nieuws

Leo de Boer (Verbond) schreef boek over zijn baan: ‘Het is laveren en manoeuvreren’

Branche

Vervelende leden, bemoeizuchtige voorzitters en lastige externe issues: veel verenigingsmanagers maken in de basis hetzelfde mee. Leo de Boer, directeur van het Verbond van Verzekeraars, schreef samen met Jos Wesselink in veertig hoofdstukjes een praktische gids voor de verenigingsmanager. Autobiografisch is het werk niet, benadrukt De Boer.

Leo de Boer (Verbond) schreef boek over zijn baan: ‘Het is laveren en manoeuvreren’

‘De vereniging de baas’. Zo heet het boek dat Leo de Boer en Jos Wesselink schreven over het werk van verzekeringsmanagers. De auteurs hebben samen ruim vijftig jaar ervaring in het vak. Leo de Boer begon bij een verzekeraar maar rolde al snel het verenigingswerk in, eerst bij de Vereniging van Brandassuradeuren, later bij het Verbond van Verzekeraars. De Boer geeft ook les aan de Academie voor Verenigingsmanagement en aan Nyenrode.

In het boek schetsen ze de belevenissen van verenigingsmanager Janssen en zijn fictieve brancheorganisatie voor handelaren in thuisrobots. Janssen heeft te maken met grote leden die willen dat de kleine leden meer gaan betalen, met kleine leden die zich niet in het beleid herkennen, met bureaumedewerkers die weigeren om in een kantoortuinopstelling plaats te nemen, met vakpers die te kort door de bocht gaat, met voorzitters die zich ongevraagd overal mee bemoeien, met saaie ledenvergaderingen waar niemand komt opdagen, enzovoort.

Maar, benadrukt De Boer, elke herkenning berust op louter toeval.

Ben je niet bang dat leden of medewerkers zich in de verhalen herkennen?
“Nee joh, echt niet. Het is ook echt niet zo dat ik er sappige details uit mijn Verbondswerk in heb verwerkt. Het is fictie. Bovendien heb ik, doordat ik ook lesgeef, tientallen brancheverenigingen van binnen gezien. Ik neem daaruit ook veel mee terug naar het Verbond zoals de verbondscourse, het lab en allerlei organisatie-ideeën. Jos is adviseur bij veel branche- en beroepsorganisaties. En uit al die ervaringen van ons beiden komt dit boek. We wilden echt een praktijkboek maken voor de verenigingsmanager. Met heel veel tips.”

Als lezer denk je: wat een ingewikkelde baan.
“Het is ook best een ingewikkelde baan. Ik heb samen met mijn collega’s een vereniging te managen met 200 leden, 100 commissies, ruim 100 lobbydossiers en 106 fte intern. Dat is best een uitdaging. Het Verbond is dan ook een van de grootste verenigingen in het land als je kijkt naar dekking, mensen en aantallen dossiers.”

Jullie schrijven dat een verenigingsmanager de balans tussen assertiviteit en dienstbaarheid moet zoeken.
“Dat klopt. Je moet beide kunnen. Soms moet je bij een lastig onderwerp het pad effenen. Moeilijke dingen tegen de toezichthouder zeggen die de leden zelf niet durven te zeggen. Dan ben je op het scherpst van de snede bezig. Maar tegelijk moet je ook dienstbaar zijn, als het kleinste lid belt voor een kopie van een bepaald reglement, dan spring ik evengoed in de houding. Je moet dus twee gezichten kunnen tonen. Met aplomb kunnen praten zonder je dienstbaarheid te verliezen. Het is een vak apart. Je moet een antenne hebben voor de politiek en voor je achterban. Dat is soms laveren en manoeuvreren. Maar je moet ook beleidsmatig kunnen denken en handelen en ook kunnen plannen en organiseren.”

In dat kader staat in het boek dat lobbyen is als het bouwen van een IKEA-kast.
“Ja, die vergelijking is van mij. Mensen hebben bij lobbyen soms een romantisch beeld: achterkamertjes in Den Haag enzo. Maar zo werkt het niet. Lobbyen is heel veel huiswerk heel systematisch doen. Je moet echt bij plaatje 1 beginnen. Bedenk dat we honderd dossiers hebben, dan is het weleens spits. Je moet daarin de samenhang bewaken, niet inconsistent zijn en de mensen in Den Haag niet overvragen. Dat verlangt overzicht en een systeem.”

In het boek gaat het ook veel over grote versus kleine leden. Speelt dat bij het Verbond?
“Dat is in veel verenigingen een issue maar dat valt bij ons wel mee omdat de verschillen tussen groot en klein bij ons niet zo enorm groot zijn. Bovendien hebben bij het Verbond de kleine en middelgrote maatschappijen een eigen platform. In bijvoorbeeld de aannemerswereld is dat heel anders. Vergelijk een Ballast Nedam maar eens met de aannemer van op de hoek. Je ziet als vuistregel wel vaak dat grote leden voor de lobby komen en kleine leden de vereniging vooral nodig hebben voor de ondersteuning.”

En dan is er nog die bemoeizuchtige voorzitter. Herkenbaar?
“Nou ik kan je vertellen dat andere verenigingen met jaloezie naar het Verbond kijken. Wij zijn gezegend met professionele bestuurders. Als je een verzekeraar kan leiden, dan kan je echt wel wat. Bij een MKB-branchevereniging is dat lastiger, daar bemoeien de leden zich met alles. Bij ons niet: het bestuur bestuurt.”

Het valt bij het Verbond wel op dat de directeur, jij dus, zichtbaarder is dan de voorzitter, nu Marco Keim.
“Dat is een consequentie van het gekozen model. Onze voorzitter wisselt elke twee à drie jaar. Dat is iets anders dan een beroepsvoorzitter voor vijf of zes jaar. Bovendien is de voorzitter voor het brede publiek misschien niet zichtbaar, maar wel degelijk voor de stakeholders.”

David Knibbe wordt de opvolger toch, van Marco Keim?
“Dat kan ik bevestigen noch ontkennen. Op 9 december tijdens de algemene ledenvergadering wordt dat bekend gemaakt.”

En hoe zorg je dat het dit keer geen saaie ALV wordt?
“We belonen de mensen die wél de moeite nemen om te komen met een leuk programma. De formele ALV houden we zo kort mogelijk en daarna maken we het leuk met een spreker en een borrel. Dit keer hebben we Max van Weezel van ‘Met het oog op morgen’ uitgenodigd.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.