nieuws

Opbouwpercentage bij een pensioenrichtleeftijd vóór 67 jaar

Branche

Net nu veel werkgevers, werknemers, ondernemingsraden en pensioenadviseurs aan het bijkomen zijn van het collectieve wijzigingstraject van de pensioenregeling (als gevolg van het nieuwe Witteveenkader), publiceert de Belastingdienst in het nieuwe jaar een Vraag & Antwoord (14-008) waaruit de conclusie kan worden getrokken dat veel pensioenregelingen opnieuw moeten worden aangepast. De pensioenleeftijd in veel pensioenreglementen ligt net iets te laag, hooguit 30 dagen. Dit maakt volgens de Belastingdienst niet uit als de opbouw- c.q. premiepercentages daarop aansluiten, maar laat dat nu vaak niet het geval zijn. Die percentages zijn vaak gebaseerd op de pensioenrichtleeftijd van de 67-jarige leeftijd. Met andere woorden: de pensioenregelingen moeten worden aangepast om fiscale bovenmatigheid te voorkomen.

Opbouwpercentage bij een pensioenrichtleeftijd vóór 67 jaar

De Wet op de Loonbelasting schrijft voor dat bij de (maximale) opbouw van het pensioen moet worden uitgegaan van een pensioenrichtleeftijd van de 67-jarige leeftijd (dus de dag van de verjaardag). Een lagere pensioenrichtleeftijd is ook toegestaan, maar dan moeten de opbouwpercentages wel actuarieel herrekend worden. De Belastingdienst heeft in dit verband in het verleden al diverse malen een Vraag & Antwoord gepubliceerd met de verschillende opbouwpercentages bij de verschillende pensioenleeftijden. Daaruit viel op te maken dat het opbouwpercentage (logischerwijs) steeds lager was naarmate de pensioenleeftijd daalde.

Veel pensioenuitvoerders zoeken in de praktijk aansluiting bij de fiscale pensioenleeftijd van 67 jaar, met dien verstande zij meestal niet uitgaan van de dag van de verjaardag, maar van de eerste dag van de maand waarin de 67-jarige leeftijd bereikt wordt. Kortom: strikt genomen ligt de pensioenrichtleeftijd dan enkele dagen vóór de (fiscale) pensioenrichtleeftijd.

In financiële zin maakt het voor de Belastingdienst vrijwel niets uit, maar toch hecht de Belastingdienst eraan om de wet strikt toe te passen. Kort gezegd schrijft de Belastingdienst in het Vraag & Antwoord 14-008 van 23 januari jl. voor dat ook indien de pensioenleeftijd slechts enkele dagen vóór de fiscale pensioenrichtleeftijd ligt, een actuariële herrekening dient plaats te vinden.

Nieuw wijzigingstraject?
Pensioenuitvoerders die deze te lage pensioenleeftijd hanteren, zullen dus de opbouw- c.q. premiepercentages (opnieuw!) neerwaarts moeten bijstellen. Een andere optie is dat de pensioenleeftijd in het pensioenreglement wordt aangepast naar de dag van de 67e verjaardag. Dit is bijzonder vervelend, nu de wijzigingstrajecten net afgerond zijn. Natuurlijk begrijp ik dat de Belastingdienst de wet strikt wil toepassen, maar ik begrijp niet waarom dit Vraag & Antwoord niet al in 2014 verschenen is. Er is immers (naar ik veronderstel) al langer bekend dat veel pensioenuitvoerders deze lagere pensioenleeftijd hanteren. Dan hadden de uitvoerders dit gelijk in het wijzigingstraject kunnen meenemen.

Ik hoop niet dat het tot een nieuw wijzigingstraject hoeft te komen. Als de minister bereid is om de hierboven verwoorde pensioenregelingen met een pensioenleeftijd van de eerste dag van de maand waarin de 67-jarige leeftijd bereikt wordt, aan te wijzen, is het probleem opgelost. Die aanwijzingsmogelijkheid komt de minister toe op grond van artikel 19d Wet op de Loonbelasting.

Door Frederique Hoppers

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.