moment zal je het moeten accepteren en je moeten concentreren op de toekomst”, zegt Van ‘t Hof.

Wesley van ‘t Hof: ‘Uniforme vakbekwaamheidseisen zijn goed maar uitvoering nog niet’

Wat vind je van het huidige examenstelsel?
“Ik denk erg genuanceerd over het onderwerp. Hoewel het huidige examenstelsel zijn gebreken heeft, moeten we blij zijn dat er uniforme en geborgde vakbekwaamheidseisen zijn gekomen. We moeten als sector garanderen dat de klant centraal staat en dat deze dus het beste advies krijgt. Het is daarom ook juist dat er meer nadruk wordt gelegd op het toetsen van adviesvaardigheden en competenties en dat er ook hogere eisen worden gesteld aan het advies. De uitvoering is alleen nog niet wat het moet zijn. De energie die sommige partijen nu steken in het aanvechten van het stelsel, kunnen we beter omzetten in constructief met elkaar werken aan een betere uitvoering.”

Zijn adviesvaardigheden en competenties wel goed te toetsen in deze vorm?
“Het is de vraag of je die vaardigheden daadwerkelijk goed toetst met de huidige examenvragen. Ik zie liever een assessment waarin adviseurs echt beoordeeld worden op hun adviesvaardigheden dan een examenbank met standaardvragen. Toch zitten daar ook haken en ogen aan. Los van het feit dat het verschrikkelijk duur is om elke adviseur in Nederland een assessment af te nemen, zijn er ook te weinig goede assessoren om dit op een goede manier te laten plaatsvinden. Daarnaast zal ook daar discussie over uitslagen ontstaan omdat bij een assessment een adviseur eenmaal ook is blootgesteld aan de persoonlijke voorkeur van een assessor. Een groot voordeel van het huidige systeem is dan ook dat iedereen op dezelfde manier wordt getoetst. In de vorige PE-systematiek lag de focus niet op het up-to-date houden van kennis en het vergroten van vaardigheden maar op het bijwonen van de PE-sessie. Je kreeg immers minstens 1,5 jaar oude stof voorgeschoteld. Opdrachtgevers gaven opleidingsinstituten dan ook een verkeerde prikkel. Het ging om in zo weinig mogelijk tijd, zo goedkoop mogelijk een ‘bijzitsessie’ te organiseren. Nu wordt er in het beoordelen van opleidingsprogramma’s gelukkig veel meer naar de kwaliteit gekeken.”

Hebben adviseurs nog wel tijd om hun vak uit te oefenen als ze iedere drie jaar misschien wel zeven examens moeten afleggen?
“Sowieso moet het om meerdere redenen niet om zeven examens gaan. Enerzijds moet het PE-stelsel dat uit gaat van ‘toetsen op moduleniveau’ veranderd worden in ‘toetsen op beroepskwalificatieniveau’. Maar nadrukkelijk niet zoals in de huidige PEplus-examens. In de huidige examens worden namelijk vooral vragen gesteld over de topmodule, en nauwelijks over de onderliggende modules. Terwijl je daar wel gewoon diploma’s voor krijgt. Het kan niet zo zijn dat je diploma’s aan de muur hebt hangen terwijl je alle vragen die over dat onderwerp gingen juist onvoldoende beantwoord hebt. Daarnaast moet je het als adviseur niet willen om alle diploma’s geldig te houden. Dat gaat ook helemaal niet. Om in de toekomst te overleven moet je je specialiseren en onderscheiden. In plaats van op alle gebieden een 7 zijn moet je op één bepaald gebied minimaal een 9 zijn. Daar is het huidige examensysteem trouwens ook op gericht, op specialisatie. Iets waar veel mensen het in de sector niet mee eens zijn omdat ze daarmee afhankelijk worden. De eigenaar van een klein advieskantoor heeft immers niet alle diploma’s zelf meer op zak. Door te kijken naar regionale samenwerkingsverbanden en inschakelen van interim-adviseurs kunnen problemen die ontstaan bij het onverhoopt wegvallen van een medewerker met specifieke kennis worden ondervangen.”

Hoe ziet de adviseur van de toekomst er volgens jou uit?
“Er kan een implosie ontstaan binnen de adviesbranche door verdere digitalisering. Je ziet dat er steeds meer geavanceerde systemen worden ontwikkeld die veel van de huidige werkzaamheden van de adviseur kunnen overnemen. Een adviseur kan het zich dus niet meer permitteren om zijn werk slechts voldoende te doen. Het moet uitstekend zijn, wil hij zich nog onderscheiden van de digitale kanalen. Advies is echt een ambacht en een gedeelte van de sector heeft gelukkig ook de potentie en ambitie om uitmuntend advies te leveren. De consument zal namelijk altijd voor echt goed advies willen betalen. Een adviseur zal dan ook altijd van toegevoegde waarde blijven als deze echt goed advies geeft. Een digitaal systeem kan immers niet de emoties herkennen van een klant en kan ook niet de behoefte achter een bepaalde vraag zien. Dat maakt ook het verschil tussen een gewone adviseur en een excellente adviseur. Je moet de technologische vooruitgang voor blijven, maar ook goed kijken hoe de digitalisering jou van dienst kan zijn. Dan kan je als adviseur van toegevoegde waarde zijn en ook in de toekomst een prima boterham verdienen.”

Vanaf woensdag zal amweb in samenwerking met Hoffelijk wekelijks een examentraining publiceren. Waarom gaan jullie dat doen?
“We willen de toekomst van de sector veilig stellen omdat de consument het beste advies verdient en nodig heeft. Momenteel zakken veel mensen, in onze ogen nog onnodig, voor hun examens en wij willen er alles aan doen zodat iedereen zijn examens op tijd haalt. We bieden bij onze uitgebreide leerinterventies dan ook slagingsgarantie. Dat houdt in dat mocht een adviseur zakken, we het onszelf aanrekenen. Daarom bieden we dan de extra leerinterventies, persoonlijke begeleiding en de benodigde examens volledig kosteloos aan. Iedere herkansing kost ons geld en niet de deelnemer. Die lijn trekken we ook door in onze nieuwe herkansingsregeling. Een logische lijn maar veel opleiders (ook) in andere branches zien dat anders. In bepaalde gevallen is een slagingspercentage van 100% niet het doel, maar bijvoorbeeld slechts 75%. Een percentage dat goed genoeg is om grote opdrachtgevers binnen te halen maar ook veel herkansingen geeft. En dus extra omzet. Een deelnemer betaalt immers meer voor extra lesmateriaal en herkansingen als deze zakt. Een rare gewaarwording eigenlijk. De perverse prikkel die daaruit kan volgen, willen we als Hoffelijk gewoon niet. We zijn blij met zwaardere en uniforme kwaliteitseisen maar het mag de adviseur niet teveel en onnodig geld kosten.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.