nieuws

Groei slagingspercentages Wft-examens stagneert

Branche

De groei van het slagingspercentage voor de Wft-examens is in de laatste drie maanden van 2014 gestagneerd. Voor Wft-examens slagen relatief gezien wel meer adviseurs, maar op het PEplus-gebied zit er weinig schot in de zaak.

Groei slagingspercentages Wft-examens stagneert

Dat blijkt uit de slagingspercentages over 2014 die het ministerie van Financiën vrijgaf. Daaruit bleek dat het aantal adviseurs dat opgaat voor het examen steeds groter wordt, maar dat in de slagingspercentages minder vooruitgang wordt geboekt. De afgelopen maanden gingen in totaal 19.393 mensen op voor een Wft-examen, bijna de helft van het totale aantal initiële examens (38.291) dat in 2014 werd afgelegd. De PEplus-examens werden in het afgelopen kwartaal door 16.635 afgelegd, tegenover 22.056 in heel 2014.

De Wft-examens werden door steeds meer kandidaten met succes afgelegd, maar op sommige gebieden blijft het percentage geslaagden schokkend laag. Voor Wft-vermogen slaagde in oktober, november en december bijvoorbeeld respectievelijk 24,6%, 18,0% en 13,8%. Maar op alle modules werd in de laatste drie maanden van het jaar een hoger slagingspercentage geboekt dan in de eerste negen maanden van het jaar.

PEplus
Bij de PEplus-examens ligt dat anders. De slagingspercentages zijn gemiddeld genomen hoger dan bij de Wft-examens, maar laten de laatste drie maanden weinig progressie zien. Ook bij PEplus blijkt Vermogen het pijnpunt. Gemiddeld slaagde zo’n 18% van de kandidaten voor dat examen. Bij PEplus Zorgverzekeringen was het verloop ook groot. Het slagingspercentage dook aan het eind van het jaar onder de 50%, terwijl het halverwege het jaar nog rond de 75% lag.

De niet altijd florissante cijfers zijn voor Dijsselbloem geen reden om te twijfelen aan de opzet van de nieuwe examens. De minister schrijft: “Naar mijn beste inzicht is de kwaliteit van de examens en aanverwante dienstverlening adequaat. Vanuit het CDFD wordt doorlopend gemonitord of de examens van voldoende kwaliteit zijn. Het is aan de adviseur om zich tijdig voor te bereiden door examens en eventuele opleidingen tijdig in te plannen. De opleidingsinstituten hebben een belangrijke rol om hun opleidingen af te stemmen op de nieuwe manier van examineren en op de nieuwe vaardigheden en professionele houding componenten. Samen kunnen we hiermee de kwaliteit van de financiële dienstverlening naar een hoger plan tillen.”

Brancheorganisaties
Dijsselbloem gaat in de Kamerbrief ook in op de brief die de verenigde brancheorganisaties in november naar hem stuurden, naar aanleiding van de vorige publicatie van de slagingspercentages. Zo geeft Dijsselbloem openheid over het gemiddeld aantal behaalde punten voor de verschillende competenties die getoetst worden. Voor het gevreesde stuk vaardigheden en competenties behalen kandidaten van zowel het initieel als het PEplus-examen 61% van de punten. Voor kennis en begrip en professioneel gedrag wordt gemiddeld boven de 70% gescoord. Dijsselbloem: “Op basis van deze resultaten lijkt het wenselijk dat meer opleiders (in hun lesmateriaal) en meer kandidaten (bij hun voorbereiding) extra aandacht gaan schenken aan het relatief nieuwe onderdeel ‘vaardigheden en competenties’ in de centrale examens.”

De klacht van de brancheorganisaties dat een vast stramien ontbreekt voor de ontwikkeling van de opleidingen en examens wordt door Dijsselbloem afgeschoven op de opleiders: “Ik ben verantwoordelijk voor het vaststellen van eind- en toetstermen en voor het op basis daarvan laten ontwikkelen van examenvragen. Aan deze verantwoordelijkheid is invulling gegeven door het CDFD. De markt is verantwoordelijk voor het ontwikkelen en aanbieden van daarbij passende opleidingen. Dit vergt wel meer van opleidingsorganisaties dan voorheen. De eind- en toetstermen kennen, zeker voor de nieuwe onderdelen ‘Vaardigheden encompetenties’ een abstractere formulering dan de eind- en toetstermen voor kennis en begrip.”

Afschaffen PE-examen
Ook de klachten over de PE-actualiteit worden door Dijsselbloem niet erkend. De brancheorganisaties vonden dat het begrip PE-actualiteit zodanig wordt geïnterpreteerd dat alles toetsbaar is wat van belang is voor de adviespraktijk, dus ook oudere kennis. De oplossing volgens de brancheorganisaties: het afschaffen van het periodieke PE-examen. Dat ziet Dijsselbloem niet zitten omdat de examens toetsen hoe de kandidaat in de praktijk met de bestaande kennis omgaat, in plaats van die kennis zelf te toetsen.

Mbo en hbo
Een apart initieel Wft-examen voor mbo’ers en hbo’ers vanwege de lage slagingspercentages, 14% bij mbo’ers en 19% bij hbo’ers, onder deze groepen vindt Dijsselbloem ook geen goed idee. Hij schrijft: “Ik heb mij samen met de AFM gebogen over het verzoek van genoemde brancheorganisaties om voor mbo’ers en hbo’ers een apart examen te gaan introduceren waarin niet langer getoetst wordt op vaardigheden en competenties, terwijl ze op basis van een deeldiploma wel in de praktijk als klantadviseur aan de slag zouden mogen. Ik zie daartoe alles afwegende evenwel geen aanleiding. Dit verzoek doet in mijn ogen teveel afbreuk aan de kern van het nieuwe vakbekwaamheidstelsel: het geven van passend advies aan de klant. Daarvoor acht ik vaardigheden en competenties evenzeer van belang als kennis en begrip.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.