nieuws

Aansprakelijkheid kentekenhouder jegens WAM-verzekeraar bij narisico

Branche

In het arrest van het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch van 29 september 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3757 komt de vraag aan de orde of de kentekenhouder van een voertuig kan worden aangesproken voor de schade die de voormalig WAM-verzekeraar van het voertuig in het kader van het narisico dat op de WAM-verzekeraar rust, aan een schadelijdende partij dient uit te betalen.

Aansprakelijkheid kentekenhouder jegens WAM-verzekeraar bij narisico

Het betreft een Opel Astra die door de voormalig kentekenhouder en thans ex-verzekerde was verzekerd bij ZLM. Twee dagen nadat de verzekering bij ZLM is geëindigd wegens verkoop van de Opel, raakt de Opel betrokken bij een verkeersongeval waarbij schade wordt berokkend aan de andere bij het verkeersongeval betrokken partij. De Opel werd bestuurd door de toenmalige vriend van de huidige kentekenhouder die onder invloed van alcohol verkeerde. De huidige kentekenhouder had de Opel ten tijde van het ongeval – in strijd met de wettelijke verplichting daartoe (ex artikel 2 WAM) – niet verzekerd krachtens de WAM (Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen). ZLM heeft op grond van het in artikel 13 lid 4 WAM opgenomen narisico de schade ad € 10.427,37 aan de bij het verkeersongeval betrokken, schadelijdende wederpartij vergoed.

ZLM wil de door haar uitbetaalde schade vergoed zien en zij betrekt de kentekenhouder en de ten tijde van het verkeersongeval onder invloed van alcohol verkerende veroorzaker van het ongeval in rechte. De rechtbank te Zeeland-West-Brabant wijst de vordering tegen de veroorzaker van het ongeval toe en tegen de kentekenhouder af, omdat artikel 2 lid 1 WAM waarin de verzekeringsverplichting ten aanzien van de kentekenhouder/bezitter van een motorrijtuig is neergelegd, volgens de rechtbank niet zou strekken ter bescherming van verzekeraar ZLM.

ZLM kan zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de kentekenhouder van de Opel en zij komt van dit oordeel in hoger beroep. De WAM zelf kent geen regel die bepaalt dat de kentekenhouder ten opzichte van de benadeelde aansprakelijk is voor schade die is veroorzaakt door haar motorrijtuig waarvan zij geen bestuurster was, maar volgens ZLM bestaat er een algemene norm die inhoudt dat een eigenaar of kentekenhouder die zijn motorrijtuig niet heeft verzekerd, reeds daarmee een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) pleegt die met zich brengt dat hij kan worden aangesproken. Verder bestaat er volgens ZLM een meer specifieke norm, te weten dat een kentekenhouder ten opzichte van een verzekeringsmaatschappij die gehouden is om het narisico te dekken, de verplichting heeft om zelf een verzekering te sluiten ter voorkoming van de situatie dat op grond van dit narisico schadepenningen moeten worden uitgekeerd.

Het hof gaat hierin mee. ZLM is volgens het hof aan te merken als benadeelde in de zin van artikel 1 WAM. Krachtens het arrest van het Benelux gerechtshof van 16 april 1992, NJ 1992, 685 dient niet alleen de persoon die rechtstreeks letsel heeft opgelopen bij een ongeval als benadeelde te worden aangemerkt, maar eenieder die krachtens de toepasselijke wet hetzij uit eigen hoofde, hetzij uit hoofde van zijn betrekking tot het slachtoffer, een beroep kan doen op een recht. Vervolgens oordeelt het hof dat de kentekenhouder door het niet afsluiten van een WAM-verzekering heeft gehandeld in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid die zij betaamt ten opzichte van, in dit geval, ZLM. Doordat de kentekenhouder immers een wettelijke verplichting om een verzekering af te sluiten niet nakomt, is een derde, ZLM, krachtens de wet verplicht om schade te vergoeden, terwijl de bij ZLM verzekerde kentekenhouder geen kentekenhouder meer is. Het feit dat artikel 15 WAM de verzekeraar in een dergelijk geval de mogelijkheid van verhaal van de schade op de daarvoor aansprakelijke partij geeft, sluit volgens het hof niet uit dat de kentekenhouder ook aansprakelijk kan zijn op grond van artikel 6:162 BW.

Het hof merkt in dit kader nog op dat alhoewel het de strekking van de WAM is dat verkeersslachtoffers als benadeelden zoveel mogelijk hun schade vergoed krijgen, dit niet uitsluit dat ook de belangen van de verzekeraar met zich brengen dat die verzekeraar in een geval als het onderhavige een beroep kan doen op schending van de verzekeringsplicht. Het hof ziet de WAM als een bouwwerk waarin meerdere belangen zijn vervlochten en honorering van een vordering als de onderhavige kan de financiële positie van een verzekeraar als ZLM verbeteren, waarmee ook de belangen van het verkeersslachtoffer zijn gediend.

Door: Lindy Westrik

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.