nieuws

Gemeente niet aansprakelijk voor val voetganger

Branche

Een voetgangster kwam in de gemeente Maastricht ten val toen zij een wandeling aan het maken was. Voor de gevolgen van haar val acht zij de gemeente Maastricht  (op grond van  artikel  6:174 BW dan wel artikel 6:162 BW) aansprakelijk. Zij start daarom een deelgeschilprocedure tegen de gemeente Maastricht. In een vonnis van 10 februari 2015 oordeelt de rechtbank Limburg dat de gemeente Maastricht niet aansprakelijk is voor de gevolgen van de val van de voetgangster. 

Gemeente niet aansprakelijk voor val voetganger

De rechtbank legt de volgende overwegingen hieraan ten grondslag.Ter beoordeling van de vraag of sprake is van aansprakelijkheid van de gemeente wegens het bezit van een gebrekkige opstal (artikel 6:174 BW) of van aansprakelijkheid wegens het creëren en/of het laten bestaan van een gevaarscheppende situatie (artikel 6:162 BW), is de staat van het wegdek ter plekke van de valdoorslaggevend. Volgens de rechtbank is derhalve niet relevant welke algemene totaalindruk het wegdek maakt.

Concrete steen

De voetgangster heeft in de procedure niet aangegeven achter welke concrete, opstaande, steen haar voet is blijven haken of zich heeft verstapt. Hierdoor kon de rechtbank niet beoordelen of ter plekke waar de voetgangster is gevallen het wegdek niet voldeed aan de daaraan, alle relevante omstandigheden in aanmerking genomen, te stellen eisen en de gemeente dus aansprakelijk is op grond van de artikelen 6:174 en 6:162 BW.

De crow-richtlijnen hebben alleen een ondersteunende functie

Met een beroep op het in haar opdracht uitgebrachte deskundigenrapport voerde de voetgangster nog aan dat het wegdek niet voldeed aan de zogenaamde crow-richtlijnen. De rechtbank gaat hierin niet mee. Ondanks dat de gemeente de resultaten van de metingen die zijn uitgevoerd aan de hand van de zogenoemde crow-normen niet heeft betwist, acht de rechtbank deze resultaten niet doorslaggevend:

Dit omdat die normen geen wettelijke basis hebben en geen wettelijke verplichting inhouden. Het instituut (Crow) dat de gelijknamige richtlijnen heeft opgesteld, heeft slechts een ondersteunende en adviserende functie en geen wettelijk normerende. Dat wil echter niet zeggen dat aan die normen geen enkel belang toekomt. Zij kunnen wel een rol spelen als deelaspect, naast of ter invulling van de andere zogenaamde kelderluikcriteria (vergelijk Hoge Raad 5 november 1965, NJ 1966, 136). Een beslissende rol kan aan de crow-normen niet worden toegekend. Daarnaast kunnen aan de metingen die door Van As aan de hand van de crow-systematiek zijn uitgevoerd geen voor het onderhavige geschil relevante conclusies worden verbonden in verband met het volgende.

Het is in lijn met eerdere rechtspraak dat aan de crow-richtlijnen en de daarmee gepaarde resultaten geen doorslaggevende betekenis wordt toegekend. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 6 november 2012, (ECLI:NL:GHSHE:2012:BY2826) en rechtbank Den Haag 2 mei 2012, (ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5422).

Je ziet steeds meer dat wanneer een voetganger ten val komt, geprobeerd wordt de gemeente daarvoor aansprakelijk te stellen. Uit onder meer de in dit artikel besproken uitspraak blijkt, dat de aansprakelijkheid van de gemeente niet zomaar wordt aangenomen en dat de voetganger de plek van de val wel degelijk nader dient te concretiseren. Eerder verscheen hier ook al een artikel  over de aansprakelijkheid voor valpartijen van voetgangers.

Door Sanne Rutten

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.