nieuws

Normenkader uitvoering WNT 2014 en wetsvoorstel verlaging bezoldigingsmaximum WNT

Branche

Sinds 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke sector (WNT) van kracht. Dit heeft voor de nodige opschudding gezorgd en bovendien geleid tot nadere regelgeving (o.a. voor de sectoren Onderwijs, Zorg en Woning­corporaties). Ook zijn begin dit jaar nadere beleidsregels over de toepassing en handhaving van de WNT vastgesteld.

Normenkader uitvoering WNT 2014 en wetsvoorstel verlaging bezoldigingsmaximum WNT

Zeer recent zijn er opnieuw wijzigingen doorgevoerd en per 1 januari 2015 wordt een aanzienlijke verscherping in het vooruitzicht gesteld. Later (per 2017) wil het kabinet de bezoldigingsnormen van de WNT ook toepassen op de gewone medewerkers in de publieke en semipublieke sector, dus niet alleen op topfunctionarissen. Dit laatste voornemen wordt losgekoppeld van de verlaging van de norm van topfunctionarissen.

Normenkader uitvoering WNT 2014

Op 30 juni heeft de minister van BZK o.a. de bestaande beleidsregels voor de toepassing van de WNT 2014 geactualiseerd. Reden is de inwerkingtreding van de zogenaamde Aanpassings­wet WNT (door de Eerste Kamer op 17 juni jl. aangenomen).

Voor de praktijk is van belang dat voortaan vast staat dat een vrijwillige wijziging in de bezoldiging (lees: verlaging van een door het overgangsrecht gerespecteerde afspraak) geen afbreuk doet aan de toepasselijkheid van het overgangsrecht. Vrijwillige verlagingen worden juist aangemoedigd door het kabinet.

Verlaging bezoldigingsmaximum in 2015?

Op 1 juli heeft het kabinet het Wetsvoorstel verlaging bezoldigingsmaximum WNT naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit houdt in een verlaging tot 100% (in plaats van 130%) van een ministerssalaris per 1 januari 2015. Verder wordt voor de pensioenbijdrage (beloningen betaalbaar op termijn) rekening gehouden met de lagere fiscale opbouw van 1,875% (in plaats van 2,15% in 2014) en met de beperking van de fiscaal toelaatbare pensioenopbouw tot een pensioengevend inkomen van € 100.000,-. Dit leidt grofweg tot een halvering ten opzichte van de in het kader van de WNT toegestane pensioenbijdrage van € 34.871,-. Per saldo wordt het bezoldigingsmaximum per 1 januari 2015 verminderd van € 230.474,- tot € 169.245,- (afgerond minus 26,6%).

In het licht van de toegenomen taken en rollen van de Raden van Toezicht wordt de maximum bezoldiging voor leden verhoogd van 5% naar 10% en voor de voorzitter van 7,5 naar 15% van het van toepassing zijnde maximum (dat geldt voor topfunctionarissen).

De normering voor interim-topfunctionarissen wordt aangepast. Enerzijds wijzigt de periode-eis van 6 maanden. Indien de vervulling van de functie van interim-topfunctionaris korter duurt dan 12 maanden, valt deze niet onder het hoofdsysteem van de reguliere normering van de WNT. Voor deze groep zal een specifieke AMvB worden vastgesteld.

Anderzijds zal voortaan van belang zijn of de functievervulling van meer dan 12 maanden plaats vindt binnen een periode van 18 maanden. Zo ja, dan geldt het reguliere bezoldigings­maximum.

De specifieke WNT-regelgevingen voor de sectoren Onderwijs, Woningcorporaties en Zorg zullen worden aangepast aan de lagere normen.

Ingevolge het overgangsrecht zal de bestaande regeling worden gerespecteerd, die per 2013 uitgaat van 4 jaar ongewijzigde instandhouding van de gemaakte bezoldigingsafspraak en aansluitend 3 jaar terugbrengen naar 130% in 2020. Aansluitend wordt de bezoldiging in 2 jaar teruggebracht naar 100%, in 2022. Voor de categorie topfunctionarissen met een bezoldiging tussen 100 en 130% van de bezoldiging van een minister geldt een iets afwijkende afbouw, maar met een zelfde tijdspad tot 2022 (100%).

Commentaar

Het wetsvoorstel houdt een breuk in ten opzichte van de voorgeschiedenis van de WNT. De Commissie Dijkstal had voordien in een zevental adviezen (in de periode 2004-2009) geadviseerd over de bezoldiging in de publieke en semipublieke sector. Uitgangspunt was het salaris van de minister te maken tot de top van de publieke sector, met dien verstande dat dit salaris in twee stappen met circa 50% verhoogd moest worden (30% voor inlopen achterstand op topambtenaren en 20% op marktsector). Deze adviezen zijn steeds breed gedragen en ook overgenomen door de diverse kabinetten. Zij liggen ook ten grondslag aan de WNT, met dien verstande dat de ministersalarissen in verband met de economische/financiële crises vanaf 2008 vooralsnog niet met 30% werden verhoogd. Hiervan werd definitief afstand genomen in het regeerakkoord ‘Bruggen slaan’ van 29 oktober 20212. Toen werd voor het eerst genoemd dat het salaris van een minister definitief niet verhoogd wordt, het toen geldende salaris blijft ongewijzigd (100%). Hieraan werd nog toegevoegd dat deze aangescherpte WNT-norm in de toekomst niet alleen voor topfunctionarissen maar voor àlle medewerkers in de publieke en semipublieke sector zou moeten gelden.

Terecht is de Raad van State zeer kritisch over het los laten van de 130%-norm van de Commissie Dijkstal en de WNT. De Raad vraagt zich af wat de recht­vaardiging is voor de voorgestelde aanscherping van een norm die pas recentelijk (2013) in werking is getreden. Daarnaast vraagt de Raad aandacht voor artikel 1 EP EVRM (de bescherming van ongestoord genot van eigendom), de contractsvrijheid en de vrijheid van collectief onderhandelen. De Raad vindt het niet verantwoord het uitgangspunt van de Commissie Dijkstal en de WNT na korte tijd te verlaten en ineens uit te gaan van een lager ministersalaris, te meer omdat hiervoor een afdoende onderbouwing ontbreekt.

Ook is de Raad kritisch over de gevolgen voor het loongebouw onder het niveau van de topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Meer en nader onderzoek/studie wordt gemist, terwijl dit een noodzakelijke voorwaarde is alvorens over te gaan tot de voorgestelde aanscherping. Dit geldt nog in versterkte mate vanwege het ontbreken van evaluaties van de per 1 januari 2013 in werking getreden WNT. Op grond van artikel 7.2 moet er worden geëvalueerd en gerapporteerd drie jaar na inwerkingtreding (dus in 2016). Waarom wordt hierop niet gewacht?

We zullen moeten afwachten hoe de politieke besluitvorming zal uitpakken over dit wetsontwerp. Daarna zal er vrijwel zeker opnieuw een rechterlijke toetsing plaatsvinden of deze aanscherping zorgvuldig en evenredig is. Ik ben hierover kritisch. Daarnaast valt te bezien of deze aanscherping geen averechts effect zal hebben op de kwaliteit van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector, die zich bovendien niet op een eiland bevindt, maar moet concurreren in het maatschappelijke krachtenveld en de daar geldende aanzienlijk hogere salariëring van topmanagers.

Door: Henk Hoving

Reageer op dit artikel