nieuws

Klassieke methode vergoeding autohuur moet worden afgeschaft

Branche

Het is weer eens tijd om de discussie rondom de beperkte vergoeding van de huurkosten onder de aandacht te brengen.

Klassieke methode vergoeding autohuur moet worden afgeschaft

In 2008 waagde S. Kadijk al een artikel op amweb hieraan, dus niets nieuws onder de zon. Toch wil ik hier met een frisse blik weer eens naar kijken, want de korting op de huurkosten van 25% blijft een vreemd verschijnsel in verzekeringsland.

Wat zegt de wet?

De wet zegt in artikel 6:98 BW kortweg dat de schade die voor vergoeding in aanmerking komt in een causale relatie tot het ongeval dient te staan. In artikel 6:100 BW staat vervolgens dat als een nadelige gebeurtenis (een ongeval) tevens een voordeel oplevert, dit opgekomen voordeel in redelijkheid mag worden verrekend.

Opkomend voordeel
Verzekeraars hebben vervolgens bepaald dat bij autohuur na een ongeval de kosten van deze huur voor vergoeding in aanmerking komen, máár dat er sprake is van een opkomend voordeel door een besparing als gevolg van de stilstand van de eigen beschadigde of total loss verklaarde auto. Slachtoffers zouden namelijk geen of minder afschrijving van de autowaarde hebben, geen of minder slijtage aan het voertuig hebben, geen of minder kosten van onderhoud hebben, etc.

En hier rijst de eerste vraag. Men is van mening dat de stilstand van de eigen beschadigde auto tot een opkomend voordeel leidt dat in mindering gebracht moet worden. Nu brengt men dit opkomend voordeel alleen in mindering indien er een auto wordt gehuurd.  Is dit niet vreemd?  Het opkomend voordeel is er namelijk ook wanneer er geen auto wordt gehuurd.

Totale schadelast

Waarom dan toch alleen in mindering brengen bij autohuur? En waarom moet het zogenaamd opkomend voordeel in mindering gebracht worden op de autohuur? Logischer zou zijn wanneer het opkomend voordeel in mindering gebracht wordt op de totale schadelast. Nadeel bij deze methode is dat men per merk, type, model auto en dagen stilstand het opkomend voordeel moet berekenen.

In de praktijk zie je ook dat wanneer iemand geen auto huurt, maar bijvoorbeeld  gebruik maakt van  het openbaar vervoer,  de openbaar vervoerskosten over het algemeen wel volledig worden vergoedt.

Met de botte bijl

Het opkomend voordeel zit hem volgens verzekeraars in de paar dagen stilstand van het eigen voertuig. Hierdoor zou er een besparing op de variabele kosten ontstaan, zoals bandenslijtage en onderhoud. Hierbij gaat men uit van bepaalde kosten per gereden kilometer. Om echter de berekening gemakkelijk te houden, hanteren verzekeraars de spreekwoordelijke botte bijl door gewoon 25% van de huurkosten in mindering te brengen.

Waarom toch 25%?

Ooit zijn verzekeraars naar het zich laat aanzien onderling overeengekomen dat deze besparing overeenkomt met 25 % van de autohuurkosten met als resultaat dat slechts 75% van deze schadefactor voor vergoeding in aanmerking komt.

De volgende gerechtvaardigde  vraag is waar dat percentage vandaan komt? Waarom is er toentertijd niet afgesproken dat dit bijvoorbeeld 10% moet zijn of 60%?

Er zijn verzekeraars die aangeven bereid te zijn om,  voor wat het opkomend voordeel betreft,  bij de vergoeding van de autohuurkosten uit te gaan van een lager percentage dan de gebruikelijke 25%, echter alleen wanneer de schadelijdende partij kan bewijzen dat het opkomend voordeel ook echt minder is. Maar is dit niet het omdraaien van de bewijslast? De verzekeraar is van mening is dat er sprake is van een opkomend voordeel. Zij stelt dat dit opkomend voordeel in mindering gebracht dient te worden op de gevorderde autohuurkosten (waarvoor de schadelijdende partij het bewijs reeds heeft aangeleverd) en dat dit opkomende  voordeel gelijk is aan 25% van de huurnota. Dient het bewijs voor het opkomende voordeel dan niet krachtens artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering door de verzekeraar te worden geleverd?

