nieuws

Namen afnemers paardenvlees-affaire toch geopenbaard door wob-verzoek

Branche

Moeten de namen van de afnemers van vleesgroothandel Willy Selten bekend worden gemaakt? Mag de staatssecretaris deze informatie achterhouden vanwege de vrees voor een publieke schandpaal zonder context? Bij uitspraak van 2 december 2015 heeft de rechtbank Amsterdam zich over deze vragen gebogen en geconcludeerd dat namen en (rug)nummers moeten worden geopenbaard. Hoe de rechtbank tot deze conclusie is gekomen? Lees verder…

Namen afnemers paardenvlees-affaire toch geopenbaard door wob-verzoek

Weet u het nog? Begin 2013. Heel Nederland was in rep en roer van de paardenvlees-affaire. Het laagwaardige paardenvlees werd vermengd met het hoogwaardige rundvlees en vervolgens werd het gezamenlijke mengsel verkocht als rundvlees. Door dit omkatten (het voorzien van een product van een andere identiteit, oorsprong of productiewijze) werd een malafide vleeshandelaar rijk en was Nederland in onzekerheid over de vraag of het rundvlees op hun bord van een koe of een paard afkomstig was.
De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) startte een grootschalig onderzoek, en ontdekte dat vleesgroothandel Willy Selten uit Oss verantwoordelijk was voor het omkatten. De NVWA besloot over te gaan tot een grootschalige recall, waarbij 50 miljoen kilo vlees uit heel Europa werd teruggeroepen. De gevolgen voor de betrokkenen waren groot: Vleeshandelaar Willy Selten is failliet gegaan, hij is persoonlijk veroordeeld tot 2,5 jaar cel en Nederland bleef wekenlang verstoken van de balletjes van de IKEA.

Wob-verzoek voor namen afnemers
In de nasleep van paardenvlees-affaire verzocht Foodwatch de staatssecretaris van Economische Zaken om openbaar te maken (i) bij welke producten Selten paardenvlees en rundvlees had vermengd, (ii) welke acties de betrokken afnemers hadden ondernomen met betrekking tot het vlees en (iii) wie de afnemers van het vlees waren.
De staatssecretaris weigerde de namen van de afnemers van het vlees te openbaren en beriep zich daarbij op artikel 10 lid 2 sub g van de Wob. Uit dat artikel volgt dat de staatssecretaris het verstrekken van de informatie achterwege kan laten indien het belang daarvan niet opweegt tegen het voorkomen van de onevenredige benadeling van betrokken bedrijven of derden. De betrokken afnemers zouden volgens de staatssecretaris in dit geval onevenredig worden benadeeld. Er zou een vertekend beeld in de publieke opinie kunnen ontstaan: door gebrek aan contextinformatie zouden de afnemers ten onrechte als overtreder kunnen worden aangemaakt. Dit zou reputatieschade en schadeclaims met zich mee kunnen brengen voor de afnemers.
Foodwatch legde zich niet neer bij deze (gedeeltelijke) afwijzing van haar Wob-verzoek om openbaarmaking van deze informatie en ging tegen de afwijzende beslissing op bezwaar in beroep bij de bestuursrechter.

Rechtbank bepaalt dat namen afnemers moeten worden geopenbaard
De rechtbank Amsterdam heeft bij uitspraak van 2 december 2015 (ECLI:RBAMS:2015:8599) geoordeeld dat de staatssecretaris niet mocht weigeren de namen van de afnemers (en de product/merknamen en CE-nummers van de producten) openbaar te maken.
Het belang van de openbaarmaking op grond van de Wob is volgens de rechtbank niet de (door Foodwatch aangevoerde) volksgezondheid of het informeren van de consument. Openbaarmaking op grond van de Wob dient uitsluitend het belang van een publieke en democratische bestuursvoering. Er moet kortom kunnen worden gecontroleerd of de NVWA haar wettelijke taken naar behoren heeft uitgevoerd.
De rechtbank oordeelt dat dit belang van openbaarmaking zwaarder weegt dan de benadeling van afnemers. De rechtbank stelt voorop dat zij het niet aannemelijk vindt dat het publiek de afnemers van Selten (ten onrechte) als overtreders zal aanmerken indien tot publicatie van de namen van de afnemers zal worden overgegaan. Het publiek zou bekend zijn met de veroordeling van Selten en het feit dat de afnemers in wezen ook door Selten zijn misleid.
De rechtbank onderkent vervolgens dat er wel een risico is dat de afnemers op indirecte wijze ongewild in verband zullen worden gebracht met de wanpraktijken van Selten. Volgens de rechter heeft de staatssecretaris echter niet aannemelijk kunnen maken dat dit tot zodanige schade voor de afnemers zal leiden dat sprake is van onevenredige benadeling als bedoeld in artikel 10 lid 2 sub g Wob. De rechtbank merkt daarbij op de staatssecretaris en de betrokken afnemers zelf onder de aandacht kunnen brengen dat hun betrokkenheid bij de recall niet betekent dat zij zelf onrechtmatig hebben gehandeld.

Gevolgen uitspraak
De staatssecretaris was bang dat ‘naming’ zou worden gevolgd door ‘shaming and blaming’. De rechtbank heeft kennelijk meer vertrouwen in het oordeelsvermogen van de bevolking en heeft geoordeeld dat de namen van de afnemers binnen zes weken na vandaag bekend moeten worden gemaakt. Of dit zal leiden tot reputatieschade zal (mede) afhangen van de wijze van bekendmaking. In ieder geval schept deze uitspraak een mogelijk precedent voor andere en toekomstige zaken op het gebied van voedselveiligheid. Bij volgende affaires zal de NVWA waarschijnlijk man en paard moeten noemen.

Door: Wiert Leistra

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.