nieuws

AFM in de fout door opvragen gevoelige fiscale info over beleidsbepalers

Branche

De AFM is zwaar buiten haar boekje gegaan door bij de Belastingdienst op te vragen welke beleidsbepalers daar bekend staan als inkeerders, danwel zwartspaarders. Een wettelijke grondslag voor zo’n informatieverzoek bestaat niet. Daarmee heeft de AFM ontoelaatbaar gehandeld, aldus de rechtbank Rotterdam in een uitspraak vorige week.

AFM in de fout door opvragen gevoelige fiscale info over beleidsbepalers

De zaak kwam aan het rollen doordat één van de financiële ondernemingen die door de AFM werd gesommeerd om haar beleidsbepaler de laan uit te sturen, naar de rechter stapte. Volgens de AFM stond de betrouwbaarheid van deze beleidsbepaler niet langer buiten twijfel omdat hij over de jaren 1997 tot en met 2007 onjuiste belastingaangiften deed en omdat hij niet had gemeld dat hij gebruik had gemaakt van de Inkeerregeling.

Omvangrijke lijst
De AFM beschikte over die informatie omdat de toezichthouder de Belastingdienst op 20 juni 2012 een omvangrijke lijst toezond met alle bij de AFM bekende beleidsbepalers, met het verzoek aan te geven welke van deze beleidsbepalers bekend stonden als inkeerders. De Belastingdienst verstrekte de gevraagde lijst op 20 juli 2012. Inkeerders zijn personen die gebruik hebben gemaakt van de Inkeerregeling: er volgt geen vergrijpboete of strafvervolging wanneer een belastingplichtige alsnog een juiste en volledige aangifte doet van buitenlands vermogen waarover eerder ten onrechte geen opgave is gedaan.

Geheimhouding
Voor de rechter blijkt dat de AFM die informatie niet had mogen opvragen. Bij de uitvoering van de Belastingwet is sprake van een geheimhoudingsplicht die alleen onder strikte condities kan worden doorbroken. Een van die condities geldt voor de toezichthouder, die mag ten behoeve van de betrouwbaarheidstoetsing van beleidsbepalers uitsluitend informatie over vergrijpboetes opvragen bij de Belastingdienst. Maar wanneer gebruik wordt gemaakt van de Inkeerregeling, volgt nu juist géén vergrijpboete.

Betekenis
De rechter zegt: “Gelet op de ruime wettelijke bevoegdheden die de Belastingdienst heeft om, soms privacygevoelige, informatie over belastingplichtigen te verzamelen, is de betekenis van de geheimhoudingsplicht groot. Naast het algemene belang van bescherming van persoonsgegevens gaat het om het belang dat personen niet van het verstrekken van gegevens aan de Belastingdienst moeten worden weerhouden door de vrees dat die gegevens voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor een juiste en doelmatige uitvoering van de belastingwet.” Inkeerders moesten er dus op kunnen vertrouwen dat informatie aan de Belastingdienst in het kader van de Inkeerregeling uitsluitend zou worden gebruikt voor het opleggen van een naheffingsaanslag en niet aan de AFM zou worden verstrekt in het kader van de betrouwbaarheidstoetsing.

Zonder wettelijke grondslag
De rechter vindt dat de AFM hier zwaar buiten haar boekje is gegaan. “Van de AFM mag worden verwacht dat zij zich bewust is van het belang en de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht en geen daarmee strijdige verzoeken om informatie doet. Dat de AFM de gegevens heeft opgevraagd ter uitvoering van een essentiële wettelijke taak, het toezicht op de betrouwbaarheid van beleidsbepalers in de financiële sector, rechtvaardigt niet dat zij zonder wettelijke grondslag fiscale informatie opvraagt over alle beleidsbepalers van bij haar onder toezicht staande instellingen.”

Weinig meldingen
De achtergrond van het informatieverzoek, te weten dat de AFM naar haar mening opvallend weinig meldingen kreeg van het gebruik van de Inkeerregeling, is volgens de rechtbank ‘onvoldoende concreet’ om te veronderstellen dat veel beleidsbepalers gebruik maakten van deze regeling zonder dit aan de AFM te melden. “De AFM heeft evenmin onderzocht of de informatie op rechtmatige wijze kon worden verkregen. Het betoog dat het niet efficiënt is om bij alle beleidsbepalers persoonlijk na te vragen of gebruik is gemaakt van de Inkeerregeling overtuigt de rechtbank niet.”

Zozeer indruist
De rechtbank concludeert dat de AFM de gegevens heeft verkregen op een wijze “die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelend overheidsorgaan mag worden verwacht dat het gebruik van deze gegevens onder alle omstandigheden onrechtmatig moet worden geacht, zodat de AFM de door de Belastingdienst verstrekte gegevens niet ten grondslag mocht leggen aan het bestreden besluit.” Dat de beleidsbepaler in kwestie niet langer geschikt zou zijn voor zijn taak, is dus volledig gebaseerd op onrechtmatig verkregen informatie waarvan het gebruik ontoelaatbaar is. De rechter vernietigt het besluit en veroordeelt de AFM in de proceskosten.

Reageer op dit artikel