nieuws

Nieuwe richtlijn voor melkeiwitten bestemd voor menselijke voeding (caseïne en caseïnaten)

Branche

Op 25 november 2015 is de caseïne en caseïnaten Richtlijn (2015/2203) in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd. De Richtlijn treedt op 21 december 2015 in werking, en moet  op uiterlijk 22 december 2016 in de nationale wetgeving zijn geïmplementeerd. De Warenwetregeling Melkeiwitten zal dus worden aangepast.

Nieuwe richtlijn voor melkeiwitten bestemd voor menselijke voeding (caseïne en caseïnaten)

De Richtlijn is van toepassing op voor menselijke voeding bestemde caseïne en caseïnaten, en op mengsels daarvan. Dit betreft eiwitten die (kort gezegd door aanzuring dan wel stremming) uit melk worden gewonnen. De Richtlijn vervangt Richtlijn 83/417. Deze Richtlijn wordt op de volgende punten aangepast.

1. Afstemming op andere regelgeving

De caseïne en caseïnaten  Richtlijn wordt afgestemd op en aangepast aan andere Europese regelgeving.  De Richtlijn wordt op enkele punten vereenvoudigd. Bepaalde regels die in andere Europese regelgeving zijn opgenomen, zijn uit de Richtlijn gehaald. Verder zijn terminologieën van de verschillende regelgeving op elkaar afgestemd.  Zo wordt in de nieuwe Richtlijn naast  de al in Richtlijn 83/417 gebruikte term  ‘technische hulpstoffen’, de term ‘levensmiddelenadditieven’ gebruikt, zodat dit in overeenstemming is met de Verordening  inzake levensmiddelenadditieven (1333/2008) en de Codex Alimentarius (290-1995).

2. Aanpassing maximale vochtgehalte en maximale vetgehalte

De oude Richtlijn week (in bijlage I) wat betreft het maximale vochtgehalte van voor menselijke voeding bestemde caseïne en het maximale melkvetgehalte van voedingszuurcaseïne af van voornoemde Codex Alimentarius. Om verstoring van de handel te vermijden worden deze parameters in de nieuwe Richtlijn aangepast op de Codex Alimentarius. Het maximale vochtgehalte wordt in de nieuwe Richtlijn vastgesteld op 12% (dat was  10 %) en het maximale melkvetgehalte op 2% (dat was 2,25 %).

In de toekomst kunnen deze parameters makkelijker worden aangepast. In de artikelen 5 en 6 van de Richtlijn wordt namelijk aan de Commissie de bevoegdheid overgedragen om handelingen vast te stellen ten aanzien van de in de bijlagen I en II vastgestelde normen. Op deze wijze kunnen de in de bijlagen bij de Richtlijn vervatte technische elementen desnodig worden aangepast of bijgewerkt in het geval van bijvoorbeeld technische ontwikkelingen of gewijzigde internationale normen. In de Richtlijn is wel vastgelegd dat de Commissie eerst tot ‘passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau’.

3. Aansluiting bij etiketteringseisen Voedselinformatie-Verordening

De Richtlijn voor caseïne en caseïnaten  wordt tot slot aangepast aan de sinds 13 december 2014 geldende Etiketteringsvoorschriften (de Voedselinformatie-Verordening 1169/2011). Deze voorschriften  gelden bij levensmiddelen die door of aan grote cateraars worden geleverd en die bestemd zijn voor de eindverbruiker.  Op die Verordening is uitgebreid ingegaan in een via de Dirkzwagerbibliotheek te downloaden Ebook. In de Warenwetregeling Melkeiwitten wordt al naar de Voedselinformatie-Verordening verwezen.

De ratio van de Voedselinformatie-Verordening (de verwezenlijking van een hoog niveau van consumentenbescherming), welke ratio ook al bleek uit de Algemene levensmiddelenverordening (178/2002), klinkt door in de Richtlijn voor caseïne en caseïnaten. Bijvoorbeeld in artikel 3 onder b. Daarin wordt bepaald dat caseïne en caseïnaten die niet voldoen aan de normen bepaald zoals neergelegd in de Richtlijn en de bijlagen daarbij,  niet worden gebruikt voor de bereiding van levensmiddelen en ‘dat zij, indien zij op wettige wijze in de handel worden gebracht voor andere doeleinden, zodanig worden omschreven en geëtiketteerd dat de koper niet wordt misleid over de aard, de kwaliteit of het beoogde gebruik ervan.’

De etiketteringseisen zijn verder geregeld in artikel 4 van de nieuwe caseïne en caseïnaten Richtlijn. Daarin wordt omschreven welke vermeldingen moeten worden aangebracht op verpakkingen recipiënten of etiketten van de in artikel 2 omschreven caseïne en caseïnaten (en mengsels daarvan), en op welke wijze die vermeldingen moeten worden aangebracht.

Onder meer dienen de benaming van het melkproduct (of het mengsel en de benaming van de producten waaruit dat mengsel is samengesteld),  het gehalte aan eiwitten, de hoeveelheid, de naam van het adres van het levensmiddelenbedrijf die het product op de markt heeft gebracht of in de Europese Unie heeft gebracht, het land van oorsprong als het product uit een derde land (dus buiten de Europese Unie) afkomstig is,  te worden vermeld.  Niet alle vermeldingen behoeven op het etiket te worden gedaan. Van enkele vermeldingen kan worden volstaan dit in een begeleidend document op te nemen.

22 december 2016

Zoals gezegd dient de nieuwe caseïne en caseïnaten  Richtlijn uiterlijk op 22 december 2016 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd, en moet de Warenwetregeling Melkeiwitten voor die datum worden aangepast. Op die datum wordt ook de oude richtlijn (83/417) ingetrokken.

Door: Mascha Timpert

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.