Klassieke methode versus de nieuwe methode

Ergens snap ik het ook wel. Het is natuurlijk het meest werkbaar door met een percentage te werken, maar zuiver is het niet. Zuiver zou zijn om naar de exacte besparing te bekijken.

ANWB-methode

Tien jaar geleden was dit misschien niet zo makkelijk, maar tegenwoordig kan dit heel zuiver. Via onder andere de website van de ANWB kan je per merk, model en type de variabele kosten per maand berekenen. Dit is in een paar minuten gedaan en zo is het dus niet nodig om standaard  25% in mindering te brengen op de huurkosten. Maar waarom gebruiken verzekeraars dit niet?

Nibud-methode

Ook hier is een alternatief voor. Het NIBUD heeft een overzicht gemaakt van auto kosten per maand op basis van vier verschillende type voertuigen: miniklasse, compacte klasse, kleine middenklasse en middenklasse. Deze methode is minder accuraat dan de ANWB-methode, maar om de snelheid er in te houden bij de afwikkeling van een schade is de NIBUD-methode een goed alternatief.

Voorbeeld: de cijfers spreken

Cijfers zeggen meer dan woorden dus hier een tweetal voorbeelden van de twee methodes.  Als uitgangspunt neem ik het op twee na meest verkochte model uit 2014; de Renault Clio. De meest verkochte auto is een Volkswagen Golf, maar gezien de ‘sjoemel’-diesels, zijn misschien de variabele kosten in de praktijk toch anders.

Ik ga in dit voorbeeld uit van bouwjaar 2005. Onze problematiek speelt namelijk meestal bij diegene die geen allrisk dekking hebben. Bij een allrisk dekking is autohuur vaak een standaard onderdeel van de WA casco dekking. Overigens houden de verzekeraars dan opeens geen rekening met het opkomend voordeel.

De mensen die het vaakst een auto zullen huren zijn diegene met een WA of een WA beperkt casco dekking vandaar een auto uit 2005 in dit voorbeeld.

Voorbeeld ANWB-methode:

Volgens de ANWB zijn voor deze auto de variabele kosten per maand € 207,-, dus ongeveer € 6,90 per dag. Klik hier voor het volledige rapport van de ANWB.

Voorbeeld NIBUD-methode:

Pakken wij de NIBUD-methode en schalen de Renault Clio onder de compacte klasse dan komen de variabele kosten op € 195,- per maand oftewel € 6,50 per dag.

Hieruit blijkt dat beide methodes elkaar niet echt veel ontlopen.

Auto huren

Gaan wij nu een auto huren dan betalen wij voor een gelijkwaardige auto, in dit geval een Renault Clio, bij Europcar € 246,20 voor een periode van vier dagen.

diks autohuurkosten

 

Uit dit voorbeeld zien we dus al snel dat de gehanteerde methode van de verzekeraars niet verdedigbaar en niet meer van deze tijd is. Echter, we vergeten hier nog een paar belangrijke kostenelementen:

  • extra ritten van en naar de garage, zowel met de eigen auto als met de gehuurde auto de reparatie en soms ook nog apart vanwege expertise;
  • de auto slijt in de garage ook vanwege proefritten, etc.;
  • telefoon- en portokosten om de expertise en de huurauto(kosten) te regelen met de autohuurder en de WA-verzekeraar;
  • in gevallen van een total loss: poliskosten in verband met het ‘overschrijven’ van de verzekering.

Tel je deze kosten er bij op dan blijft er van het opkomend voordeel nagenoeg niets meer over.

Afstappen van achterhaalde 25%-methode

Mijn voorstel aan alle maatschappijen is dan ook af te stappen van de achterhaalde 25%-methode en de huurkosten volledig te vergoeden. Om de klassieke methode te doorbreken hebben wij echter maatschappijen nodig die de leidende rol op zich durven nemen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.