nieuws

‘Bij beroepseed zal uiteindelijk ook tuchtrecht horen’

Branche

De eed of belofte dient sinds kort door alle medewerkers met klantcontact te worden afgelegd en niet alleen door beleidsbepalers. Tijdens een bijeenkomst van de Vereniging Financiële Dienstverleners Oost-Nederland, gisteravond in Hengelo, staken ruim dertig adviseurs hun vingers in de lucht. Maar niet voor er uitvoerig over te hebben gediscussieerd. Bijvoorbeeld over de juridische status ervan. Individueel tuchtrecht is niet ver weg, meende advocaat Femke de Jong-Struiksma die als voorzitter van de Federatie de eed afnam. “Mijn tip aan u: organiseer dat zelf.”

‘Bij beroepseed zal uiteindelijk ook tuchtrecht horen’

De Twentse vereniging voor financieel dienstverleners, aangesloten bij de landelijke Federatie van Assurantieclubs, wist gisteravond ruim dertig adviseurs op de been te brengen. “Dat valt wat tegen”, vond bestuurslid Johan Zomer. “Ik denk dat het niet erg leeft. Veel kantoren zijn zich er nog niet van bewust dat deze verplichting echt voor iedere medewerker met klantcontact geldt. Het afleggen van de eed hoeft overigens niet op collectieve wijze te gebeuren, het mag ook gewoon op kantoor.”

Dossier
De Federatie van Assurantieclubs hield vorig jaar al tien sessies door het hele land waar beleidsbepalers collectief de eed konden afleggen. Dit jaar staat een soortgelijke tour op het programma voor de andere medewerkers. Federatievoorzitter Femke de Jong-Struiksma, advocaat bij het Haagse Van Beem de Jong Advocaten, nam de eed af en leidde een discussie over de zin en onzin ervan. “Ik heb er een hekel aan als dingen verplicht zijn”, zei een van de adviseurs. “Door het verplicht te stellen ontneem je veel van de waarde ervan”, vond een ander. “Dan wordt het een moetje, iets wat nu eenmaal in je dossier moet zitten.”

Woekerpolis
Een van de aanwezigen vond het eigenlijk ‘van de zotte’ dat een eed nodig is. De Jong: “Het is een signaal naar de klant. En de politiek wil dat u het doet. Wie van u heeft er bijvoorbeeld weleens een woekerpolis verkocht?” Een paar vingers gingen omhoog. “Maar”, zei een van de adviseurs, “als de eed er toen al was geweest dan had ik het niet anders gedaan. Toen was er met die producten niks aan de hand.” De Jong: “Maar toch heeft die affaire er veel mee te maken dat de politiek het nodig vindt dat u die eed aflegt.”

Open strop
In de tekst van de beroepseed staat dat adviseurs in hun werk het klantbelang centraal zullen stellen. Dat is wel een erg open norm, vonden de aanwezigen. “Het voelt als een open strop waar je je nek in legt. Als het de klant niet aanstaat, heeft hij dan met de eed een nieuw wapen in handen?” Volgens De Jong is het nog niet zover. “Op dit moment kan je er nog niet heel veel mee als klant. Maar in de toekomst verwacht ik wel dat er individueel tuchtrecht gekoppeld wordt aan de eed, net zoals dat in de advocatuur het geval is. Mijn tip aan u: organiseer dat zelf voordat Den Haag dat voor u doet.” De Jong zag daarin geen taak voor de Federatie. “Ten eerste zijn wij politiek neutraal omdat wij alle gelederen vertegenwoordigen, ten tweede hebben wij er de organisatie en middelen niet voor om die structuur op te tuigen.”

Startschot
Volgens de voorzitter van de Federatie is de eed vooralsnog vooral een startschot om met elkaar in gesprek te gaan. “In de advocatuur is de eed een handvat voor gesprekken met collega’s over gedrag. Dat zou het ook voor u kunnen zijn.” Een van de aanwezigen vond dat erg vaag. “Wij hebben niet zoals in de advocatuur een deken aan wie je zaken kunt voorleggen of een structuur waarbinnen we regels met elkaar afspreken. We moeten dus zelf maar uitzoeken hoe we ermee omgaan? Zonder kaders is de eed zinloos.” De Jong: “De advocateneed kent een veel langere traditie. Deze sector staat met de eed nog aan het begin. Daarom is het goed om er nu met elkaar bij stil te staan. De eed is een taal om met elkaar in discussie te gaan over acceptabel gedrag. En als jullie die discussie voeren en dat uitdragen, dan hebben ze in Den Haag ook niet de behoefte om extra wetgeving over jullie uit te storten.”

De discussie was voor geen van de aanwezigen reden om alsnog af te haken. En dus klonk uit dertig kelen: ‘Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’ of ‘Dat verklaar en beloof ik’.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.