nieuws

Verzekeraar handelt niet tuchtrechtelijk verwijtbaar door geen gevolg te geven aan de aanbeveling van de Ombudsman

Branche

Wanneer een verzekeraar de beslissing van de Ombudsman Financiële dienstverlening (hierna: de Ombudsman) gemotiveerd betwist en om die reden geen uitvoering wil geven aan de door de Ombudsman gedane aanbeveling, handelt hij daarmee niet – tuchtrechtelijk verwijtbaar. Zo oordeelde de Tuchtraad Financiële Dienstverlening (hierna: de Tuchtraad) in een uitspraak  d.d. 24 juli 2014.

Verzekeraar handelt niet tuchtrechtelijk verwijtbaar door geen gevolg te geven aan de aanbeveling van de Ombudsman

Het ging in deze zaak om het volgende. Op enig moment is door een aanrijding schade ontstaan aan een geparkeerd staande auto. Deze auto was toen niet verzekerd tegen cascoschade en er was evenmin een verzekering voor (verhaals)rechtsbijstand. De eigenaar van de beschadigde auto heeft toen zijn tussenpersoon ingeschakeld. Diezelfde tussenpersoon heeft toen de WAM-verzekeraar van de schadeveroorzakende auto verzocht tot betaling van het schadebedrag over te gaan. Tevens verzocht die tussenpersoon  (namens zijn cliënt) aan de WAM-verzekeraar een ‘bemiddelingsdeclaratie’ van € 93,78 te voldoen. Het betreft hier de kosten die de tussenpersoon in rekening heeft gebracht bij zijn cliënt. Het schadebedrag werd uitgekeerd maar de WAM-verzekeraar vergoedt de ‘bemiddelingsdeclaratie’ niet volledig. De WAM-verzekeraar was van mening dat niet werd voldaan aan de dubbele redelijkheidstoets, zoals deze is opgenomen in artikel 6:96 BW.

Hierop volgde een procedure bij de Ombudsman. De Ombudsman heeft toen op 4 december 2013 de klacht gegrond verklaard en een aanbeveling gedaan, inhoudende dat de WAM-verzekeraar een aanvullende betaling moest voldoen van een bedrag ter hoogte van € 93,78. De WAM-verzekeraar heeft de Ombudsman toen bericht dat de aanbeveling niet zal worden opgevolgd.

De Ombudsman heeft toen de Tuchtraad ingeschakeld. Deze bevoegdheid ontleent hij aan artikel 6 lid 2 onder a van het Reglement Tuchtraad Financiële Dienstverlening in verbinding met artikel 44 punt 1 van het Reglement Ombudsman en Geschillencommissie Financiële Dienstverlening.

Tuchtrechtelijke procedure

De vraag die in de tuchtrechtelijke procedure speelde, is de vraag of de WAM-verzekeraar tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door geen gevolg te geven aan de aanbeveling van de Ombudsman.

De Tuchtraad vindt van niet. Daartoe wordt overwogen dat uitgangspunt is dat het oordeel van de Ombudsman een niet-bindend oordeel is. Van belang hierbij is dat in artikel 2.3 onder 20 van de Gedragscode Verzekeraars enkel is bepaald dat een verzekeraar mee dient te werken aan de bemiddeling door de Ombudsman. Hiermee is dus blijkbaar niet bedoeld het opvolgen van een oordeel van de Ombudsman. De procedure bij de Ombudsman kan namelijk eindigen in een niet-bindend oordeel. Omdat in de procedure niet is gebleken dat de verzekeraar geen danwel onvoldoende medewerking heeft verleend aan de bemiddeling door de Ombudsman, heeft zij op dit punt niet verwijtbaar tuchtrechtelijk gehandeld. Daarbij komt dat de WAM-verzekeraar het eindoordeel van de Ombudsman gemotiveerd betwist heeft en om die reden geen uitvoering gegeven heeft aan de aanbeveling van de Ombudsman. Deze handelswijze is niet strijdig met de Gedragscode Verzekeraars.

Geen onbehoorlijk standpunt ingenomen door verzekeraar

Dan komt de Tuchtraad toe aan de vraag of de WAM-verzekeraar onbehoorlijk heeft gehandeld door het standpunt in te nemen dat in dit geval niet aan de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 BW is voldaan. In rechtsoverweging 4.6 oordeelt de Tuchtraad dan eerst dat het niet haar taak is om te oordelen over de verplichting tot schadevergoeding of voor (de hoogte van) schade-bedragen. De Tuchtraad kan wel gegeven zijn taak zich uitlaten over de vraag of een aangeslotene door haar handelswijze in een concreet geval de goede naam van de bedrijfstak heeft geschaad. Hierbij kan de Tuchtraad dan ook aandacht geven aan de wijze waarop de besluitvorming heeft plaatsgevonden.

Toegepast in de onderhavige kwestie komt de Tuchtraad dan uiteindelijk tot het oordeel dat de WAM-verzekeraar in voldoende mate heeft aangegeven waarom zij meent dat de noodzaak ontbrak tot het inschakelen van een belangenbehartiger en het maken van de kosten. Dat een benadeelde kiest om een belangenbehartiger in te schakelen is uiteraard veelal redelijk, maar dat betekent volgens de Tuchtraad niet als vanzelfsprekend dat het ten opzichte van de aansprakelijke verzekeraar redelijk is om de daarmee gemoeide kosten bij die verzekeraar in rekening te brengen.

 

Door: Sanne Rutten

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.