nieuws

Honden en liften, ook juridisch een ongelukkige combinatie

Branche

Een dame op leeftijd stapt met aangelijnd hondje vanuit de hal op de begane grond in de lift, de liftdeur gaat dicht en het hondje springt nog net naar buiten. De riem, zo’n afrollende, rolt volledig uit maar dan houdt het op. De lift is onderweg naar de vierde verdieping en de riem is tekort zodat het hondje wordt opgehesen en klem komt te zitten tegen het plafond van de hal. Een nog in die hal aanwezige dame waarschuwt een buiten passerende jongeman die vervolgens poogt het hondje te bevrijden uit zijn benarde positie. Eind van het liedje is dat die jongeman in de liftschacht valt en ernstig en blijvend letsel oploopt.

Honden en liften, ook juridisch een ongelukkige combinatie

De eigenaar van het gebouw wordt aangesproken op basis van gebrekige opstal (artikel 6:174 BW) en onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Zowel rechtbank (rechtbank Breda 19 maart 2014) als hof Den Bosch (3 november 2015) wijzen die aansprakelijkheid af. Toeval wilde dat de betreffende lift daags voor het ongeval was gekeurd door Het Liftinstituut en geheel in orde was bevonden. Meteen na het ongeval is de lift op last van Bouw- en Woningtoezicht buiten gebruik gesteld en opnieuw onderzocht op eventuele gebreken. Daarvan bleek geen sprake.

Het oordeel
Het hof oordeelde daarop dat ‘de lift voldeed aan de veiligheidseisen die daaraan op dat moment gesteld werden’. Het hof vervolgt met de overweging dat van de eigenaar ‘mochten niet minder, maar ook niet meer voorzorgsmaatregelen worden verlangd om een gevaarlijke situatie als de onderhavige te voorkomen’.

Beschouwing van de casus
Liftdeuren zijn na het sluiten daarvan vergrendeld, maar moeten wel open te maken zijn, bijvoorbeeld wanneer de lift vast komt te zitten. Het is voorstelbaar dat de hondenriem die tussen de deur zat de deur heeft ontgrendeld. Dat een deur te ontgrendelen is, is om de genoemde reden geen gebrek. Voor de gebruikers van de lift levert dat ook geen gevaar op volgens het hof. Er is bovendien een relevant verschil tussen ontgrendelen en openen. Ook na ontgrendeling gaat de deur niet vanzelf open, daar is ook dan een kracht voor nodig. De lift wordt normaliter door veerdruk gesloten gehouden, als de deur open moet dan wordt er na ontgrendeling een mechanische kracht op die deur uitgeoefend. In dit concrete geval is sprake van een onbekend gebleven persoon in de hal die mogelijk die handkracht had uitgeoefend waardoor de deur open was gegaan.

Terzijde
Voorop gesteld moet worden dat het slachtoffer in deze zaak heeft gepoogd een goede daad te verrichten, het is de buurjongen die je je eigen ouders toewenst. De verzekeraar van de eigenaar van het gebouw heeft dan ook, meerdere malen, de bereidheid kenbaar gemaakt ondanks afwezigheid van aansprakelijkheid iets te willen doen. Ook is (de advocaat van) het slachtoffer gewezen op een mogelijke aanspraak op de eigenaresse van het hondje uit hoofde van zaakwaarneming. Ingevolge artikel 6:200 lid 1 BW heeft de zaakwaarnemer recht op vergoeding van de schade die hij door de zaakwaarneming leidt. De advocaat van het slachtoffer heeft dat achterwege gelaten en de pijlen uitsluitend en ten volle op de gebouweigenaar gericht. Daartegen is, naar blijkt terecht, verweer gevoerd.

Het bredere juridische perspectief
Het hiervoor geciteerde criterium van het hof – een gebouw moet voldoen aan de geldende eisen, niet minder maar ook niet meer – spreekt aan. Een gebouweigenaar moet weten waaraan hij heeft te voldoen. Dat geldt echter niet alleen voor gebouweigenaren. Interessante vraag is dus of veiligheidseisen als minimum hebben te gelden, of ook als vrijbrief tegen aanspraken wanneer aan die eisen is voldaan. Daarbij is van belang dat kennis van risico’s en mogelijkheden op het gebied van veiligheid niet statisch zijn. Het hof benoemt dat dan ook door aan te haken bij de eisen ‘die daaraan op dat moment gesteld werden’. Met andere woorden, de eisen waaraan voldaan moet worden zijn niet statisch maar dynamisch. Dat is zeker bij gebouwen een uitdaging. Nieuwbouw moet aan het thans geldende Bouwbesluit voldoen, maar bestaande bouw hoeft niet steeds te worden aangepast aan de nieuwe eisen. Denk aan diepten van traptreden, een monumentale trap hoeft daar niet voor te worden gesloopt maar de bordjes waarmee vluchtwegen worden gemarkeerd moeten in een publiek toegankelijk monument wel worden aangebracht. Wat nu als daar iemand van een naar hedendaagse maatstaven te ondiepe of te gladde traptrede schiet?
Juristen lossen dat op met de omstandigheden van het geval (waarschuwingsbordje, aard van het gebouw etc.), maar voor een gebouweigenaar is dat een weinig aanlokkelijk perspectief omdat met de wijsheid van de terugblik – nadat het fout is gegaan – gekeken wordt of het ongeval niet voorkomen had kunnen worden.
Ook buiten het vastgoed bestaan legio veiligheidseisen waarbij de vraag aan de orde kan komen of men kan volstaan met het voldoen aan de expliciete eisen. Ook daar is de vraag of die eisen als minimum of als vrijbrief hebben te gelden niet in zijn algemeenheid t beantwoorden.

Bewijsrechtelijk aspect
Bewijsrechtelijk was het hier voor de gebouweigenaar gunstig dat letterlijk de dag voor het ongeval een keuring van de lift had plaatsgevonden. Stel echter dat die – periodiek verplichte – keuring net was verlopen, wat zou dat bewijstechnisch kunnen betekenen? Een veiligheidskeuring zoals die voor een lift geldt is zoals de naam al aangeeft gericht op de veiligheid van die lift. Een verlopen keuring zou dus best eens tot toepassing van de omkeringsregel kunnen leiden. Dat zou hier, gezien de uitkomst van de tweede keuring pal na het ongeval, waarschijnlijk niet tot een andere uitkomst hebben geleid, maar er laten zich vrij eenvoudig situaties denken waarbij dat niet meer is vast te stellen. Denk aan de situatie waarbij hulpdiensten de deur moeten verwijderen of beschadigen om hulp te kunnen verlenen aan het slachtoffer onderin de liftschacht.

Keuringseis in AVB polis?
In AVB polissen komt zelden een harde eis voor dat slechts dekking bestaat voor lift gerelateerde ongevallen indien een geldige keuring aanwezig is. Hoe anders zijn bijvoorbeeld autopolissen die een alarm eis kennen voor dekking bij diefstal. Is dat certificaat niet voorhanden of verlopen, dan ontbreekt dekking. Iets dergelijks laat zich ook voor AVB polissen best denken.

Door: Joost Bindels

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.