nieuws

D&O vindt berekening AFM ‘te kort door de bocht’

Branche

Na het stellen dat het invoeren van het provisieverbod 7.300 banen heeft gekost, heeft Bureau D&O opnieuw de AFM aangesproken over de uitspraak dat het provisieverbod ‘so far, so good’ is. De berekeningen van de toezichthouder zijn volgens D&O ‘te simpel en eigenlijk de AFM onwaardig’.

D&O vindt berekening AFM ‘te kort door de bocht’

Theodor Kockelkoren rekende op een bijeenkomst van het Verbond van Verzekeraars voor dat de invoering van het provisieverbod tot nu toe een besparing van € 730 mln opleverde. Destijds reageerde D&O al dat bij een gemiddelde omzet van € 100.000 per medewerker het provisieverbod blijkbaar 7.300 banen heeft gekost. In een nieuwsbrief is het bureau nog grondiger ingegaan op de berekeningen van Kockelkoren en trekt het de conclusie dat de uitspraken ‘te kort door de bocht zijn’.

Voor de vuist weg
“Deze rekensom is te simpel en eigenlijk de AFM onwaardig”, stelt D&O. “Factoren waarmee bij deze ‘voor de vuist weg’ uitspraak geen rekening is gehouden zijn bijvoorbeeld:

  • Provisie was mede bestemd voor de werkzaamheden na het moment van totstandkoming. Bij nieuwe verdienmodellen zullen klanten in de toekomst werkzaamheden moeten betalen. Deze toekomstige uitgaven zijn niet meegenomen in de berekening;
  • Provisie is gebaseerd op een solidariteitsgedachte. De inkomsten uit de ene werkzaamheid financiert mede de kosten van andere werkzaamheden. De invoering van directe beloning leidt er toe dat sommige klanten minder gaan betalen, andere klanten meer. In de vergelijking van de AFM wordt alleen gekeken naar de klanten die ogenschijnlijk minder betalen;
  • In het provisiesysteem was het gebruikelijk dat klanten zich bij gemiddeld drie adviseurs oriënteerden alvorens een hypotheek af te sluiten. Voor deze oriëntatiegesprekken werden geen kosten in rekening gebracht en deze werden feitelijk gefinancierd door de klant die besloot wel over te gaan tot het afsluiten van een hypotheek. Deze oriëntatiegesprekken worden nu wel in rekening gebracht of vinden veel minder plaats.
  • Aantoonbaar is dat er in bepaalde segmenten, bijvoorbeeld ORV, een forse daling in de productie is. Het is onzin om te stellen dat al deze verzekeringen die in het verleden werden gesloten eigenlijk niet in het belang van de klant waren. Dit betekent dat er als gevolg van het verbod op provisie mensen zijn die niet over die verzekeringen beschikken die wel in hun belang zijn. De kosten van het onverzekerd zijn, worden in de berekening van de AFM niet meegenomen.
  • Wanneer de consument inderdaad als gevolg van het verbod op provisie 730 miljoen euro minder aan kosten heeft gemaakt dan betekent dit dat er globaal 7.300 arbeidsplaatsen verloren zijn gegaan.”

Volle breedte
Het provisieverbod wordt in 2016 officieel geëvalueerd en als het aan D&O ligt, wordt er dan grondiger gekeken naar de voor- en nadelen van het provisieverbod. Het bureau heeft namelijk nog wel meer kanttekeningen: “Zo zijn er nog vele andere nuances te plaatsen bij de door de AFM gedane stelling. Nu de AFM met de lezing provisieverbod ‘So far so good’ feitelijk een voorschot heeft genomen op de evaluatie van het verbod op provisie lijkt het verstandig om dit nu dan maar goed en in de volle breedte te doen.”

Reageer op dit artikel