nieuws

Goede voornemens (3): Ab Flipse

Branche

Een bewogen jaar was 2014 zeker voor de verzekeringsbranche. In het kader van terug- en vooruitkijken vroeg am een aantal prominenten uit de branche wat we het komende jaar niet meer en wat juist wel moeten doen. Dit zijn de wensen van Ab Flipse, voorzitter van Vereniging Woekerpolis.nl en financieel expert: “De branche moet weer op zoek naar haar roots, back to basic. Wat goed is voor de klant is goed voor ons. Toon in 2015 visie, lef en neem je verantwoording.”

Goede voornemens (3): Ab Flipse

Flipse vindt dat er veel moet veranderen, met nadruk op moet: “De branche heeft op een aantal cruciale momenten de verkeerde afslag genomen. Als we met z’n allen niet snel omkeren zijn de gevolgen desastreus. Daarom gebruik ik in dit artikel veelvuldig de term ‘moet’. Allereerst moet er een definitieve start gemaakt worden met de oplossing van het woekerpolisdossier. Nog langer uitstellen is niet verantwoord naar de miljoenen gedupeerden, maar verlamt ook de sector zelf. Daarbij zijn twee punten belangrijk; een faire compensatieregeling door verzekeraars en een soepel fiscaal regime om alles adequaat te laten verlopen. Het tweede, minstens zo belangrijke, punt is een professioneel hersteladvies voor de gedupeerden. Het (geselecteerde) intermediair speelt daarin een primaire rol, verzekeraars zijn enkel de uitvoerders van dit advies.”

Toezicht
Flipse richt zijn pijlen in 2015 onder meer op het toezicht: “Iedereen beseft dat het huidige toezicht op alle fronten is doorgeschoten. Te complex en te duur. Dit moet anders. Ja, regelgeving is noodzakelijk, consumenten moeten zich beschermd weten. Nee, toezicht is er niet voor de werkverschaffing of om een industrie mee te financieren. Feitelijk vergelijk ik financiële producten met medicijnen. De wetgever moet ieder financieel product certificeren voordat het verkocht mag worden. Eenvoudige producten zijn vrij verkrijgbaar, de consument kan deze zelf aanschaffen zonder ‘advies’. Riskante producten (i.v.m. eventuele bijwerkingen) zijn enkel te verkrijgen via de ‘specialist’ of via de ‘huisarts’. Regelgeving die betrekking heeft op advies is dus enkel gekoppeld aan genoemde riskante producten. Voor de consument wordt het advies daardoor veel goedkoper omdat hij niet langer de rekening betaalt voor de kosten van een overkill aan opleidingen, examens, toezicht en vergunningen. Toezicht wordt efficiënt en betaalbaar.”

Adviseur herdefiniëren
Ook voor adviseurs heeft Flipse een boodschap: “Los van de (terechte) discussie over een ongelijk speelveld (level playing field), moeten we de term ‘adviseur’ opnieuw definiëren. Mensen die werkzaam zijn bij een bank of verzekeraar zijn ‘verkopers’ en intermediairs (95% van het huidige bestand) zijn ‘bemiddelaars’. Je bent pas ‘adviseur’ als je afhankelijk (van je klant) adviseert, waarbij bemiddeling geen onderdeel is van je dienstverlening. De enige combinatie adviseur-bemiddelaar die recht doet is als men ‘bemiddelt’ voor alle door de markt aangeboden producten. Als er één financieel product ontbreekt, vervalt je onafhankelijkheid en vervalt de titel ‘adviseur’. Pas als we in staat en bereid zijn terug te keren naar het punt waar we de afslag misten, kunnen we weer aan onze toekomst denken en werken en staat de klant echt centraal.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.