nieuws

Maak beroep op schending klachtplicht concreet

Branche

Het beroep op het schenden van de klachtplicht van artikel 6:89 BW heeft de laatste jaren een vlucht genomen. Ook in twee arresten van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 december 2014 kwam dit opnieuw aan de orde in procedures over beroepsaansprakelijkheid van een advocaat en een fiscaal adviseur.

Maak beroep op schending klachtplicht concreet

In beide procedure ging het om de aansprakelijkheid vanwege onjuiste advisering van (voormalig) cliënten. In beide gevallen werd door de aangesprokenen gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk zouden zijn, omdat niet tijdig zou zijn geklaagd. De rechtbank ging daar beide keren in mee en honoreerde het beroep op artikel 6:89 BW. De voormalig cliënten gingen in hoger beroep.

Door het aangesproken advocatenkantoor werd in hoger beroep aangevoerd dat er sprake is van belangenbenadeling, omdat de cliënt pas in augustus 2005 had geklaagd over de dienstverlening, terwijl de cliënt al in november 2002 met de vermeende beroepsfout van de betrokken advocaat bekend zou zijn geweest. Het advocatenkantoor zou hierdoor ernstig in de bewijsmogelijkheden zijn beperkt, omdat zij niet de nodige maatregelen ter bescherming van haar verdediging heeft kunnen nemen. Gedetailleerde kennis over de kwestie zou minder zijn geworden en niet alle relevante informatie zou bewaard zijn gebleven. Daarbij speelt ook een rol dat bij de zaak betrokken advocaten inmiddels zijn komen te overlijden.

Het kantoor van de fiscaal adviseur had slechts aangevoerd dat de belangen mogelijk zijn geschaad door te laten klagen in het geval het in de procedure zou uitlopen op bewijslevering.

Oordeel hof ’s-Hertogenbosch

Het hof stelt in beide arresten voorop dat de enkele omstandigheid dat het lang heeft geduurd voordat er is geklaagd niet toereikend is voor een succesvol beroep op artikel 6:89 BW. Daarbij moeten ook de overige omstandigheden worden betrokken, zoals in ieder geval de aanwezigheid van nadeel voor de aangesprokenen door het tijdsverloop. Zoals bekend is dit vaste rechtspraak.

Over de belangenbenadeling is door het advocatenkantoor te weinig concreet gesteld. Ook dient dat nadeel gedeeltelijk voor haar eigen risico te blijven, zo oordeelt het hof. Dat laatste geldt voor het feit dat relevante dossierstukken en informatie over het dossier niet bewaard zijn gebleven. Dit kan niet ten nadele van de cliënt worden gewogen. In hoeverre het overlijden van de betrokken advocaten een rol speelt bij de verdedigingsmogelijkheden van het kantoor is onduidelijk gebleven. Daarover heeft het kantoor te weinig concreets over de precieze betrokkenheid van die advocaten aangevoerd. Het hof verwerpt het beroep op artikel 6:89 BW.

Volgens het hof zijn door het accountantskantoor geen belangen gesteld die er in het onderhavige geval toe kunnen leiden dat de rechten van de cliënt ter zake van de gestelde tekortkoming zijn komen te vervallen. Het hof ziet voor bewijslevering geen ruimte. Nu er voor het overige geen belangen zijn gesteld, faalt ook in dit geval het beroep op het schenden van de klachtplicht.

Conclusie

Deze uitspraken laten opnieuw zien dat een beroep op de klachtplicht zo concreet mogelijk moet worden onderbouwd wil het kans van slagen hebben. Uitsluitend stellen dat men in de belangen is geschaad doordat de bewijspositie is bemoeilijkt, is niet genoeg om het schenden van de klachtplicht van artikel 6:89 BW aan te nemen.

Door Annelijn Kroes

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.