nieuws

Echtgenoot niet aansprakelijk voor letsel door eigen hond

Branche

In een deelgeschillenprocedure heeft de rechtbank Den Haag op 4 maart 2015 (ongepubliceerd; C/09/461987/HA ZA 14-334) geoordeeld dat de echtgenoot niet aansprakelijk is als medebezitter voor het letsel dat zijn echtgenote opliep door een beet van haar (hun) eigen hond.

Echtgenoot niet aansprakelijk voor letsel door eigen hond

Het echtpaar in deze kwestie was al tweeënhalf jaar samen (mede)bezitter van een hond: een kruising tussen een Boerboel en een Presa Canario. De hond hadden zij samen uit het asiel opgehaald. De hond verbleef veelal buiten. Ook zijn mand stond onder de overkapping bij het huis.
Toen de echtgenote tijdens het koken even de keuken verliet om buiten een luchtje te scheppen heeft de hond de echtgenote aangevallen waardoor zij wonden aan haar borst en arm heeft opgelopen. De verwondingen zijn uiteindelijk niet fraai zijn geheeld alsook ondervindt de echtgenote angstklachten en beperkingen in haar functioneren.
De echtgenote heeft haar echtgenoot aangesproken met o.a. een beroep op het zogenaamde ‘hangmat-arrest’ (HR 8 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM6095, NJ 2011, 465). In die procedure sprak de echtgenote haar echtgenoot aan omdat zij zittende in een hangmat ten val is gekomen omdat het onroerend goed (de opstal) waaraan de hangmat was bevestigd het begaf waardoor zeer ernstig letsel ontstond. De echtgenoot werd uiteindelijk jegens zijn echtgenote uit hoofde van art. 6:174 BW (risicoaansprakelijkheid voor opstal) aansprakelijk gehouden vanwege het (mede)bezit van de opstal.

Hangmatarrest

De rechtbank Den Haag verwerpt het beroep van de echtgenote op het hangmatarrest omdat art. 6:174 BW (opstal) en art. 6:179 BW (risicoaansprakelijkheid voor dieren) weliswaar beide risicoaansprakelijkheid betreffen, maar in de kern niet gelijk zijn.
De grondslag van de aansprakelijkheid voor opstallen is met name gelegen in de moeilijkheid dan wel onmogelijkheid voor een benadeelde precies te achterhalen wie verantwoordelijk is voor een gebrek in de opstal, terwijl de risicoaansprakelijkheid voor een dier niet is terug te voeren op een menselijke fout, maar is gelegen in de eigen energie van het dier. Deze eigen energie van een dier is per definitie een potentieel en niet door mensen te voorkomen risico dat schade met zich mee kan brengen. Indien dit gevaar zich verwezenlijkt is de bezitter van het dier jegens derden aansprakelijk, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank medeverband houdt met het feit dat hij als bezitter ook het profijt van het dier geniet. De bezitter van het dier wordt geacht door het bezit het risico op schade impliciet te hebben aanvaard.

Risicobenadering

Dit verschil in risicobenadering (tussen opstal en dier) leidt in de procedure van het bijtincident tot het eindoordeel van de rechtbank Den Haag, dat de vordering van de echtgenote jegens haar echtgenoot werd afgewezen. Het verweer van de echtgenote dat zij niet wist dat de hond gevaarlijk kon zijn omdat zij het ras van de hond niet kende en de hond voorheen nooit agressief zou zijn geweest, doet daar niet aan af, aldus de rechtbank, omdat het enkele medebezit maatgevend is. In dat kader heeft de rechtbank nog wel opgemerkt dat onweersproken is gebleven dat de hond een grote en krachtige hond was met twee soorten agressieve raskenmerken (die tot één van de meest gevaarlijke soorten ter wereld behoren), terwijl voorts vaststaat dat de hond, anders dan de meeste huisdieren, een hok in de schuur had, hetgeen er op duidt dat het hier kenbaar een dominante en waakse hond betrof.

 

 

 

Door Henriek Kragt

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.