nieuws

Symposium Waarde van Advies III in het teken van vakmanschap

Branche

In het sfeervolle Fort Voordorp in Groenekan stond op 25 juni 2015 alles in het teken van vakmanschap. Dit thema had Avéro Achmea aan haar symposium De Waarde van Advies III gegeven en werd door een line-up van interessante sprekers vanuit verschillende invalshoeken belicht. Onderzoeker Niels van der Weerdt lichtte het onderzoek over de ontwikkeling van financieel adviseurs toe en lanceerde er de online ‘Vakspiegel’, ook de Adviseur van het Jaar 2015 werd gemaakt. Dat werd Peter Hendriks van Voets Assurantiën. 

Symposium Waarde van Advies III in het teken van vakmanschap

Op deze zonovergoten, warme dag kwamen zo’n tachtig CEO’s, DGA’s en adviseurs op uitnodiging van Avéro Achmea samen voor het symposium. Presentator Maarten Bouwman trapte de middag af: “Dit jaar maken we met Vakmanschap opnieuw een verdiepingsslag in de waarde van advies.”

Vakmanschap is: duidelijkheid creëren
Jack Hommel, directeur zakelijk van Avéro Achmea, was de eerste spreker. Na een hartelijk welkom ging hij in op de campagne De Waarde van Advies. “Vanaf 2013 hebben we de facetten die de adviseur helpen, uitgebreid belicht: ondernemerschap, verdienmodellen, innovaties en keuzes maken. Ook vakmanschap is er onlosmakelijk mee verbonden. Vakmanschap betekent duidelijkheid creëren voor klanten, jezelf continu verbeteren en kennis delen, co-creëren.” Hij benadrukte dat vakmanschap harde maar ook zachte kanten heeft, die wat hem betreft nog wat onderbelicht zijn. “Beide elementen aanscherpen is waardevol. Hier ligt ook een taak voor medewerkers, zij moeten excelleren en wij, als Achmea, moeten vakmanschap kunnen meten. Het is allemaal nodig om vakmanschap op te kunnen bouwen en aan te scherpen.”

Vakmanschap is: oprechte betrokkenheid
Na Hommel was het de beurt aan Merel van Vroonhoven, voorzitter van de Raad van Bestuur van de AFM. In een setting á la College Tour leverde het gesprek met haar een persoonlijk beeld op van een bestuursvoorzitter die aan den lijve ondervond hoe waardevol een adviseur kan zijn. “Mijn adviseur is heel belangrijk geweest bij mijn overstap van de NS naar de AFM. Sterker nog, op basis van haar adviezen heb ik de beslissing kunnen nemen om die overstap te maken. Ik had allerlei financiële privé-verplichtingen die ik natuurlijk moest nakomen. Mijn adviseur heeft inzichtelijk gemaakt wat de overstap voor mijn financiële planning betekende. Ze was heel goed op de hoogte van actualiteiten en wat mij heel erg aansprak, was haar oprechte betrokkenheid bij mij.” Haar bereidheid om voor dat advies te betalen, was, gaf ze toe, in eerste instantie een drempel. “De moeilijkheid is dat je niet van tevoren weet wat je krijgt. Maar ze nam mijn zorgen weg, ik vertrouwde haar. Maar dat moet groeien. Een ‘goed gevoel’ is een eerste voorwaarde.” Ze voegde eraan toe dat naast vertrouwen ook de diploma’s er gewoon toe doen. “Bij vakmanschap horen papieren. Maar we weten dat het voor heel veel adviseurs een drempel is om die diploma’s te halen. Voor de AFM is het belangrijk om voeling te houden met de markt. Het uitstel van de Wft dat nu boven de markt hangt, daar ben ik niet voor, omdat het niet fair is tegenover de mensen die hun diploma’s wel hebben. Maar het is een politiek besluit en ik hoop dat het de markt er niet van weerhoudt om examens af te leggen.”

