nieuws

Whiplash: Met klagen alleen red je het niet

Branche

Een whiplash is een letsel aan de nek en/of rug ten gevolge van een ongeval of een andere plotselinge gebeurtenis waarbij het hoofd krachtig voor en achteruit bewogen wordt. De gevolgen van een whiplash zijn voor een arts dikwijls moeilijk of niet vast te stellen. Vanwege het feit dat whiplashklachten moeilijk objectiveerbaar zijn, is volgens vaste jurisprudentie voor het bewijs van die klachten voldoende dat objectief vastgesteld kan worden dat de klachten aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn.

Whiplash: Met klagen alleen red je het niet

Verkeersongeval
In een recente procedure bij de rechtbank Limburg ging het om de vraag of de klachten die resteerden na een verkeersongeval in 1995 waren verergerd door een nieuw verkeersongeval in 2005. Tijdens een eerdere deelgeschilprocedure had de rechtbank het verzoek van benadeelde afgewezen, omdat volgens de rechtbank niet objectiveerbaar kon worden vastgesteld dat sprake was van een structurele verergering van de klachten ten opzichte van de pre-existente klachten. De op verzoek van partijen ingeschakelde deskundige was na onderzoek tot de conclusie gekomen dat op het vakgebied van de neurologie geen sprake was van beperkingen, omdat voor een whiplash associated disorder graad II geen neurologisch substraat kan worden aangegeven. Verder had de deskundige aangegeven dat benadeelde ook vóór het ongeval van 23 december 2005 kampte met nekklachten, hoofdpijnklachten en concentratieproblemen. De door benadeelde gestelde toename van de klachten was volgens de rechtbank door de deskundige niet geobjectiveerd.
De benadeelde stelde zich vervolgens op het standpunt dat er geen sprake hoeft te zijn van een geobjectiveerde toename van klachten, nu whiplashklachten naar hun aard altijd subjectief zijn vanwege het ontbreken van een anatomisch substraat.

Uitspraak
De rechtbank Limburg oordeelt echter in haar uitspraak van 21 oktober 2015 (zaaknummer: C/03/201011 / HA ZA 15-33 ongepubliceerd) dat uit voornoemd criterium volgt dat, hoewel de klachten wellicht een grote mate van subjectiviteit kennen, er toch een bepaalde mate van objectivering van die klachten mogelijk moet zijn. De (toegenomen) klachten moeten immers onder andere “reëel” zijn. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de (toegenomen) klachten moeten zijn terug te voeren op bestaande fysieke of psychische aandoeningen. Bovendien moeten de klachten volgens het bedoelde criterium “niet ingebeeld” zijn. Ook dat is volgens de rechtbank een aanwijzing dat het niet moet gaan om puur subjectief beleefde klachten.
De rechtbank oordeelt verder dat het onvoldoende is dat iemand oprecht – dus zonder te simuleren of aggraveren – over bepaalde beperkingen klaagt, bijvoorbeeld over verlies aan concentratievermogen of vermindering van geheugenfunctie. De bedoelde beperkingen moeten ook objectief kunnen worden vastgesteld. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om terug te komen op de beslissing in deelgeschil, nu daarin het juiste juridisch criterium is gehanteerd voor de gestelde toename van de klachten.

Door: Fantine Polman-Groenewoud

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.