Vakmanschap is: méér dan inhoudelijke kennis
Het podium was na  Van Vroonhoven voor onderzoeker Niels de Weerdt van Inscope Consulting. Voordat zij presentatie begint eerst een terugblik naar het onderzoek van vorig jaar en waarom nu Vakmanschap. Samen met Mark van Vuuren van de Universiteit Twente onderzocht INSCOPE (onderdeel van Erasmus Universiteit) in opdracht van Avéro Achmea wat vakmanschap is. “We hebben vakmanschap vanuit verschillende perspectieven bekeken”, vertelde hij zijn publiek, “en we concludeerden dat het méér is dat inhoudelijke kennis. Het gaat om het toepassen van die kennis in situaties die om een unieke oplossing vragen. Dat is de kunst. Het vereist creativiteit en interpersoonlijke vaardigheden.” In het prettig leesbare boekje ‘Het nieuwe vakmanschap van de financieel adviseur’ dat elke symposiumdeelnemer mee naar huis kreeg, geven  De Weerdt en zijn collega niet alleen hun bevindingen weer, maar geven zij ook concreet aan wat een adviseur kan doen om dit vakmanschap te ontwikkelen. De Vakspiegel zelfassessement voor financieel adviseurs, is een online tool dat op deze dag voor het eerst werd gepresenteerd. De intermediaire relaties van Avéro Achmea ontvangen als eerste een inlogcode voor hun organisatie.

Vakmanschap is: innoveren
Na de pauze gaf Paul Dirken, directeur Bedrijven van de Rabobank hun visie over vakmanschap en verzekeren. “Of een advies goed is, dat bepaalt de klant. In mijn ogen is vakmanschap vooral ‘verbinden’, ‘vertrouwen opbouwen’ en ‘afspraken nakomen’. Bij de Rabobank is onze lokale aanwezigheid nog steeds onze kracht, maar we zijn bezig om dit te combineren met hoogstaande digitale oplossingen voor dienstverlening waarmee we ze 24/7 kunnen bedienen.” In een filmpje over ‘bankieren in de toekomst’ liet hij zien hoe de Rabobank dat doet: met faciliteiten waarmee klanten zich virtueel kunnen voorbereiden op gesprekken en waarmee accountmanagers van de Rabobank klanten efficiënt van dienst kunnen zijn. “Dat is moeilijk, want we moeten mensen – in- en extern – overtuigen van de positieve werking van zo’n virtuele omgeving, patronen doorbreken. Sommigen zijn daar snel in, anderen langzamer. Dat is onze uitdaging nu.”

Adviseur van het Jaar
De praktijk moet uitwijzen hoe klanten en adviseurs nader tot elkaar komen in het op waarde schatten van advies. Een adviseur die het volgens zijn klant uitstekend doet, is Peter Hendriks van Voets Assurantiën. Hij werd tijdens het symposium door de jury, de klantraad van Avéro Achmea, uitgeroepen tot Adviseur van het Jaar 2015. Dit vanwege zijn zeer persoonlijke aanpak, grote betrokkenheid en passie om zijn klant van dienst te zijn.

Vakmanschap is: passie tonen
Laatste spreker van de middag was ondernemer met lef Iwan Göbel. Samen met zijn broer oprichter en eigenaar van de Burton Car Company, “de leukste en grootste sportwagenfabrikant van Nederland”, zo vertelde hij. “Mijn broer en ik begonnen op jonge leeftijd al auto’s te bouwen van bijvoorbeeld het onderstel van een kinderwagen. Dat was het begin van een proces waarin we probeerden om er een meester in te worden.” De bevlogenheid waarmee Göbel en zijn team werken, leidt tot successen. “Wij verkopen geen product, wij verkopen een jongensdroom. Klanten komen bij ons voor bouwpakketten om zelf een sportwagen te bouwen. Eentje waarop ze hartstikke trots kunnen zijn. Je kunt bij ons ook een complete Burton bestellen, de klant bepaalt het zelf. Persoonlijkheid en service zijn daarbij een groot goed. Altijd. Zo geloof ik niet in een taakomschrijving. Ik geloof in prioriteiten. Als bij ons de telefoon gaat, dan moet die worden opgenomen door wie dan ook. Het draait om de klant.” Dat hij met zijn bedrijf zo’n succes heeft in een tijd waarin de autobranche harde klappen krijgt, heeft ook te maken met passie. “Geld is niet onze drijfveer. Dat zou het ook niet moeten zijn, want doe je dat wel, dan win je nooit van degenen die werken vanuit passie.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.